Lut Van Schoors
De naam Alain de Botton zal jullie waarschijnlijk niet veel zeggen.
Misschien gaat er een lichtje op wanneer je weet dat hij een schrijver is en dat zijn laatste boek ‘De troost van de filosofie’ heet. Dat is een ronduit schitterend boek en het heeft me voor de allereerste keer werkelijk enthousiast kunnen maken voor de Westerse filosofie.
Op de achterflap kun je lezen dat de auteur als geen ander de grote filosofen in een nieuw en verfrissend daglicht weet te stellen. En dat doet hij dan ook op een briljante manier!
Het hoofdstuk waar ik het meest van heb genoten heeft als titel ‘Troost voor onmacht’. De filosoof waar het om draait is de zestiende-eeuwse Michel de Montaigne en het thema wordt in verschillende onderdeeltjes uitgewerkt: over seksuele onmacht, over culturele onmacht, over intellectuele onmacht.
Alhoewel hij een klassieke en uiterst doorgedreven opleiding had genoten, was Montaigne een zeer onconventioneel en kritisch man en had hij geen zo’n hoge dunk van het denkvermogen van de mens. Bovendien slaagde hij er op een heel speelse manier in veel algemeen aanvaarde en verheven stellingen te doorprikken.
Hij vergeleek de mens met dieren, die veel gelukkiger waren, omdat ze niet werden geplaagd door allerhande overbodige kennis.
Hij stelde zich de vraag wat het nut was inzicht in de dingen te krijgen, als wij daardoor de kalmte en gemoedsrust verliezen die wij daarzonder zouden hebben.
Hij zei dat ons leven voor een deel uit dwaasheid en voor een deel uit wijsheid bestaat. En dat wie er alleen met eerbied en volgens de regels over kan schrijven, meer dan de helft achterwege laat.
Hij zei ook dat inzien dat men een dwaasheid gezegd of begaan heeft nog niets is; maar dat een belangrijker en verder strekkend inzicht erin
bestaat te leren dat men niet anders dan dwaas is.
* * *
Dat laatste horen we ook bij Shinran.
Montaigne had het uiteraard niet over dezelfde ‘dwaasheid’ als Shinran. Hij had het vooral over intellectuele dwaasheid, een te veel kennen en weten ten koste van echte wijsheid, terwijl het bij Shinran veeleer gaat over religieuze dwaasheid: een soort overmoed waardoor we onszelf gaan overschatten met betrekking tot het realiseren van het heil, de Geboorte. Maar beiden hebben de overtuiging gemeen dat kennis en intelligentie eerder niet dan wel noodzakelijk zijn om een goed of gelukkig leven te leiden.
En wanneer we naar de wereld rondom ons kijken, dan kunnen we niet anders dan deze stelling beamen.
In onze over-geïnformatiseerde maatschappij – waar kennis onder andere naar welvaart heeft geleid - lopen de meeste mensen geïrriteerd en nukkig rond. Dat wordt in de sociologie ‘de omgekeerde geluksbreuk’ genoemd: hoe meer men weet en bezit, hoe meer men mistevreden is. Er is immers altijd nog méér te leren, nog méér te verwerven… Om aan die druk te ontsnappen gaan we liefst enkele keren per jaar op vakantie naar een zonovergoten derde wereldland, waar we onder de indruk komen van het analfabetisme, de armoede én de vrolijkheid die de mensen uitstralen.
Dàt is intellectuele dwaasheid: we kennen zoveel en we hebben zoveel, maar slagen er niet in een duurzaam geluk op te bouwen. Daarvoor ontbreekt het ons aan wijsheid.
En de religieuze dwaasheid hangt daar nauw mee samen: nog nooit hebben we zoveel kennis gehad van andere culturen, filosofieën en religies, nog nooit werd ons zo’n waaier aan mogelijkheden geboden en toch kunnen we zo moeilijk een keuze maken en een rustpunt in ons leven vinden. We blijven denken dat we het wel alleen zullen waarmaken, dat we ook voor de realisatie van ons heil enkel op onszelf kunnen vertrouwen.
* * *
In tegenstelling tot de ‘wereldse’ scholen, waar voor alles aan kennisoverdracht wordt gedaan en waar men pronkt met de hoge diploma’s van oud-leerlingen, is de Jodo-Shinshu een school voor dwazen.
Shinran noemde zichzelf Gutoku: dwaze kaalkop.
Rennyo hield ons voor: ‘Word ongeletterd’.
Onze grote voorbeelden zijn de myokonin: meestal ietwat naïeve mensen met weinig geleerdheid, maar met een groot Vertrouwen.
Wij allemaal zijn de ‘dwaze wezens van blinde driften’, die gered moeten worden.
En onze enige praktijk is de Nembutsu, de gemakkelijke praktijk, waarover Shinran in Tannishō het volgende zei:
“ Zelfs al zouden alle andere boeddhistische scholen samen beweren: ‘De Nembutsu is er voor de onwaardige mensen; die school is oppervlakkig en vulgair’, dan nog zoudt ge moeten antwoorden zonder ook maar in ’t minst te vervallen in polemiseren: ‘Vermits wij aanvaarden en geloven dat, wanneer een dwaas wezen met heel beperkte mogelijkheden, net zoals wijzelf, dat zelfs niet één letterteken kan herkennen, zichzelf geheel toevertrouwt aan Amida’s Voortijdelijke Gelofte en dan toch verlost wordt, dan mag dit voor iemand die boogt op een hogere ontwikkeling, allicht oppervlakkig en vulgair schijnen, maar voor ons is dit de hoogste leer”.
In die wereld rondom ons, die zoveel waarde hecht aan intelligentie en intellectuele prestaties, waar een hogere opleiding garant staat voor een hoger loon, een hoger aanzien, een hogere werkdruk en een groter risico op hart - en vaatziekten, is het voor mij ongelooflijk prettig en verfrissend terug te kunnen vallen op wijze mannen die het anders zien.
Die de waarde van een wezen niet afmeten aan zijn intellectuele prestaties, integendeel!
Een grote troost voor wie niet bij de hoogvliegers hoort…
* * *
Maar voor wie dat allemaal zo niet ziet zitten, voor wie denkt dat dit toch iets té simpel is, geloof me: het vergt een lange weg om op het punt te komen dat je van jezelf toegeeft een dwaas te zijn. Het kost een half mensenleven om al die intellectuele dikdoenerij, die intelligente spelletjes, dat gegoochel met vreemde termen en dat opgeblazen gevoel dat je van jezelf hebt achter te kunnen laten.
Geloof me: het is een hele kunst te komen tot wie je echt bent. Het is een hele kunst een dwaas te zijn.
Pas wanneer je voor de spiegel oog in oog met je eigen ontoereikendheid wordt geconfronteerd, pas wanneer je alle poses en maniertjes hebt laten vallen, wanneer je voor jezelf durft toegeven dat je ondanks al je verstandelijke kennis eigenlijk niets weet, kom je tot dat “Word ongeletterd” van Rennyo Shonin.
Dàn pas ben je die wijze dwaas die zich in vol vertrouwen aan Amida overgeeft.
Dàn pas ben je gerijpt naar de Geboorte…
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 89 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |