Shinran Shonin was één van de latere grote vormgevers van de leer van de Boeddha. Voor zijn visie op de praktijk, die leidde tot wat men later de Jōdo-Shinshū is gaan noemen, deed hij een beroep op zeven leraren uit het verleden. Sedert enige tijd kunt U hierover lezen in onze reeks ‘Filosofie en Mystiek van de Jōdo-Shinshu’. Op de voorbije voorjaarsvergadering van het Euro-Verein, die dit jaar doorging in ons Centrum in Antwerpen, werden deze zeven ‘patriarchen’ onder de loep genomen. Over één van hen, Tao - Ch’o die door Shinran werd aangeduid als tweede Chinese patriarch, kunt U verder in dit nummer de bijdrage lezen van één van onze sangha - leden. Shinran vond Tao - Ch’o belangwekkend o.a. omwille van diens vaststelling dat mappō (het tijdperk van ‘verwatering’ van de Leer en de onmogelijkheid om de Verlichting te realiseren) alleen van toepassing was voor de volgelingen van het ‘pad der wijzen’ - niet voor de volgelingen van het ‘gemakkelijke pad’, het pad van het Reine Land…
Niemand kan ontkennen dat het in de huidige samenleving niet evident is een spirituele weg ten volle te gaan. Niet alleen de eigen tradities, ook ‘vreemde’religies staan onder kritiek, ‘het is niet meer van deze tijd’, de koele technologische wereld wordt geacht op alles een antwoord te geven. Toch is de belangstelling voor spiritualiteit niet verdwenen - hoe oppervlakkig en tijdelijk van gedaante die soms ook is. De dagelijkse zorg voor gezin en familie, de noodzaak om in het levensonderhoud te voorzien, prestatiedruk vanuit de omgeving maken dat er weinig tijd overblijft voor intensieve religieuze oefeningen. Aan de patriarchen en Shinran hebben wij het te danken, dat er een mogelijkheid gecreëerd werd om op een efficiënte manier het pad van de Boeddha te bewandelen! In deze Ekō hebben wij een bijdrage opgenomen over ‘De Praktijk van de Jōdo-Shinshū’ - een voordracht die vorig jaar werd gegeven in het kader van onze lessenreeks over ‘Jōdo-Shinshū- de Boeddha Weg van het Vertrouwen.’ Hoewel de meeste van onze lezers wellicht wel weten wat deze Weg van het Vertrouwen inhoudt - vonden wij het toch de moeite deze lezing te publiceren, omdat de schoonheid van de Boeddha - dharma, en de wijze waarop Shinran deze interpreteerde naar de praktijk en de uiterste consequenties toe, hier nogmaals aan het licht komen.
Hoewel er eigenlijk al een soort vertrouwen nodig is om aan deze weg te beginnen, moeten wij toch groeien naar een gemoed van volkomen Vertrouwen, shinjin. Dit Vertrouwen rijst op met de spontane Nembutsu. Alles zit in Vertrouwen en allereerst ‘openheid’, misschien wel synoniem voor Vertrouwen. Weinig vertrouwen betekent weinig openheid, wantrouwen en afwijzing van alles wat anders is. Naarmate vertrouwen (en openheid) toenemen, beginnen alle wezens rondom ons zichtbaar te worden. Als de wezens zichtbaar worden, kunnen we ze echt kennen, en worden ze ook aanvaardbaar. En zo kunnen wij langzaam binnenzeilen in het bereik van Wijsheid en Mededogen, en deelachtig worden aan de werkzaamheid van Ander-Kracht.
De herfstdevotieperiode Ō-Higan, die dit jaar bij ons op eenentwintig september wordt gevierd, is een moment waarop het proces van overgaan van de ene oever naar de andere oever herinnerd wordt. Van de ene oever - daar waar de wezens angstig en gesloten zijn - naar de andere oever, daar waar de wezens vertrouwen, en open zijn omdat Amida, het onmeetbare licht en leven zich aanbiedt. Dat is het uiteindelijke doel van de Jōdo-Shinshū: niet zozeer zin en betekenis vinden van het leven, maar het leven zélf vinden door het ten diepste te ervaren. Deze spiritualiteit gaat tot het uiterste, veel verder dan de ambitie ‘een beter mens te willen worden’…
M.S.
|
|
|
|
|
|
Ekō 98 |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |