Diegene die de pratītya-samutpāda ziet, ziet de Leer;
wie de Leer ziet, ziet de pratītya-samutpāda.
(Majjhima-nikāya)
Hij die de pratītya-samutpāda ziet,
ziet ook het lijden,
de oorsprong van het lijden,
de opheffing van het lijden en
het Pad dat naar de opheffing van het lijden voert.
(Mūla-madhyamaka-kārikā)
|
|
|
|
|
|
Ekō 96 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |