Myōkai R. Franck
In deze reeks worden enkele essentiële leerpunten van de Leer gebracht, die aan de basis liggen voor het onderricht van alle scholen en stromingen. Ook shinboeddhistische leerpunten worden behandeld. Hiervoor werd selectief geput uit ‘272 Vragen en Antwoorden over het Boeddhisme, ten behoeve van de Shinboeddhist’, een onuitgegeven werk van de hand van de auteur.
Wat is ‘samsāra?
De innerlijke, subjectieve en voor ons fenomenale wereld.
Andere benamingen en benaderingen zijn:
- de lijdensexistentie,
- de wereld van het fenomenale,
- de kringloop-van-geboorte-en-dood,
- (de wereld van) alles wat ontstaat (samenkomt, ‘geboren’ wordt) en weer uiteenvalt,
- het bestaande.
Samsāra is de wereldse tegenhanger van nirvāna.
Wat zijn de eigenschappen van samsāra?
(1) lijden (duhkha)
(2) veranderlijkheid (anityā)
(3) zelfloosheid, substantieloosheid.
Aan deze drie eigenschappen (tri-lakshana) werd later in het mahāyāna toegevoegd:
(4) de uitdoving (nirvāna) [2]
Wat is het lijden?
Het lijden in al zijn vormen: lichamelijk (veroorzaakt door ziekte…), existentieel (onvrede met de bestaanssituatie) en geestelijk/psychisch (verdriet, angst, ellende, wanhoop, frustratie)
Wat is ‘veranderlijkheid’?
Je kunt nooit tweemaal in dezelfde rivier stappen. (Heráclitos van Efese)
Veranderlijkheid betekent in de eerste plaats dat alle dingen, ook het 'zelf', veranderlijk, zonder permanentie zijn, nooit op dezelfde wijze blijven voortbestaan; zij verdwijnen en vallen uit elkaar van ogenblik tot ogenblik.
Wat is de oorzaak van de veranderlijkheid?
Het feit dat alles (alle dingen, alle wezens) samengesteld, oneigen, substantieloos (anātman, non-atman), onvolmaakt, onvolkomen is
en dat er niets in te vinden is dat uitsluitend op zichzelf kan bestaan, los van alle andere dingen.
Elk ding (dharma) heeft een ander ding nodig, waardoor het betekenis krijgt.
Elk ding is een knooppunt, ook ‘ik’.
Wat zijn de gevolgen van de veranderlijkheid?
Alle samsarische fenomenen zoals evolutie,‘vooruitgang’ vergankelijkheid (waardoor wij ouderdom, ziekte en dood ervaren), kortom: het lijden.
Wat is hiervan het psychische en spirituele belang?
Zolang we de waarheid dat veranderlijkheid een noodzakelijk en zelfs essentieel onderdeel van alle levensactiviteiten uitmaakt, niet diep in onszelf kunnen beseffen (en aanvaarden), blijven we vastkleven aan fenomenen die we als ‘goed’ of ‘slecht’ (en als lijden!) ervaren.
Bovendien, door het éne tegenover het 'andere' te plaatsen scheppen we in ons gemoed tegenstellingen. Het resultaat is dat we een wereld van dualismes scheppen waarin we moeten leven.
Wat is zelfloosheid, substantieloosheid?
Zelfloosheid of substantieloosheid betekent dat er in al het bestaande (en bijgevolg ook in het ‘zelf’), niets is dat een onveranderlijke eigenheid, een ‘zelf’, is of heeft.
Alle bewustzijnservaringen zijn mentale creaties, relatief en samengesteld, geschapen door de geest. Zij zijn niet de werkelijkheid noch de waarheid.
Wat is dan de zin van het leven?
° De dingen, omstandigheden én de wezens te zien zoals ze zijn, elk ding of wezen ook te aanvaarden zoals het is. Ze zo niet (willen) aanvaarden is de bron van menselijke onvrede, lijden; de Leer van de Boeddha wordt niet gediend door een afkeer van de wereld.
° Je verzoenen met de samsarische existentie, getekend door veranderlijkheid, lijden, ouderdom en dood, en je te integreren in de wereld waarin je karmisch geplaatst bent.
° In de wervelstorm van samsāra te blijven en daar wijsheid en heilzame middelen te ontwikkelen - om wezens tot bevrijding te brengen. (Vimalakīrti-nirdeśa)
° De juiste (shin-)boeddhistische manier van denken (en leven) is het leven en de wereld te zien als een eenheid en als de Eén-heid van de Verlichting.
° Een zin aan het bestaan te geven.
Wat is uitdoving (nirvāna)?
De ‘uitdoving’ [3] (zoals van een vlam of vuur) van het ‘zelf’, van elk ego- of ‘ik’-bewustzijn en van alle passies (begeerten, gehechtheden…) die de wezens vastketenen aan de kringloop-van-geboorte-en-dood.
[2] Andere criteria zijn (1) vergankelijkheid, (2) onderlinge afhankelijkheid, een samenhang die geregeerd wordt door het oorzaak- en gevolgprincipe (karma, pratītya samutpāda), (3) zelfloosheid, substantieloosheid van de dingen (ook van het ‘zelf’), (4) leegheid en (5) Wijsheid-Mededogen.
[3] Met ‘uitdoving’ (van ‘iets’, zoals het ‘zelf’) wordt niet bedoeld dat het resultaat een ‘niets’ is. Gedoofd vuur werd in het oude Indië als ‘onzichtbaar’ of ‘onvatbaar’ begrepen en niet als ‘niet-bestaand’.
|
|
|
|
|
|
Ekō 98 |
|
|
|
|
|
|
Wat Is Het Boeddhisme? |
|
© 2003 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |