Enkele lezers hebben ons een overdenking overgemaakt, bij het verschijnen van Ekō 100.
Lut Van Schoors
Begin 1981 verscheen er op de frontpagina van de krant een foto van een boeddhistisch priester met daaronder de veelzeggende titel "Boeddha in Vlaanderen". Het bijhorende artikel vertelde over Adriaan Peel, die net in Japan tot Shin-priester was gewijd en in Antwerpen een kleine tempel leidde. In een geïnspireerd moment schreven we Shitoku onmiddellijk aan en reeds enkele dagen later kregen we een hartelijke brief en enkele exemplaren van vroegere Eko's toegestuurd.
Dit was de start van een zeer bijzondere vriendschap.
Eigenlijk wisten we - ondanks onze interesse en de enkele boeken die we hadden gelezen - heel weinig van het boeddhisme af. We stonden nog maar aan het beginpunt van het achtvoudige pad en het is Shitoku die heel behoedzaam en deskundig onze eerste stappen heeft geleid. Als zovelen van onze generatie waren we opgevoed vanuit het klassieke, westerse, katholieke waardenpatroon, goedbedoeld door verantwoordelijke en principiële ouders. Van thuis uit kregen we een spirituele vorming mee, een sociale betrokkenheid en gevoeligheid voor het recht van de zwakste. Die vaardigheden hebben ons uiteindelijk naar het (Shin-)boeddhisme gebracht, toen we binnen ons eigen kader niet meer de antwoorden vonden op toch wel prangende vragen.
Ik zal mij bijvoorbeeld altijd herinneren wat een opluchting het was de vier Edele Waarheden te ontdekken. Jaren al was ik aan het zoeken naar de zin van verdriet, pijn, mistevredenheid, rusteloosheid… En dan lees je wat de Boeddha daarover zegt, wat hij vaststelt: dat alle bestaansvormen door verdriet, pijn, mistevredenheid, rusteloosheid… getekend zijn. Dat dit alles geen eigenlijke betekenis heeft, dat het immers onze ego-gekleurde perceptie is die ons steeds weer parten speelt en dat we daar iets kunnen aan doen, dat we anders naar de dingen kunnen leren kijken, dat we dat ego kunnen doorprikken, het loslaten, het bevrijden…
Het gevoel van vrijheid, het gevoel van vol-van-mogelijkheden-leegheid dat dit inzicht me heeft gegeven is sindsdien nooit meer echt verdwenen. Het is één van de belangrijkste redenen waarom ik drievoudige toevlucht heb genomen.
Veel van wat ik nu weet heb ik uit Ekō gehaald. Bij het verschijnen van het vijftigste nummer schreef ik dat Ekō mij had gevormd, verruimd, bevestigd. Daar blijf ik bij. Het artikel van K. T. Tsuji over "Mededogen" (Ekō 29, maart '85) dat ik toen aanhaalde is nog altijd van het mooiste dat ik over dit onderwerp las en als het ook maar enigszins kan, lees ik er op een of andere cursus uit voor.
Je ontmoet de belangrijke mensen in je leven niet zomaar toevallig.
De kennismaking met Shitoku is dan ook sterk bepalend geweest voor onze verdere groei. Niet alleen op het gebied van de Dharma, al was dàt op zich al waardevol genoeg. Maar ook als tempelpriester, als mens, als vriend, is hij er altijd. Soms meer op de voorgrond, soms minder dichtbij, maar altijd aanwezig. Al die jaren lang, bij prettige én bij droevige momenten: de zalige sushi's die mevrouw Takashio klaarmaakte voor de tempelfeestjes, het bezoek van de eerwaarde heren Yamasaki en Mijaji die in Brugge voor het eerst westerse kindjes de Nembutsu hoorden zeggen, het Hanamatsuri - feest met de splinternieuwe babyboeddha in de tuin te Poederlee, de drukke Europese Shin- conferenties waar vriendschappen zijn begonnen die nóg duren, de sporadische bezoeken bij ons thuis waar de jongens naar uitkeken als kwam sinterklaas, de brieven wanneer we met iets zaten,… En ook de eerlijkheid, de steun, de begeleiding toen Luc ziek werd en stierf, de waardige en troostende dienst bij zijn crematie, de warmte die ik achteraf mocht voelen als was ik 'omvat en nooit meer losgelaten', de wijze raad en de waardering die ik kreeg, de aanmoediging en het geloof in me, en niet zo lang geleden nog de gezellige gesprekken na de zaterdagcursussen aan tafel in de Leemputstraat met een glas ijsthee of een mandarijntje (ik kreeg er telkens nog eentje mee voor op de trein).
Shitoku, bij de honderdste Ekō wil ik je bedanken voor al de vorige en voor alles wat je voor ons betekent.
Shitoku, kalyanamitra, ik breng mijn handen bijeen en buig mijn hoofd,
in gasshō, Lut.
Hubert Eerdekens
‘Hiermede feliciteer ik de Jikoji-Sangha met de verschijning van nummer 100 van Ekō. Dit is tevens een goede gelegenheid om onder woorden te brengen dat Jikoji veel te danken heeft aan zijn stichter Shitoku A. Peel en aan de onvoorwaardelijke toewijding van de Jikoji-Sangha. Gaarne wens ik de Jikoji-Sangha nog vele goede jaren toe.
Gasshō.
Alena Wenes
‘Gezondheid is het hoogste goed
Tevredenheid de grootste schat
Ingetogenheid van de geest de beste vriend
Nirvana de opperste Gelukzaligheid’
René Van den Langenbergh
Dinsdag 17/12/1991. Mijn allereerste bezoek aan Jikoji. Het was Amida-Kyo verdorie! Nog een geluk dat Daniëlle Girardin de dienst deed. Bedankt Daniëlle, ik mis je nog steeds.
Toen ik voorzitter werd, had ik een soort stroeve haat-liefde verhouding met Shitoku. In de loop der jaren veranderde dit in een diep respect. Bedankt Shitoku, voor het geduld, het vertrouwen, de wijsheid en de Westmalles. Bedankt aan iedereen die mij de afgelopen jaren geholpen heeft. Ik zeg het niet altijd met zoveel woorden, en laat het ook niet altijd blijken, maar ik waardeer enorm wat jullie voor mij hebben gedaan. Dank U Amida en Shinran.
Dat het Centrum voor Shin-Boeddhisme nog lang een steun en toeverlaat kan zijn aan iedereen die het nodig heeft.
In gassho, René Van den Langenbergh, februari 2004.
José Pimienta
The Hungry Tigress - A classic Jataka tale
‘Thoughts On The Jatakas’ by Rafe Martin
Once, long, long ago, the Buddha came to life as a noble prince named Mahasattva, in a land where the country of Nepal exists today. One day, when he was grown, he went walking in a wild forest with his two older brothers. The sky seemed alight with flames.
Suddenly, they saw a tigress. The brothers turned to flee, but the tigress stumbled and fell. She was starving and desperate, and her two cubs were starving too. She eyed her cubs miserably and, in that dark glance, the prince sensed long months of hunger and pain. He saw too that unless she had food soon, she might even be driven to devour her own cubs. He was moved by compassion for the difficulty of their lives. "What, after all, is this life for?" he thought.
Stepping forward, he removed his outer garments and lay down before her. Tearing his skin with a stone, he let the starving tigress smell the blood. Mahasattva's brothers fled. Hungrily, the tigress devoured the prince's body and chewed the bones. She and her cubs lived on, and for many years the forest was filled with a golden light.
Centuries later, a mighty king raised a pillar of carved stone on this spot, and pilgrims still go there to make offerings even today.
Deeds of Compassion live on forever.
In this powerful and mysterious story, deep compassion, that profound, spontaneous inner urge to help others, is clearly and unhesitatingly embodied.
Uit: The Path Of Compassion, Writings on Socially Engaged Buddhism
Bart Cuppens
Ik was al langer bezig met boeddhisme, zo zocht ik vragen en antwoorden rond de thema’s mensen, leven, dood,… Ik probeerde zo goed mogelijk te zoeken naar antwoorden op vragen zoals: waarom gebeuren er onaangename dingen zoals de dood? Door meditatie was ik steeds meer bezig, en zag niet waar het echt om draait: niet alles vraagt een verklaring, maar eerder een aanvaarding.
Langzaam aan begon ik meer en meer te zoeken naar meer informatie rond het Boeddhisme. Zo kwam ik uit op de site van Jikōji. Via een e-mail kwam ik in contact met Fons: hij heeft ervoor gezorgd dat ik mij meteen thuis voel bij jikoji.
Persoonlijk vind ik het Shin niet echt iets voor mij. Voor mij is meditatie zeer belangrijk en het Shin spreekt over vertrouwen. Maar, ik kan geen vertrouwen hebben voordat ik weet wat dat vertrouwen is. En toch blijf ik naar de tempel gaan. Ik weet niet voor hoelang, maar ik weet wel waarom: om dezelfde reden als die wolk in de lucht.
Ondertussen ga ik een half jaar naar de tempel en wil met deze iedereen bedanken die meewerkt om Jikoji en Ekō te laten bestaan. Merci sangha, Bruno, Shitoku en zeker Fons niet vergeten die er voor zorgt dat ik er elke week kan bij zijn.
Marcus Cumberlege
Amida’s Mind
Don’t make things too difficult,
For yourself or for others.
Take what is given to you,
It comes from Amida’s Mind.
This autumn day with its leaves
Golden against a blue sky -
Grasp its promise with both hands,
It will never dawn again.
Impossible dreams haunt us
And some things have to be done.
Let us surrender our will
To a power greater than ourselves.
Marcus
6th November 2003
|
|
|
|
|
|
Ekō 100 |
|
© 2004 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |