Thomas Moser
Deze voordracht werd gehouden tijdens de 13th European Shin Conference in Antwerpen, in augustus 2004. Thomas Moser is tempelpriester en hoofd van de sangha in Bad Reichenhall (Z. Duitsland)
Het Lankavatara Sutra (letterlijk: bezoek van de Boeddha aan Lanka) is één van de belangrijkste boeddhistische leerstukken. Door Bodhidharma naar China gebracht in de 6e eeuw, werd het algauw de basis voor de ontwikkeling van het Chinese Chan-boeddhisme. In China zijn de boeddhistische scholen van het Reine Land en Ch’an ontstaan tijdens een lange periode van symbiose, waarvan men niet altijd beseft dat die nog altijd doorgaat.
Tussen de 6e en de 9e eeuw beoefenden de Chinese Ch’anmeesters zowel de Nien-fu als de eigen Ch’an technieken. [4] (…)
In de Europese culturen, gedomineerd door het christendom, werden de diverse scholen van het boeddhisme ontdekt door de studie van de vele sermoenen van de Boeddha, die over een tijdspanne van 2500 jaar werden overgedragen. Elke boeddhistische school heeft haar eigen favoriete teksten waarop wordt gesteund, terwijl andere teksten dan weer een secundaire rol spelen. Voor de Jōdo Shinshū zijn de drie Reine Land Sutra’ s van het grootste belang.
De Japanse vorm van ‘de essentie van Jodo Shū’ – de Jodō-Shinshū – behoort tot de Mahayana hoofdstroming en de wortels ervan gaan terug tot in India.
Ik was benieuwd welk belang deze wortels hadden om de Jōdo Shinshū in onze huidige tijd te begrijpen.
Daarom heb ik een secundaire tekst genomen, het Lankavatara sutra, en deze nauwgezet bekeken. Het resultaat was echt verrassend. Voor dit onderzoek heb ik de Duitse vertaling gebruikt van Heinz Golzio [5] (1996) – een directe vertaling uit het Sanskriet, en de vertaling door D.T. Suzuki (naar het Engels) [6] .
Enerzijds wordt er gezegd dat het Lankavatara sutra gebaseerd is op de eerste fase van het mahayana – denken, nl. de Madhyamika school, maar blijkbaar werd dit sutra niet vernoemd door Asanga en Vasubandhu. Anderzijds voorspelt Boeddha Śakyamuni in het Lankavatara sutra de komst van Nagarjuna – die leefde vóór Asanga en Vasubandhu die dikwijls naar hem verwijzen. [7] Dat betekent dat het sutra vroeger moet zijn ontstaan. Trouwens, Nagarjuna en Vasubandhu zijn de eerste twee patriarchen van de Jōdo Shinshū. Het waas van de geschiedenis belet ons een duidelijk inzicht in de ware toedracht – ook de vraag of Shinran dit sutra kende moet onbeantwoord blijven.
Maar dergelijke tegenstrijdige feiten behoren nu eenmaal tot de realiteit van elke sutra… Ook is het nogal verbazingwekkend dat het sutra, ondanks het belang ervan, nog altijd nagenoeg onbekend is in het westen. Vóór de vertaling door Golzio in het Duits, was er nog maar één andere westerse vertaling, nl. deze door Suzuki naar het Engels [8] . Karl Heinz Golzio denkt dat de reden hiervoor enerzijds is de duidelijke taal, die staat tegenover de zeer chaotische opmaak van het sutra. Hij noemt het sutra een onbetreden tuin waarin nog veel te ontdekken valt.
In mijn opinie ligt de sleutel tot het begrijpen van het sutra in ‘cittamātra’, ‘werkelijkheid als zuiver bewustzijn’.
Dat alles zuiver bewustzijn is, is ook het uitgangspunt van het Avatamsaka Sutra, dat als ondertitel draagt: ‘Verschijning van Amitabha’.
Prof. Hisao Inagaki zei mij ooit, in antwoord op een vraag die ik hem had gesteld: ‘naast de drie Reine Landsutra’s is het Avatamsaka Sutra het belangrijkste’.
Maar wat is nu de waarde van het Lankavatara sutra?
Het is geen filosofisch traktaat in strikte zin, maar het verheerlijkt de Volkomen Wijsheid die bekomen wordt door religieuze ervaring. Alleen deze manier van kennen kan ons doen begrijpen wat het sutra ons vertelt: ‘de leer van suñyatā (‘leegheid’ - Jap. ‘ku’)
Nagarjuna verklaarde ons dit concept waardoor Boeddha Gautama de heersende inzichten van zijn tijd aan scherven sloeg: ‘niets is onveranderlijk, alles wat is verandert onophoudelijk, daarom is er geen permanente kern te vinden in de dingen, er is geen begin en geen einde in de dingen. Nagarjuna trekt daaruit de conclusies: de veranderlijkheid zelf is de inherente natuur van alle dingen. Dat is in feite niet mogelijk, want veranderlijkheid zou dan iets eeuwigdurends zijn. Maar dat behoort tot onze manier van kennen vanuit een dualistische optiek… Hoe kan iets tezelfdertijd waar zijn en onwaar? De ware natuur van de dingen is overheen ons begrip!
De zichtbare wereld is een illusie. Dingen ontstaan en vergaan in de geest. Maar indien zij absolute geest zijn en bijgevolg de hoogste realiteit, dan is de bekende conclusie: ‘er is geen schepping omdat er geen schepper is’ ook waar en onwaar tezelfdertijd.
Helpt deze uitspraak mij in het alledaagse leven, in mijn ontwikkeling? Ik denk het niet. Men kan veel ontdekken door het analytisch intellect en door ernstig onderzoek, en men kan het ook neerschrijven op papier om het tastbaar te maken. Dit kan soms een hulp zijn, maar het is geen garantie voor ‘werkelijk’ begrijpen.
Shinran zegt in de Mattosho brief 5 over jinen (de werkelijkheid zoals ze is): “Nadat wij beseffen dat dit de werkelijkheid is zoals ze is, moeten we daarover niet steeds opnieuw praten. Als iemand over jinen blijft praten, dan wordt de waarheid dat Ander-Kracht niet-zelfwerkzaamheid vooronderstelt, opnieuw een probleem van zelfwerkzaamheid. Dit is het mysterie van de wijsheid van de Boeddha.” [9]
Vooral Nagarjuna heeft de uiteindelijke werkelijkheid gezien van de Boeddha’s in hun land en hij vereerde Amitabha. [10]
Religie heeft van oudsher nooit veel te maken gehad met ‘kennis’ maar met intuïtie en wijsheid. De ‘philo’ (liefde) voor de ‘sophia’ (wijsheid) in de traditionele betekenis, ontsnapt aan heersende normen, en vereist telkens opnieuw te worden gerealiseerd en vernieuwd. De gebruiksaanwijzing kan dan ook niet gevonden worden in een bibliotheek. Maar net daardoor, kan zoveel misbruik gemaakt worden van religie. Ik zou het zo willen uitdrukken: ‘De ervaring van wijsheid gebeurt in beelden, niet in letters, kanji of woorden.’ Shinran Shonin gebruikte beelden, bijvoorbeeld door te stellen dat wij allemaal ‘bombu’ zijn, dwaze wezens in spirituele zin, en zei ons niet wanhopig te zijn, integendeel, dit kan zelfs de ‘meststof’ zijn voor het werk van Amida Boeddha’s kracht. In andere woorden, voor de geboorte van Amida Boeddha in onze geest.
Laat ons nu wat nader kijken naar enkele delen van het Lankavatara sutra en proberen te begrijpen ‘met de wijsheid van het hart’. Shinran noemt dit: ‘mompō’, luisteren met het hart.
Sagāthakam – Het Hoofdstuk met Verzen [11]
Gesprek tussen Mahamati en de Boeddha – waarbij niet steeds duidelijk is wie tot wie spreekt.
Vers 22: “Een expert in alle dingen is niet alwetend. (…) De onwetenden maken onderscheid om te kunnen denken: ‘Ik ben de verlichte van de wereld’, maar ik ben niet verlicht en ik verlicht niemand.”
‘Betreffende de Nembutsu: niet - werkzaamheid is werkzaamheid. Dit is iets onbeschrijflijks, onverklaarbaars, onvoorstelbaars. Aldus verklaarde de meester. [12] ’ - We kennen natuurlijk allemaal deze passage uit de Tannishō…
In hoofdstuk 6 van de Tannishō, zegt Shinran: ‘Ik Shinran, ik heb zelfs niet één discipel. De reden hiervoor is wat volgt: moest ik iemand door mijn berekeningen ertoe brengen de nembutsu te zeggen, dan zou die persoon blijkbaar een discipel van me zijn’.
Het Lankavatara sutra benadrukt steeds opnieuw dat het geloof in het geschreven woord moet verworpen worden. Dit blijkt ook uit een ander voorbeeld: “Iemand die waarheid onderwijst gebaseerd op het geschreven woord, is een babbelaar, want de waarheid ligt overheen de woorden. Voor deze reden hebben ik en andere Boeddha’s en bodhisattva’s in de geschriften verklaard dat niet één letter werd geuit door de Tathagata. Voor welke reden? Omdat de waarheid niet afhankelijk is van woorden.”
Vers 73 van het Lankavatara sutra stelt: “Zo lang filosofen, die verward blijven door de logica, niet overheen de woorden gaan en doorgaan het gediscrimineerde te scheiden van hetgeen gediscrimineerd wordt – zo lang zullen zij de waarheid niet zien…”
Vers 25: “Ik realiseer Nirvana noch door (middel van) bestaan, noch door (middel van) ontstaan noch door (middel van) kenmerken. Ik zal Nirvana realiseren wanneer vijñāna (de waarheid van de relatieve wereld), die veroorzaakt wordt door differentiëring, verdwijnt.”
Wat betekent dit voor onze praktijk? Alleen de Nembutsu uitspreken!
Toevlucht nemen in de Boeddha is de praktijk om vertrouwen te laten oprijzen, om zich te openen, en dan, de Nembutsu uit te spreken als een dankbaar antwoord. Het Reine Land is hier en nu, overheen relatieve kennis.
Vers 37: ”De onwetenden zien in hun verwarring ontstaan en vergaan, maar zij die de hoogste wijsheid bezitten, zien noch ontstaan noch vergaan.”
Nu vraag ik U: waar ligt het verschil tussen jiriki en Tariki, indien de wateren van de dharma - oceaan zich mengen en één worden van smaak?
Vers 44: “De wereld is niets anders dan een geestesconstructie; een vloed aan standpunten afhankelijk van personen en dingen; indien de wereld zou waargenomen worden op de juiste manier, zou een radicale verandering (in de geest) plaatsvinden— dat mijn zoon, is diegene die verbonden is met Volkomen Wijsheid”.
Het ‘omkeren van de basis’ – ‘de omvorming tot het hier en nu’ zijn uitdrukkingen die onze traditie gebruikt om ‘shinjin’ te beschrijven. De radicale omkering in het denken is het resultaat van het ‘luisteren met het hart’.
Vers 53: “Indien de geest vrij is van conditionering en van eigenschappen van een ‘zelf’, verwijlt deze niet langer in het lichaam – dan bestaat er geen ‘buitenwereld’ meer”
Vers 55: “Daarom bouw ik verschillende vormen en beelden op uit de dingen en voed ik mijn zonen op, maar de grens van de werkelijkheid kan alleen gerealiseerd worden in het eigen gemoed.”
Opnieuw vind ik hier de uniciteit terug van jiriki en Tariki. Hierdoor wordt ten andere duidelijk dat Shinjin -behorende tot Tariki- niet ‘in bezit kan genomen’ worden, zoals dikwijls wordt gezegd. Ik kan de Totaliteit niet bezitten indien ik deel uitmaak van de Totaliteit!
En Shinran Shonin? Hij toont ons beelden, net zoals zijn leraar Hōnen Shonin. Hij laat beelden groeien in ons. Daarom verwijst hij naar de patriarchen, die voor ons reeds hebben gekozen voor de Drie Reine Land Sutra’s.
Het oprijzen van de Voortijdelijke Gelofte, de manifestatie van Amida (die eigenlijk bestaat uit Amitābha en Amitāyus), de verzekering van Sukhavatī, het Land van de Gelukzaligheid: het zijn allemaal beelden die oprijzen, waardoor het onbegrijpelijke een beetje begrijpelijk wordt gemaakt voor gewone mensen zoals wij. En uiteindelijk leiden zij tot de ervaring van Wijsheid.
Als voorbeeld kun je bijvoorbeeld denken aan de ‘raigo’ de verschijning van Amida op het moment van de dood…
Hoop, vertroosting, vertrouwen zijn middelen van Mededogen en niet het resultaat van logica.
Waar vinden wij een beeld over de werkzaamheid van Amida in het Lankavatara Sutra? Bijvoorbeeld in vers 76: “Hier zijn geen Sravakas en geen Pratyekabuddhas. Indien U een gestalte van een Sravaka of een Boeddha voor de geest roept, dan is het een verwante verschijning als Bodhisattva, wiens natuur mededogen is.”
In de sectie ‘Eigenschappen van transformatie’ zegt het Lankavatara Sutra: “Maar de heilzame (niet-)gevolgen die voortvloeien uit het realiseren van de Volkomen Wijsheid vloeien onmiddel-lijk voort uit de wil van de Tathāgatha’s, en behoort niet tot de wetmatigheid van samsara. Deze Tathāgatagarbha zal herboren worden – oorzaak van Nirvana, vreugde en lijden. Dit zal niet begrepen worden door de onwetenden, wiens gemoed verstoord is door leegheid (suñyatā)”
Het is hier dat de paradoxale ommekeer plaats vindt.
Shinran zegt: “Zelfs de goede mens verwezenlijkt de geboorte, hoezeer dan ook de slechte.” [13]
“ Nirmanakaya Boeddha’s zijn niet buiten de karmische vormingen ontstaan; zij hebben geen Tathāgataschap in zich, maar buiten hen is er ook geen Tathāgataschap. Zoals de pottenbakker die in (zijn werk) afhankelijk is van diverse combinatiemogelijkheden, zo handelt de Nirmanakaya Boeddha voor de voelende wezens. Hij leert de doctrine van de ‘geschikte middelen’, maar niet de leer die de waarheid toont zoals ze is en behoort tot het gebied dat zelf moet vervuld worden.”
Vergis ik mij als ik hierin Amida en de Gelofte zie?
Vers 139: “Indien namen, verschijningen en verbeeldingen die geboren zijn door oorzaken en omstandigheden niet meer bestaan, dan is dit het kenmerk van de hoogste Wijsheid.”
Ik heb het concept van jinen reeds eerder vermeld. Shinran zegt: “…De verheven Boeddha is vormloos, en omwille van zijn vormloosheid wordt hij jinen genoemd. Wanneer deze Boeddha wél vorm krijgt, wordt hij niet langer de Verheven Boeddha genoemd. Om ons ervan bewust te maken dat de Ware Boeddha vormloos is, wordt hij nadrukkelijk Amida Boeddha genoemd. Amida Boeddha is het middel dat ons de mogelijkheid biedt jinen te verwezenlijken” [14]
Vers 140: “De wereld is gevuld met verschijningsboeddha’s, Nirmanakaya Boeddha’s, wezens, Bodhisattva’s en Boeddha - Landen.”
Vers 141: “De Dharma Boeddha’s, de Nirmanakaya Boeddha’s, en deze die getransformeerd zijn ontstaan allemaal in het Land van Gelukzaligheid van Amitabha.”
Ja! Śakyamuni Boeddha is een manifestatie van Amitabha!
Misschien zegt U nu: ‘Het is mogelijk alles zo te manipuleren tot de gewenste overeenstemming is gevonden.’ Je hebt misschien gelijk! Wij zoeken allemaal naar bewijzen voor dingen die wij als ‘waar’ ervaren hebben.
Shinran vroeg: “Hoe kan ik weten wat uiteindelijk goed of slecht is?” Ik weet het ook niet, maar hier is een ander antwoord: Boeddha Gautama legde ons niet zijn maar De leer uit. Niets meer en niets minder dan de wetmatigheid van het universum.
Indien we kijken naar de leer over de wetmatigheid van karma, de Vier Edele Waarheden en de Trilakśana (Aniccā, Anattā en Dukkha) – om maar de grote peilers van de Theravada basis te vermelden - dan kunnen we zien dat de tweede omwenteling van het rad van de Leer, de Mahayana beweging met het bodhisattva – ideaal en Amida’s Mededogen niet mogelijk zou geweest zijn zonder deze basis.
Shinran zegt ons in Tannisho 2 heel duidelijk “Als Amida’s Voortijdelijke Gelofte waarheid is, dan kan Sakyamuni’s lering geen bedrog zijn.” En zo gaat hij verder langs de patriarchen van de Jōdo-Shinshū en eindigt met te verklaren “dan kan de inhoud of de betekenis van hetgeen ik zeg voorzeker ook geen ijdel gepraat zijn.” En: “vermits ik iemand ben voor wie om het even welke praktijk moeilijk te vervullen is, dan zou de hel alleszins toch mijn natuurlijke woonst zijn!”
Indien de leer van het Reine Land een gevolg is van de ontwikkelingen in het Mahayana, dan kan de basis van Mahayana of Theravada niet minder waar zijn of onvolledig.
Indien dit zo is, en ik geen twijfels heb, dan zijn vele dingen die wij als Shinboeddhisten gemakkelijk terzijde schuiven, toch belangrijk, zoals het Edele Achtvoudige Pad.
Hoe zou ik een Shin Boeddhist kunnen zijn zonder eerst en vooral het pad te volgen, dat ons werd getoond door de historische Boeddha? Het mag provocerend klinken in dit gezelschap, maar ik deel ook de mening dat elke boeddhistische praktijk evenwaardig is.
“Binnen een ernstige boeddhistische praktijk zitten alle andere praktijken besloten” zei Sogyal Rinpoche, een welbekende leraar in Duitsland.
Het kan aanmatigend lijken op dit moment Shinran Shonin niet te volgen. In de laatste hoofdstukken van de Kyōgyōshinshō spreekt hij van gemengde en diverse praktijken die moeten opgegeven worden. Voor mij zijn dit uitdrukkingen die voortvloeien uit een situatie in de 12e eeuw en zij zullen hun nut gehad hebben, nl. de volgelingen helpen de weg niet te verliezen. Misschien zou hij in de huidige context ook de gemengde praktijken voorstaan en de dialoog met andere scholen aangaan, zoals we heden meer en meer zien in Europa.
Indien ik mediteer, bijvoorbeeld met vrienden van een andere traditie, gevolgd door het uitspreken van de Nembutsu in dankbaarheid, voel ik mij vrij van berekening of zelfkracht – of beter: ‘ik denk er zelfs niet aan’ – en daarbij – ik zou toch niet in staat zijn het anders te doen.
Namu Amida Butsu.
(Vertaling: M. Strubbe)
[4] Zie: Inagaki: The Three Pure Land Sutras, p. 128
[5] Karl Heinz Golzio: Lankavatara Sutra – O.W. Barth Verlag
[6] D.T. Suzuki: The Lankavatara Sutra – a Mahayana text. Boulder 1978.
[7] Inagaki: The Three Pure Land Sutras – p. 62
[8] De Nederlandse vertaling van de citaten in deze voordracht zijn van M. Strubbe.
[9] Shinran Shonin: Mattosho: De Simpele Weg - Antwerpen 1999 (nvdr).
[10] Inagaki: The Three Pure Land Sutras – p. 62
[11] Dit is een apart (later ingelast?) hoofdstuk in het sutra.
[12] Hoofdstuk 10 van Yuien-bo ‘Tannishō’ – De Simpele Weg 1989 (nvdr).
[13] Tannisho 3.
[14] Mattosho brief 5 – zie: Shinran Shonin: Mattosho Uitgeverij De Simpele Weg – Antwerpen 1999 (nvdr).
|
|
|
|
|
|
Ekō 105 |
|
© 2005 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |