De redactie kreeg voor dit nummer verscheidene bijdragen toegezonden, die allemaal een raakvlak hebben met elkaar. Het onderwerp: verlangen naar het heil, menselijk onvermogen, de frustratie daarover, verlangen door een ethisch gedrag een bijdrage te leveren aan de wereld.
Zo laten enkele uittreksels uit Shitoku’s vertaling van Gutoku Hitan Jukkai (p. 3) de klacht van Shinran Shonin horen. Shinran stelt zijn ‘eigen valsheid en onwaarheid’ vast, en ontmaskert ‘het imago van wijsheid, goedheid en toewijding’ dat we ons zo graag aanmeten…
Ook in de dharma-talk op p. 14, wordt dit thema van onvolkomenheid en de aanvaarding ervan, beschreven..
Het verhaal van het spinrag (p.24) leert ons dat geen heil mogelijk is zonder oprechte bezorgdheid voor alle medewezens, dat oprecht vertrouwen en medevreugde één zijn.
Het artikel over vegetarisme, (p. 18), toont ons wat het Boeddhisme ons leert over de omgang met niet-menselijke wezens, in casu de dieren. Elke redelijke, eerlijke observatie van de wereld confronteert ons met de werkelijkheid: dat wij in onze immense zucht naar zelfbevrediging, naar geld, efficiëntie en macht voorbij willen gaan aan de realiteit van bijvoorbeeld de bio-industrie, waar dieren een leven volgens hun geaardheid moeten ontberen…Als iemand dan beslist om vegetariër te worden – boeddhist of geen boeddhist - dan kan de buitenwereld daardoor geïrriteerd zijn, of hierop reageren met respect en begrip.
Een westerling die voor het Grote Voertuig van de Leer kiest, doet dat waarschijnlijk vanuit een zekere betrokkenheid op de wereld… Alleszins beaamt hij het inzicht dat het heil niets voorstelt zonder heil voor alle wezens.
Als hij daarenboven kiest voor Jodō-Shinshū beaamt hij op intellectueel niveau het eigen onvermogen om wat dan ook te kunnen veranderen aan het zelfzuchtig patroon waarin we, ondanks onze intenties, blijven steken: alle inspanningen zijn doordrongen van zelfbegoocheling.
In het gaan van de weg wordt hij vervolgens geconfronteerd met de aard van zijn gedachten en handelingen, en botst hij telkens weer op die muur van egocentrisme. Daardoor groeit op een ‘ander’ niveau het inzicht dat hij inderdaad alleen op Ander-Kracht kan wachten om zijn zelfzucht onder controle te krijgen. En dat hij - wat het verrichten van ‘goede werken’ betreft - er zich voor moet hoeden zichzelf niet te verblinden, en aldus nieuwe ‘ik - illusies’ te kweken. Anderen helpen doet men omdat het nodig is, niet voor het applaus, niet om ‘heilig’ te worden…
Nu is het wel zo dat in het openstaan voor eigen leed en dat van anderen, een dieper inzicht in de Leer mogelijk kan worden, en dat hierdoor de ontvankelijkheid voor het Vertrouwen kan toenemen. Maar het is alleen in Shinjin dat het handelen spontaan ‘ethisch’ is, dat er geen spoor van verdienste - berekening meer is…
Zichzelf morele regels opleggen heeft op zich misschien niets met de verwezenlijking van Shinjin te maken. Maar als iemand een spontane houding van ontzag en respect voor alle voelende wezens heeft verworven, dan heeft dit alles met Shinjin te maken… Dan heeft Amida Boeddha het ‘Spinrag van de Redding’ stevig in handen …
Martine Strubbe
|
|
|
|
|
|
Ekō 86 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |