Editoriaal

Op verscheidene plaatsen in dit nummer wordt verwezen naar problemen die bestaan rond de praktijk in de Jōdo-Shinshū. Het is één zaak te zeggen dat er een ‘niet-praktijk’ is in Jōdo Shinshū, de draagwijdte daarvan kunnen doorzien en aanvaarden is heel wat anders…Het is dan ook niet evident voor iemand die tot de Leer van de Boeddha wordt aangetrokken omwille van het vrijzinnig humanistisch/religieus perspectief dat wordt geboden, wars van dogmatiek…

In de bijdrage over Shan-tao (p. 15) worden de grenzen afgetast waarbinnen de ‘niet – praktijk’ gebeurt. De carričre van een shinboeddhist speelt zich af in het spanningsveld tussen het zich toewenden tot de praktijk volgens Shinran, en anderzijds het zélf willen in handen nemen van zijn spirituele ontwikkeling.

Voor een theoretische uiteenzetting omtrent de ‘Juiste Praktijk’ verwijzen wij naar het dertiende deel in onze reeks ‘Filosofie en Mystiek van de Jōdo – Shinshū’, op p. 5. Shinran Shonin wou duidelijk maken dat de Grote Praktijk, of Juiste Praktijk zich afspeelt overheen de gehechtheid, ook aan concepten zoals ‘praktijk’ of ‘niet-praktijk’.

In de bijdrage ‘Wat is het Boeddhisme’ staat een citaat van Shitoku (p. 25): “zolang we blijven staren naar 'dingen' - zelfs naar afbeeldingen van Amida of Śākyamuni - overeenkomstig de subject/objectdualiteit die we zorgvuldig opgezet hebben, net zolang blijven we verstrikt in onze intellectuele begoochelingswereld.” Shinjin speelt zich af in een gemoed dat alle concepten heeft doorzien, en bereid is overheen het opsplitsend denken naar een onmiddel-lijke ervaring van de dingen ‘zoals ze zijn’ te stappen. Tot op dat punt blijven alle voorbije inspanningen slechts pogingen.

Misschien vinden wij inspiratie in het boek van D.T. Suzuki ‘De Boeddha van het Oneindige Licht’, dat op p. 20 kort besproken wordt. Ook voor Suzuki is het duidelijk dat alleen de waarachtige, oprechte overgave aan Amida –zonder bijbedoeling of berekening - naar de andere oever leidt. Maar hij weet ook dat ‘we nooit door Amida zullen opgetild worden als we niet eerst al onze vermogens en mogelijkheden benutten, hoe hulpeloos en onwetend we ook zijn’. We kunnen Amida niet zien staan op de andere oever, voordat we zelf alles hebben gedaan wat we kunnen. ‘Streven naar bevrijding is dus ook een voorwaarde voor bewustwording…’

Het is dan waarschijnlijk ook normaal dat de meesten van ons eerst beantwoorden aan het profiel van de volgelingen volgens de 19e en de 20e gelofte. Pas wanneer de kracht van de 18e Gelofte werkzaam kan worden, door het éénmaal in volkomen vertrouwen uitspreken van de Naam, breekt het beslissende moment van overgave door. Dan worden wij ‘meegesleurd’, zoals een tafellaken dat men opneemt in het midden, waardoor de rest vanzelf mee komt, om een beeld van Suzuki te gebruiken.

(M.S.)

Ekō 99

jikōji - 慈光寺

© 2003

info-at-jikoji.com

            home