Memoriaal voor Luc
Lut Van Schoors
“Alles vloeit ”, zei Heraclites al vijfhonderd jaar voor onze tijdrekening.
Daarmee zat hij heel dicht bij wat de Boeddha als één van de elementen van het bestaande definieerde, namelijk: “Al wat bestaat is veranderlijk”.
“Alles vloeit en niets is blijvend”, zei Heraclites. Ik neem aan dat het zo is, maar toch moet ik ook zeggen: alles wat we meemaken blijft hangen in onze geest. Natuurlijk zal ook dàt vervloeien en vervagen, maar langzaam aan. Pas wanneer ik er niet meer ben, zullen mijn persoonlijke herinneringen volledig zijn verdwenen. Maar tot zolang ben ik hier en nu aanwezig, en mét mijn herinneringen probeer ik Luc op te roepen, probeer ik hem kenbaar te maken aan al wie hem niet persoonlijk heeft ontmoet.
Wie is er hier vandaag die Luc nog heeft gekend? Waar is die groep mensen met wie we zoveel hebben beleefd, met wie we zo diep hebben zitten filosoferen, met wie we af en toe ook zo hartelijk hebben gelachen en met wie we na zijn dood oprecht hebben getreurd? Ik wil daar niet met weemoed aan terugdenken, want de Boeddha zei het toch: “Al het bestaande is veranderlijk”. En dat geldt ook voor onze sangha. Want mensen komen en mensen gaan, en de échte redenen daarvoor zullen wij in veel gevallen wel nooit weten. Sommigen gaan dood en sommigen zoeken ergens anders hun weg. Zoals de sangha van vijftien jaar geleden helemaal anders was als die van nu, zo zal de sangha van nu er binnen vijftien jaar ook helemaal anders uitzien. Dat is een wetmatigheid waaraan ook wij niet kunnen ontkomen.
Maar waar het op aankomt is, dat wie deel uitmaakt van een boeddhistische gemeenschap, daar met hart en ziel achter staat. Het is niet zomaar een toevalligheid dat wij onze drievoudige toevlucht binnen de Jodo-Shinshu hebben genomen. Het is niet zo, dat het evengoed de Zen of het Tibetaans boeddhisme had kunnen zijn. Neen: elk van ons is door karmische omstandigheden op zijn eigen manier gegrepen geworden door de boodschap van Shinran Shonin. Ieder van ons heeft op zeer persoonlijke manier de roep van Amida gehoord en het is voor iedereen een individuele keuze geweest om deze weg, dit “Gemakkelijke Pad” te bewandelen.
Zoals we allemaal weten is er een weg van de praktijk en een weg van de studie. Beiden staan niet tegenover elkaar maar in het beste geval, vullen ze mekaar aan. Ik heb vroeger al gezegd dat Luc het boeddhisme vooral in de praktijk beleefde. Veel tijd om te lezen of te studeren had hij niet, maar hij deed zijn best en ik heb veel van hem geleerd. De Nembutsu vergezelde hem elke dag, maar daarnaast probeerde hij zich ook intellectueel in de Leer te verdiepen.
Ook voor ons is dat laatste belangrijk. Want het is pas na veel lezen, vergelijken, overwegen en uitsluiten dat Shinrans inzichten vorm hebben gekregen. Het is pas na een half mensenleven dat hij tot de kern kwam “Er is geen praktijk buiten de Nembutsu”.
Dus wat onszelf betreft: zeggen we Shinran niet zo gemakkelijk na omdat dit ons van heel wat verantwoordelijkheden ontslaat? Moeten we, naar het voorbeeld van Shinran, niet ook wat meer studeren, mediteren, overwegen en vergelijken? De confrontaties die het leven ons biedt in het perspectief van Boeddha’s Leer gaan zien, totdat we alle overtollige ballast kunnen laten vallen en werkelijk tot de kern komen? Ik denk: pas dàn, pas wanneer we dàt kunnen, is onze beleving van het Shin-Boeddhisme echt en waarachtig. De Nembutsu is en blijft natuurlijk altijd het allerbelangrijkste. De Nembutsu is en blijft natuurlijk het enige wat er echt toe doet. Maar we moeten er alert voor blijven, dat we ons niet achter die Nembutsu gaan verschuilen, dat we niet gaan lijden aan een vorm van intellectuele luiheid of inertie. Shinran leert dat we karmisch gezien, door onze onvolmaakte menselijke staat, allemaal “dwaze wezens” zijn. Onze daden illustreren hoe juist hij het had. Maar op het intellectuele vlak hoeft dat daarom niet zo te zijn! De eerste stap op het Achtvoudige Pad is tenslotte “het juiste inzicht”; als we de onwetendheid willen ontmaskeren en ons bewust willen instellen op een boeddhistische levenshouding, dan moeten we de Leer toch grondig kennen en begrijpen!
***
Onlangs werd ik met een interessante vraag geconfronteerd: “Kan dàt, wat uitgedacht is onder de stralende zon van Indië hier in het kille, regenachtige België wortel schieten?” Kan die Leer zich hier verspreiden, kan men ook hier toevlucht zoeken en vinden bij de Boeddha en de gemeenschap? Eerlijk: daar twijfel ik geen moment aan. Ik zie het al rond me. Ik heb het meegemaakt in mijn eigen gezin. Misschien zal het door gebrek aan zon wat langer duren voor het tot wasdom komt, misschien zal onze meer gesloten aard af en toe in de weg zitten, of zal onze joods-romeinse geest langer weerstand bieden… Maar het kan echt. De boodschap van de Boeddha is universeel en kan elke mens aanspreken, ongeacht zijn geografisch milieu.
Want ook bij ons is één van de meest overweldigende levens-ervaringen het lijden. En ook bij ons zoeken mensen antwoorden en oplossingen om daarmee om te gaan.
Het kan en het zàl ook: want wat of hoe wij daarover ook denken, de Voortijdelijke Gelofte is er voor alle wezens in de tien richtingen. Amida heeft voor alle wezens de Geboorte in het Reine Land reeds verwezenlijkt. Gans onze prachtige wereld, gans het universum eigenlijk wordt daardoor één sangha!
* * *
En zo ben ik weer waar ik daarnet ook was: het onderwerp dat mij erg aan het hart gaat en soms ook erg bekommert: de sangha. We mogen het belang van de sangha zéker niet onderschatten. De sangha is één van de drie Juwelen en zoals Shitoku zei: via de sangha kan men de Boeddha zien en de dharma horen.
In het Sutra van de Universele Verlichting staat:
“Wanneer ze de Reine Landlering aanhoren, dansen en springen ze in het rond van verrukking en komt hun haar overeind te staan”.
Dit heb ik altijd zo’n plezant beeld gevonden, ik moet al lachen wanneer ik het lees. Maar het zegt ook veel over hoe onze ingesteldheid zou moeten zijn: dansend en springend van vreugde omdat Amida voor ons de Verlichting heeft gerealiseerd. Gelukkig en verrukt over onze Geboorte in het Reine Land. Blij en intens dankbaar omdat we de Naam horen…
We kijken voortdurend met heimwee achterom naar wat is geweest en we kijken voortdurend verlangend naar wat nog moet komen. Maar we leven nu! Het is hier en nu dat we moeten handelen, hier en nu dat we onze overtuiging en onze vreugde moeten beleven en uitdragen. Hier en nu dat we een sterke, harmonieuze groep moeten vormen, die levenskracht en geluk uitstraalt, die mekaar opvangt en verwarmt en inzicht en hoop biedt. Het is hier en nu dat we de handen in elkaar moeten slaan om open en vol vertrouwen in de wereld te staan, ondanks alle moeilijkheden of beperkingen waarmee we worden geconfronteerd.
Wanneer we dàt kunnen, dan lijkt onze sangha niet langer een topaas, een saffier, een smaragd of een robijn die té lang niet is gedragen en dof is geworden van het stof.
Wanneer we dàt kunnen dan hebben we een échte sangha, dan hebben we een sangha die schittert en straalt als een écht Juweel.
Namu Amida Butsu.
|
|
|
|
|
|
Ekō 91 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |