Lut Van Schoors
Ik weet niet of iemand van jullie KUNDUN heeft gezien.
Zelf vind ik het een prachtige film, en in het weekend heb ik er nog eens naar gekeken.
Het is het verhaal van het leven van de Dalai Lama, vanaf zijn geboorte tot aan zijn vlucht naar Indiër.
De muziek is meeslepend, de natuurbeelden zijn overweldigend, de kleuren rijk, de devotie van de gewone mensen ontroerend…
Maar daarnaast kom je ook in een totaal vreemde wereld terecht, en het is voor mij een wonder dat een westerse, een Amerikaanse! cineast die zo sereen heeft kunnen vatten. Echt een aanrader.
Maar wat ik daarover eigenlijk wil vertellen is het volgende:
Op het einde van de film komt de Dalai Lama na een uitputtende reis aan de grenspost met Indië.
En de grenswacht van dienst vraagt hem:
« Met alle respect, wie bent U? »
Waarop de Dalai Lama antwoordt:
« Voor je staat een gewone man,
een simpele monnik ».
Maar de Indiër die wel beter weet vraagt:
« Bent U de Boeddha? »
En het antwoord luidt:
« Ik denk dat ik een weerspiegeling ben,
zoals de maan op het water.
Ik probeer een goed mens te zijn.
Doe jij dat ook ».
Die korte dialoog heeft mij aan te denken gezet.
Ik weet niet of we er allemaal naar streven een goed mens te zijn of te worden, maar het is zeker dat we allemaal graag willen dat de anderen ons zo zien.
Maar wat betekent dat: een goed mens zijn?
Iedereen zal wel akkoord gaan met de volgende omschrijving: een goed mens is vriendelijk, behulpzaam, geduldig, vrijgevig, begrijpend, vergevingsgezind, en ga zo maar door.
Dat zijn de waarden die we via onze opvoeding hebben meegekregen. Daar kun je aan werken, en dat wordt in de sociale omgang ook aangemoedigd.
In het christendom, waarin onze westerse wereld toch haar grondvesten heeft, zijn er eenvoudige stelregels: de werken van barmhartigheid. Wanneer je die beoefent weet je dat je tenminste op de goede weg bent en daardoor zekere verdiensten verwerft.
* * *
Maar het Boeddhisme, en zeker het Shinboeddhisme, is daar niet zo duidelijk in.
Luister maar naar wat Shinran zegt in Tannisho:
« Het is niet omdat je hart goed is dat je niet doodt! »
En:
« Als de karmische oorzaak ons ertoe aanzet, dan kunnen we om ‘t even welke soort daad verrichten ».
En verder nog:
« Als men zich aan de werkzaamheid van de Voortijdelijke Gelofte overgeeft, dan zijn andere goede werken overbodig ».
Toen ik dat de eerste keer las, klonk dat wel verwarrend. En ik geef het eerlijk toe: ik had er de grootste moeite mee. Toen was ik nog van mening dat een religie, naast de zuivere ‘godsdienst’ ook bepaalde morele en ethische regels dient te bepalen. En die vond ik niet direct terug. Integendeel…
Maar het is een feit dat we lezen wat we willen lezen en dat we uit een bepaalde tekst halen wat voor ons op dàt eigenste ogenblik belangrijk is. En daardoor komt het ook dat eenzelfde regel of vers je op een ander tijdstip iets heel anders vertelt.
En zo, wanneer je verder leest en blijft lezen in Tannisho, dan vind je er heel veel in over goed en kwaad, goede mensen en slechte daden, slechte mensen en groot Vertrouwen.
Dan ga je stilaan inzien wat Shinran bedoelt met al zijn controverse en soms schokkende uitspraken.
Shinran was overtuigd van zijn eigen dwaasheid, zijn onvermogen om op eigen kracht de Verlichting te realiseren en de onmogelijkheid om verdiensten te vergaren.
En ik denk dat het onder andere dit is wat hij ons heeft willen meegeven.
Ook in het boek « River of Fire, River of Water » van Taitetsu Unno wordt Shinran geciteerd (al weet ik niet uit welk werk) en daar zegt hij:
« Het is moeilijk om vrij te zijn van slechte (boze) gedachten,
het hart is als een slang of een schorpioen;
ook goede daden zijn vol vergif,
het zijn slechts lege en nutteloze handelingen ».
Met al mijn goede wil en het zelfvoldaan gevoel dat ik meestal heb, voel ik me op mijn plaats gezet wanneer ik zoiets lees. Want wanneer je eerlijk bent met jezelf moet je wel toegeven dat Shinran het bij het rechte eind heeft. Er is nooit iets wat je doet, denkt of zegt dat totaal zonder eigenbelang is.
Daar hoef ik geen voorbeelden van te geven, iedereen moet maar in zijn eigen hart kijken.
Maar eigenlijk lig ik daar niet wakker van.
Het mooie aan Shinran is dat hij onze ogen opent voor de soms harde realiteit van ons menszijn.
Maar hij laat ons niet in wanhoop achter.
Hij zegt het wellicht allemaal zo fel, omdat hij ons wil doordringen van de noodzaak onze toevlucht tot Amida te nemen. Want daar ligt
onze redding, daar ligt de poort naar het Reine Land.
En als ik dan verder nadenk, dan kan het niet anders dan dat een mens van shinjin een goed mens is
* * *
Wanneer je je omvat en nooit meer losgelaten voelt, gedragen en gekoesterd door die eindeloze, mededogende omarming van Amida, dan kun je niet meer blind zijn voor het lijden van de anderen.
Dan ga je je meer en meer een deel voelen van de gemeenschap van voelende en lijdende wezens en zonder dwang van buitenaf, zonder religieuze, morele of ethische voorschriften, maar puur vanuit jezelf verlang je dat Mededogen te delen, de pijn te verlichten, de onwetendheid te verhelpen.
Op dat punt gaat de volgeling in sommige scholen de bodhisattva-geloften op zich nemen. Dit is natuurlijk geen « wijding » als bodhisattva, geen kwaliteitslabel van « goede boeddhist », maar een uitdrukking van de wil of het voornemen om de verlichting te verwezenlijken ten voordele van àlle wezens.
Zo’n ritueel kan een waardevolle hulp zijn, een ruggensteuntje in het leven van alledag.
Maar in het Shin-Boeddhisme is ook dàt niet nodig.
Waar het op aan komt, dat is het Vertrouwen en de Overgave ontwikkelen.
Al het andere volgt vanzelf….
Namu Amida Butsu
|
|
|
|
|
|
Ekō 86 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |