Onze Sangha op de Drempel van de 21e eeuw
Het is met vreugde dat wij dit laatste Ekō-nummer van het jaar 2000 uitgeven: het werk dat éénentwintig jaar geleden werd begonnen door Shitoku, gaat de éénentwintigste eeuw binnen…
Toen de verantwoordelijkheid voor de redactie één jaar geleden werd overgedragen in andere handen, hebben wij ons voorgenomen te proberen dezelfde normen te handhaven als voorheen. Maar de exacte schrijfstijl en de eruditie van Shitoku kunnen niet zomaar vervangen worden. Niettemin blijft het voor ons belangrijk om de leer van de Boeddha en Shinran, zo juist mogelijk door te geven via dit tijdschrift. Daarom is de eerste bijdrage in elke aflevering van Ekō altijd een brontekst, of een (filosofisch) commentaar op het shin-boeddhisme, geleverd door een autoriteit op dit gebied. Zo wordt in het huidige nummer een onderwerp behandeld uit de ‘Filosofie en Mystiek van de Jodō-Shinshū’, van de hand van Sh. A. Peel.
Andere bijdragen zijn meestal afkomstig van de individuele leden van de jikoji-sangha zelf. Overheen de jaren is een kleine kern geduldig verder de ruimte blijven scheppen om de leer van de Boeddha en Shinran mogelijk te maken in België, en dat reflecteert zich ook in ons tijdschrift.
Toch heeft onze sangha een ‘low profile’, en zo is het goed: wij weten dat er niet veel te bewijzen valt. We kunnen ons alleen inzetten om zo goed als mogelijk met de Leer om te gaan, en mogelijkheden te scheppen om deze te delen met anderen.
Een tijdje geleden ontvingen wij een reactie op het artikel ‘Vegetarisme …en het Leed van de Dieren, onze Medewezens’ in de vorige Ekō. Een lezer merkte op dat niet het eten van vlees de geest onzuiver maakt, maar wel het onmatige, zelfzuchtige en berekenende handelen.
Dat is inderdaad zo. Op alle terreinen van het leven: in de omgang met geboorte, ziekte, ouderdom, dood, in de omgang met geld, voedsel, milieu, onderwijs, vervoer, overal stellen wij het patroon vast van onmatigheid en egocentrisme en een gebrek aan eerbied voor het leven. Iedereen die kan nadenken weet dat ‘leven nemen’ onvermijdelijk is om het leven in stand te houden, iedereen die wil nadenken weet ook dat er in het Westen extreem veel dierlijk vlees wordt geconsumeerd. De dieren die dit vlees moeten ‘leveren’ worden omwille van de zucht naar geld op allerlei manieren onwaardig behandeld in de bio-‘industrie’, waar dieren tot ‘producten’ worden gedegradeerd. Hoe kunnen wij daar als boeddhist mee leven? Hoe kunnen wij aanvaarden dat er in het kweken van dieren zo weinig aandacht is voor de noden van de dieren, en voor de noden van de mens? Mensen zijn gelukkig in staat om keuzes te maken. Zij kunnen kiezen om genuanceerder om te gaan met het vleesverbruik, door zich te matigen of te kiezen voor vlees van dieren die diervriendelijk werden behandeld.
Verder in dit nummer kunt u lezen hoe de Jodō Shinshū in Japan met deze kwestie omgaat - Japan, dat sterk gericht is op de visserij vanwege specifieke geografische omstandigheden.
Het leed dat mensen en dieren toegebracht wordt kunnen wij als individu niet opheffen, maar we kunnen wél onze eigen houding veranderen, en in ons eigen hart, in ons eigen gezin, in onze eigen straat het ‘vredesgemoed’ in ons (anjin) laten opereren. Het vredesgemoed is actief naar alle wezens toe, mensen én dieren, planten, wolken, waterdruppels en bergen. Het is dé boeddhistische houding bij uitstek, maar ik vind het verheugend dat er ook veel westerlingen, die niet boeddhist zijn, eenzelfde houding aannemen…
Martine Strubbe
|
|
|
|
|
|
Ekō 87 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |