Een lezer stelde ons onlangs enkele vragen in verband met Anderkracht, en wij vonden deze belangrijk genoeg om ze hier samen met een antwoord af te drukken.
1. “Al tijden loop ik te denken over de begrippen Ander-Kracht en zelfkracht en het wordt steeds verwarrender voor mij. Bij vlagen vraag ik me af of dit onderscheid wel bestaat. Als je wilt lopen zul je toch echt de ene voet voor de ander moeten zetten zonder je druk te maken hoe het bewegingsapparaat van het lichaam werkt. Is dit Ander-Kracht/zelfkracht? Of een combinatie van beiden?”
Uit bovenstaand argument dat wij ons niet druk maken hoe het bewegingsapparaat werkt, blijkt de kern van het samenspel Ander-Kracht/zelfkracht. Als men deze overweging kan maken en evalueren, dan rest er alleen nog het loslaten!
In de Chinese boeddhistische traditie bestaat hierover een versje:
“De duizendpoot was gelukkig nogal,
tot een pad hem lachend
vroeg: “Alsjeblief, welke poot komt na welke?”
Dit belastte de geest [van de duizendpoot] zo erg,
dat hij in de greppel verward lag
uit te kienen hoe hij lopen moest.”
Lopen, ademen, eten, slapen, al onze natuurlijke handelingen komen ‘vanzelf’ – het is onze natuurlijkheid: het lopen gebeurt spontaan, is werkzaamheid van jinen-hōni, de natuurlijkheid. Dit ‘vanzelf zo zijn’, dit ‘niet – berekenen’ is kenmerkend voor een leven in natuurlijkheid.
De beslissing om van hier naar daar te lopen, of om op een bepaalde manier te lopen, zijn wel van ons, zijn wél zelfkracht.
Ook zo is het religieus gebeuren een natuurlijk proces, wij moeten er ons wel zelf op richten, en aandacht ontwikkelen, maar de verwerkelijking van het religieuze valt buiten onze mogelijkheden. Wij kunnen enkel toelaten dat het proces zich afspeelt in ons. Het verschil tussen Ander-Kracht en zelfkracht wordt door de mens gemaakt. De term ‘shinjitsu’ drukt het samengaan uit van de uiteindelijke werkelijkheid met dat wat wij van die werkelijkheid kunnen kennen. Voor een wijze, ‘kijkend’ vanuit het Verlichtingsstandpunt, is er geen onderscheid, alles is ‘Ander-Kracht’ (om toch maar weer eens dit woord te gebruiken…)
De myōkonin Saiichi zei het zo:
Er is geen jiriki,
Er is geen tariki,
Er is enkel Tariki.
2. “En dan het reciteren van de Nembutsu. Dit zou een uitdrukking van dankbaarheid zijn voor Amida’s Voortijdige Gelofte. Ongetwijfeld waar. Maar kan reciteren van Nembutsu niet een opening bieden tot dankbaarheid en diep horen? Zoals een droge spons door een gestage stroom van waterdruppels uiteindelijk verzadigd wordt van water. Worden wij door geregeld en vaak reciteren van Nembutsu vervuld van Amida’s Licht en Leven?. Of denk ik helemaal verkeerd?”
In Kyōgyōshinshō 68 beschrijft Shinran Shonin het proces dat hem uiteindelijk bracht tot Volkomen Vertrouwen (Shinjin). Dat proces verdeelt hij onder in drie fasen: aanvankelijk beoefende hij de eerste soort van zelfkracht zoals beschreven in de 19e gelofte, wat diverse praktijken en het stellen van verdienstelijke daden inhoudt. In een later stadium ging hij over tot het reciteren van de Naam uit zelfkracht en het planten van diverse wortels van verdienste (20e gelofte). Pas in een laatste stadium gaf hij zich over aan Volkomen Vertrouwen – Shinjin, in overeenstemming met de 18e gelofte.
Nochtans is dit niet de weg die door iedere Shinboeddhist moet gevolgd worden. Voor sommigen is dit Volkomen Vertrouwen spontaan realiseerbaar. Shinran Shonin was echter realistisch genoeg om te beseffen dat dit weinigen gegeven is: shinjin realiseren is het ‘moeilijkste van het moeilijkste’…Hij zag in dat religieus ontwaken voor de meeste mensen – ook voor hem – een procesmatig gebeuren is – en dat de ‘voorlopige leringen’ (de 19e en 20e gelofte) geschikte middelen zijn daarin.
|
|
|
|
|
|
Ekō 106 |
|
© 2005 |
|||||
| home |