Tempelrede bij de memoriaaldienst voor Luc Lammens

Lut van Schoors

Hier zijn we dan weer.

Hier zitten we dan weer samen voor het altaar om Luc te gedenken.

En terwijl de tijd verstrijkt en we met zijn allen langzaamaan oud of ouder worden, lijkt het af en toe nog irreëel dat Luc gestorven is.

Ons leven heeft al lang zijn eigen ritme hernomen, maar ondanks alle afleiding, ondanks alle drukte en verplichtingen, blijft het verhaal dat ons met Luc verbindt in ons hart gegrift.

* * *

Ik word het nooit moe over Luc te vertellen, de meeste verhalen kennen jullie al.

Maar waarover ik het nog niet heb gehad, dat is wat hij voor onze huistempel heeft betekend. Zó spectaculair was dat niet, dat waren geen grote daden, … hij hield ervan om als het kon wat praktische hulp te bieden en mee te denken over de uitbouw van de tempel.

Belangrijker was zijn inspirerende houding en zijn onwankelbare overtuiging dat we een plek als Jikoji nodig hadden. Hij was een man met visie en besefte ten volle dat het boeddhisme een steeds belangrijker plaats zou innemen in onze westerse wereld.

Hij heeft zich altijd heel sterk met Jikoji verbonden gevoeld, en ik durf dan ook gerust te zeggen dat zijn karma er zeker mee vervlochten was en dat het mede dank zij Luc is dat we vandaag hier zitten…

En op deze memoriaaldienst, waar we ons kunnen spiegelen aan het voorbeeld van de overledene, moeten we ons misschien eens afvragen wat ónze impact in dit leven is, wat het karma is dat wij in gang zetten…

We weten allemaal dat karma met de wetmatigheid van oorzaak en gevolg te maken heeft en met “handelen”; handelen door woorden, gedachten en daden. We weten ook dat heilzame daden heilzame gevolgen hebben en onheilzame daden, onheilzame gevolgen, tot over de dood heen.

Hoe komt het dan toch dat we met zo weinig ernst in het leven staan, hoe bestaat het dat we er maar op los praten, dat we met zo’n slordige en achteloze houding met andere mensen omgaan en zomaar allerhande daden stellen zonder aan de gevolgen ervan te denken?

Is het omdat we onszelf vooral zien als de persoon die karma ondergaat, en niet zozeer als degene die het karma zelf schept?

Geef toe: het is gemakkelijk om alles wat in je leven gebeurt te wijten aan vroeger karma, als een verklaring, een excuus, terwijl je zelf voortdurend bezig bent nieuw karma te creëren!

Want dat doen we… Bij ŕlles wat we doen of niet doen, hoe gewoon en banaal dat ook mag lijken, zetten we een proces in gang dat blijft doorwerken, ook als wij er al lang niet meer zijn…

Daar moeten we dus heel bedachtzaam op zijn.

* * * 

Lang geleden las ik een artikel waarvan ik me alleen nog de titel herinner: “Je karma, dat ben je zelf”. Ik kan daar voor een deel wel inkomen: wanneer je je eigen denken en doen onderzoekt als oorzaak van wat je overkomt probeer je in elk geval op een verantwoordelijke manier met het begrip karma om te gaan.

Maar er is meer.

Shinran zegt in ‘Tannishō’: “Goede daden rijzen op wegens het oproepen van vroeger goed.  Kwaad komt in gedachten en vervulling op door de uitwerking van slecht karma”.

Als we dat goed lezen, beseffen we dat al wat we doen het gevolg is van sterke impulsen. En Shinran gaat daar echt heel ver in. In een paar regels en met een paar vraagstellingen en conclusies stelt hij dat we, vanuit het feit dat we karmische wezens zijn, volkomen onmachtig zijn om op eigen kracht de verlichting te verwezenlijken.

Want al onze inspanningen ten spijt, zijn we alleen niet in staat de zware karmische ketens te doorbreken.

De enige hoop die er voor ons is, dat is ons in volle vertrouwen overgeven aan de Ander-Kracht, aan de Gelofte-Kracht, aan het Grote Mededogen van Amida.

Zoals Genshin zegt:

“ Mensen met uiterst zwaar onheil zouden enkel Boeddha’s naam moeten uitspreken.
Ikzelf ben eveneens in zijn omarming;
Ik zie het licht wel niet, want mijn oog is door passies verblind,
Maar toch omstraalt het Grote Mededogen mij onophoudelijk”.

In Boeddha’s omarming…

Door Amida omarmd en nooit meer losgelaten.

Ik kan mij geen mooier, geen vreugdevoller, geen rustgevender beeld voorstellen.

Dat is het beeld dat ik nu heb van Luc.

Alles wat gerealiseerd moest worden is gerealiseerd.

Hij heeft de andere oever bereikt…

* * *

En hier zijn wij dan weer.

Na al die jaren lijkt het alsof ik Luc gisteren pas voor het laatst heb gezien en gesproken.

Ons leven is zo kort en (zoals Rennyō Shōnin zegt) “even broos als de parels van de ochtenddauw tegen de voet van de planten”.

Ik hoop dat het besef daarvan ieder van ons mag aanzetten om vol overgave te vertrouwen op Amida Boeddha en zonder aarzelen toevlucht te zoeken in de Nembutsu.

Namu Amida Butsu

Ekō 95

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home