Nu deze zomer stilaan teneinde loopt, en wij misschien eens achterom kijken dan zien wij midden onze eigen herinneringen het lijden van slachtoffers van de bosbranden, overstromingen, terroristische aanslagen, oorlogen, vliegtuigcrashes en hongersnoden. Deze gebeurtenissen werden overvloedig besproken in de media… Bovenop dit alles is er nog al het leed dat niet ‘gezien’ wordt, omdat het als een trouwe metgezel constant aanwezig blijft bij ons, zoals een ‘wiel de hoef van het trekdier’ – leed waarover niet gesproken wordt in de media…
Dat het niet gemakkelijk is daarmee om te gaan, is evident. Dat mensen zich meestal vergissen in hun houding tegenover het lijden is eveneens evident. Maar de leer van de Boeddha biedt ons een uniek inzicht in de redenen waarom het lijden van de wezens zo groot is, en ogenschijnlijk onoverkoombaar. Hij biedt ons de mogelijkheid om te kiezen, niet voor de wanhoop, maar voor een visie van harmonie en vrede; niet voor haat maar voor mededogen, niet voor verzaking en ontmoediging, maar voor inspiratie en creativiteit.
In dit herfstnummer van Ekō heeft de laatste aflevering van Filosofie en Mystiek van de Jōdo-Shinshū als onderwerp de ‘ware werkelijkheid’. Dat deze werkelijkheid noch louter samsara betreft, noch louter nirvana, maar zich overheen deze tweedeling afspeelt, is niet gemakkelijk te bevatten. Het is een inzicht dat slechts kan verworven worden in de ervaring zelf – een ervaring die leidt tot een leven op de Middenweg. Het is op de Middenweg dat alle mogelijkheden zich aanbieden, dat harmonie en vrede, wijsheid en mededogen, inspiratie en creativiteit zich kunnen ontvouwen.
Het thema van de Middenweg vormt het onderwerp van een inspirerende lezing die één van onze gastsprekers op de ‘European Shin Conference’ in augustus 2004 gaf. Het onderwerp van deze conferentie was: ‘Nembutsu: Overcoming Secularism and Fundamentalism’. Professor Jacques Scheuer, hoewel zelf geen boeddhist, voert vanuit zijn christelijke achtergrond reeds lang een dialoog met het (shin)boeddhisme, en zijn aanvoelen van het Reine Land - denken en de Nembutsu gaf aanleiding tot zijn gewaardeerde bijdrage. In dit artikel wordt een grote motivatie tot verzoening verwoord, in de eerste plaats in het eigen gemoed: dat is de plaats waar elke daad van haat of onbegrip zijn oorsprong vindt, waar de kiemen van ons lijden liggen. Omdat wij ons hier bewust van kunnen worden, is deze plaats tevens potentiële baarmoeder van de Verlichting. De inhoud van het artikel verwijst ook naar de gemeenschappelijke gronden van de authentieke ervaring – daar waar woorden doorzien worden als ‘slechts’ woorden, en waar een eenheid van menselijke spiritualiteit wordt gevoeld.
Op 14 augustus werd in onze tempel Ō-bon gevierd. In de eerste plaats worden onze overledenen dan herdacht, maar dit feest biedt tevens gelegenheid, om midden in het ‘vakantiegewoel’ en de zonneschijn (!) de eigen dood te overdenken. Op 1 november doen de Christenen hetzelfde, en ook boeddhisten gaan deze dag wellicht naar het kerkhof of een begraafplaats. Tussen deze twee herdenkingen in, verschijnt Ekō. Het is dan ook een gepast moment om een gedicht van Marcus Cumberlege af te drukken, waarin hij terugblikt op zijn leven, als een getuigenis van veranderlijkheid die toch als een continuďteit wordt ervaren, en tevens vooruitblikt op zijn eigen levenseinde.
Mogen alle wezens gelukkig zijn, en gedragen worden door Volkomen Vertrouwen!
Martine Strubbe.
|
|
|
|
|
|
Ekō 106 |
|
© 2005 |
|||||
| home |