Hisao Inagaki.
Inleiding
De mens is een empirisch en eindig wezen in de zin dat hij beperkt is tot de sfeer van zintuiglijke ervaringen en dat zijn leven begrensd is door temporele en ruimtelijke dimensies. De religieuze zoektocht start met de ontmoeting van de mens met het transcendente en het oneindige, in wat voor interpretatie van deze termen dan ook. In het boeddhisme wordt het transcendente gezien in het licht van persoonlijke en onpersoonlijke aspecten, namelijk de Boeddha en de Dharma. De transcendente Boeddha en Dharma maken de inhoud uit van de verlichting (satori), het streefdoel van alle boeddhisten. De verlichtingswaarheid is geen statisch principe maar een dynamische kracht die spontaan werkzaam is op het vlak van de transcendentale werkelijkheid en het vlak van empirische feitelijkheid.
In het Shinboeddhisme, wordt het oneindige (amitā) gerepresenteerd door Amida, de Boeddha van het Oneindige Licht en Leven. Met transcendente wijsheid (kennis van de werkelijkheid) en allesomvattend mededogen (onbeperkt assimilerend vermogen), nadert Amida de mens, daardoor de ontmoeting mogelijk makend tussen het transcendente en het oneindige. Hoewel de Boeddha verschillende manieren van dit spiritueel ontmoeten open laat voor mensen van allerlei slag, leiden ze allen naar het ultieme zaligmakende pad – het Nembutsu - pad.
wijsheid
transcendent < > empirisch
/ mededogen \
Amida mens
\ licht /
oneindig eindig
leven
‘Het allesomvattende mededogen van Sakyamuni en Amida
Heeft in mij het verlangen gewekt naar Boeddhaschap;
Begiftigd met de transcendente wijsheid van vertrouwen,
Erken ik dankbaar de goedheid van de Boeddha.’
(Shōzōmatsu Wasan)
De Zes Aspecten als het Proces van Spirituele Ontwikkeling
De zes aspecten vormen het natuurlijke proces van spirituele ontwikkeling leidend naar de ontmoeting met Amida.
(1) Zich openstellen: Men opent het hart voor de mogelijkheid tot oneindige groei met verlichting als doel. De eerste stap is het horen van de leer, dat leidt dan naar diep denken en aanvaarden van wat Amida biedt. Contact met Amida, in welke vorm dan ook - door het bekijken van een beeld of een afbeelding, of auditief door het horen van de Naam - dient ter uitbreiding van de spirituele horizon.
‘Wanneer men Amida’s Naam hoort en men vreugdevol vertrouwen heeft, al is het slechts één keer - door de kracht van de Boeddha - en wanneer men verlangt naar geboorte in zijn land, dan zal men snel de geboorte bereiken en verblijven in de status van niet-terugvallen.’ (Groot Sutra)
‘De juiste praktijk is vijfvoudig: chant met geconcenteerde geest de sutra’s van het Reine Land; mediteer op Amida en diens land; verheerlijk Amida met geconcentreerd hart; reciteer de Naam met geconcentreerde geest; en bewonder en prijs zijn werkzaamheid en doe offergaven met geconcentreerde geest.’
(Shan-Tao, Sanzen Gi)
(2) Zelfreflectie: Zich openstellen is vergezeld door zelfreflectie, een innerlijke reis om het eigen zelf te exploreren. Het zelf wordt gezien, weerspiegeld in de spiegel van transcendente wijsheid. Men wordt door Amida aangezet om diep in het eigen zelf te schouwen. Op die manier komen steeds diepere delen van het zelf aan de oppervlakte tot heel de inhoud is onthuld. Zelfreflectie leidt naar bewust zijn van het eigen karma - psychofysische energie - die iemands bestaan heeft geschapen en herschapen sinds het beginloze verleden en dat ononderbroken werkzaam is onder de laag van iemands bewustzijn. Te vaak wordt karma genegeerd en kan het vrij zijn gang gaan. Om een gezond openstellen van het zelf te bereiken is het nodig het eigen karma te controleren en te leiden naar verlichting. Zelfreflectie onthult de realiteit van het eigen karma.
‘Oprecht Gemoed is tweevoudig: het diepe besef dat ik niet verlicht ben, vol van onheilzame passies en onderworpen aan de cyclus van dood en geboorte; dat ik ondergedompeld ben in de zee van samsara, zonder uitzicht op bevrijding…’
(Shan-Tao, Sanzen Gi)
‘Alle levende wezens, trekken, sinds het beginloze verleden, doorheen de zee van onwetendheid, verdrinkend in de kring van bestaansvormen, gebonden aan alle soorten van lijden, en zonder zuiver, sereen vertrouwen.’
(Shinran: Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Vertrouwen)
‘Hoe droevig is het dat ik verzonken ben in de diepe zee van hebzucht en gehechtheid en verloren in de grote berg van begeerte naar faam en profijt.’ (Ibid.)
‘Gezien ik niet in staat ben tot om het even welke religieuze praktijk, is de hel ongetwijfeld mijn verblijfplaats.’ (Tannishō)
(3) Ontwaken tot Groot Mededogen: Wanneer het zelf volledig is onthuld en er een diep besef is van karma en van het eigen
onvermogen het te controleren, ontwaakt men ten volle tot Amida’s allesomvattende Mededogen door zijn wijsheid en kracht. T.t.z. Groot Mededogen maakt zichzelf kenbaar door iemands eigen bestaan te onthullen in het licht van de transcendente wijsheid en met de controle van het eigen karma door de universele, zuivere karmische kracht die Amida heeft bereikt door zijn Gelofte en praktijk. Sereen vertrouwen (shinjin) is gewaar zijn van en ontwaken tot Groot Mededogen. Het is Groot Mededogen zelf, getransfereerd naar de mens. Door het ontwaken tot Groot Mededogen ontmoet men Amida in de diepste betekenis van de term ontmoeten.
‘Sereen Vertrouwen is het uitgespreide, oceaanachtige gemoed, waarin Amida’s perfect Groot Mededogen is vervuld en zijn volledige werkzaamheid is voltrokken….Gezien dit vertrouwen Amida’s Groot Mededogen zelf is, is het zonder twijfel de oorzaak van geboorte in het Reine Land.’
(Shinran, Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Vertrouwen)
‘Dit Gemoed is het ware en zuivere Serene Vertrouwen voltrokken door de Gelofte. Het heet shinjin. Shinjin is de geest van Groot Mededogen; derhalve is het niet vermengd met twijfel.’
(Shinran, Monruijushō)
(4) Grote Vreugde: Vreugde voor het ontmoeten van Amida, het transcendente en het oneindige, is het voelen van ultieme vervulling en voldaanheid. Het is een “zuivere” emotie in de zin dat ze niet vermengd is met egotistische, bedrieglijke passies.
‘Het oprechte gemoed is het gemoed van Grote Vreugde; het gemoed van Grote Vreugde is het ware shinjin…’ (K yōgyōshinshō, hoofdstuk over Vertrouwen)
‘Wanneer men Amida’s naam hoort en men vreugdevol vertrouwen heeft, al is het slechts één keer…’ (Groot Sutra)
‘Wanneer gewone, onverlichte wezens, die eeuwig in samsara zijn verzonken, door de kracht van de Gelofte de Naam horen van de ware werkzaamheid en het opperste vertrouwen bereiken, zullen ze grote vreugde verwerven en verblijven in de status van niet-terugvallen.’ (Monruijushō)
‘Diegenen die zich vasthouden aan zelfkracht terwijl ze zich schijnbaar toevertrouwen aan Amida’s kracht zullen de Grote Vreugde niet bereiken. Diegenen die de exclusieve Nembutsu praktijk onderhouden terwijl ze verward en verdeeld van gemoed zijn, zullen de Grote vreugde niet beleven.’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Getransformeerd Boeddhaschap)
(5) Dankbaarheid: Grote vreugde leidt tot dankbaarheid, een verlangen om in woorden en daden dankbaarheid en schuldplichtigheid aan Amida uit te drukken.
‘Diegene die het onbuigzame Ware Gemoed heeft bereikt…is zeker van tien soorten weldaden in het huidige leven. Deze zijn o.a.: (8) erkenning van Amida’s welwillendheid en verlangen tot het beantwoorden ervan, (9) het altijd beoefenen van Groot Mededogen, en (10) diegenen vervoegen die verzekerd zijn van een geboorte in het Reine Land en het bereiken van verlichting.’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Vertrouwen)
‘Het vestigen van vertrouwen en het vertrouwen aanleren aan anderen is het moeilijkste van alles wat moeilijk is; mensen overal te overtuigen met het hart van het Grote Mededogen is de ware manier om erkentelijk te zijn voor de welwillendheid van de Boeddha.’
(Shantao, Ōjō Raisan)
(6) Een leven vol van betekenis en groei: Dankbaarheid is de basis voor een leven vol van betekenis en groei. Dankbaarheid genereert kracht om het leven te richten naar spirituele groei. Het Grote Mededogen dat men heeft ontvangen straalt doorheen alle activiteiten om de ander ten goede te komen. Dit is het be-leven van het Nembutsu vertrouwen. Een persoon met het Nembutsu vertrouwen wordt vergeleken met een lotusbloesem en wordt myōkōnin genoemd, een uitmuntend, wonderlijk persoon.
‘Na het reciteren van Namu Amida Butsu, wiens deugden zijn als het oceaanwater, heb ik de perfecte zuivere goedheid ontvangen. Veel mensen nemen er deel aan.’
(Shinran, Kōsō Wasan)
‘Diegene die oprecht verlangt naar geboorte in het Land van Gelukzaligheid bereikt de lumineuze wijsheid en de voortreffelijke deugden.’ (Groot Sutra)
‘Een persoon van de Nembutsu is een lotus bloesem tussen de mensen.
(Meditatie Sutra)
‘Een persoon van de Nembutsu is een wonderlijk persoon tussen de mensen, een uitmuntend, wonderlijk persoon, een superieur persoon, een uitzonderlijk persoon, en een uiterst voornaam persoon.’ (Sanzen Gi)
De Zes Aspecten als de Essentie van Shinjin
De zes aspecten zijn de essentie van shinjin en vertolken elk een belangrijk deel ervan.
(1) Shinjin is zich openstellen omdat shinjin het opengaan is van iemands hart voor Amida. Bij het ontvangen van shinjin, groeit iemands hart uit over de beperkte egosfeer heen. Shinjin is zelf Amida’s oneindige wijsheid en mededogen, wat betekent dat een dergelijk iemand een proces is begonnen van onbeperkte expansie. Shinjin als dynamische, voortdurend uitbreidende spirituele kracht is het Bodhi Gemoed, de resolutie om verlichting te bereiken en bevrijding voor alle lijdende wezens.
‘Shinjin is het Ene Gemoed; het Ene Gemoed is het Onvermurwbare Vertrouwen; het Onvermurwbare Vertrouwen is het Bodhi Gemoed; Dit gemoed is het vertrouwen in Ander - Kracht.’ (Kōsō Wasan)
‘Het Ware Vertrouwen is het Onvermurwbare Vertrouwen; het Onvermurwbare Vertrouwen is het verlangen om een Boeddha te worden; het verlangen om een Boeddha te worden is het verlangen om levende wezens te bevrijden, het verlangen om levende te bevrijden is hen te grijpen en geboorte te doen bereiken in het Land van gelukzaligheid; dit verlangen is het Grote Bodhi Gemoed.’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Vertrouwen)
(2) Shinjin is een zelfreflectie omdat het een bewust worden is van de absolute onmacht en verdorvenheid van diegene die het ontvangt. Gegrepen door Amida, hoeft het zelf niet meer verhuld en beschermd te worden. Men ziet zijn gehele zelf als transparant voor de transcendente wijsheid en men ziet het eigen karma als opgenomen door Amida’s uitzonderlijke werkzaamheid.
‘De Meester zei gewoonlijk: “Als ik aandachtig nadenk over de Gelofte van Amida, het resultaat van vijf kalpa’s van contemplatie, merk ik dat het alleen voor mij, Shinran, was! Zodoende, hoe genadiglijk is de Voortijdelijke Gelofte van Amida, die voorgenomen was om mij te redden, belast als ik ben met immense karma.!” Als ik nu nadenk over zijn reminiscenties, zijn ze niet verschillend van Shan -tao’s gouden uitspraak, “ erken dat we, in werkelijkheid, onverlicht zijn, vol van kwaad en onderworpen aan de cyclus van geboorte en dood, constant ondergedompeld in de zee van samsara sedert onmetelijke kalpa’s tot nu, en dat we geen kans op bevrijding hebben.” (Tannishō)
‘Ook al heb ik mijn toevlucht genomen in de leer van het Reine Land heb ik geen waarachtig en oprecht gemoed; Zo vol van valsheid en onoprechtheid, ben ik absoluut verstoken van een zuiver hart.’ (Shōzōmatsu wasan)
‘Ook al is de duisternis van onwetendheid al gescheurd, de mist van hebzucht, begeerte, woede en haat verdringt altijd de hemel van het Ware Vertrouwen.’
(Shinran, Shōshinge)
(3) Shinjin is ontwaken voor Groot Mededogen omdat het Amida’s gemoed is, overgedragen naar de mens. Preciezer geformuleerd, shinjin is zelf het Grote Mededogen.
‘Shinjin is het gemoed van Groot Mededogen; derhalve is het niet vermengd met twijfel.’ (Monruijishō)
‘Dit verlangen is het Grote Bodhi Gemoed; dit gemoed is het gemoed van Groot Mededogen.’ (Kyōgyōshinshō)
‘Wanneer de wateren van goede en kwade gemoederen van gewone, onverlichte mensen de oceaan van Amida’s Gelofte en Wijsheid binnenvloeien, transformeren ze terstond in het gemoed van Groot Mededogen.’
(Shōzōmatsu Wasan)
(4) Shinjin is Grote Vreugde omdat het de zuivere emotie is, vrij van illusie en onbezoedeld door onheilzame passies. Het is daarom het gevoel van ultieme vervulling en voldaanheid, gerealiseerd in het hart van de persoon door de kracht van Amida.
‘Dit shinjin is het gemoed van Groot Mededogen en Grote Genade; dit shinjin is boeddhanatuur; boeddhanatuur is Tathāgata. Dit shinjin bereiken is Grote Vreugde bezitten. Zij die Grote Vreugde bezitten worden gelijk genoemd aan Boeddha’s.’
(Shinran, Yuishinshū mon)
‘Het gemoed van Grote Vreugde is het ware shinjin.’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over vertrouwen)
(5) Dankbaarheid is deel van shinjin; het is de natuurlijke uitdrukking in worden en daden van Grote Vreugde. Enerzijds wordt dankbaarheid uitgedrukt als de Nembutsu en in woorden van lof voor Amida’s werkzaamheid.; anderzijds vindt het zijn uitdrukking in goedheid naar anderen toe, bereidheid tot helpen vanuit mededogen.
‘Met ontzag mij toevertrouwend aan de leer, praktijk en verlichting van het ware pad van het Reine Land, ben ik mij diep bewust van de welwillendheid van de Boeddha. Ik verheug mij in wat ik heb gehoord en prijs alles wat mij werd gegeven door Amida. (Kyōgyōshinshō, Voorwoord)
‘De juiste praktijk is vijfvoudig: …(4) het reciteren van zijn Naam met concentratie van gemoed; en (5) het bewonderen en prijzen van zijn werkzaamheid en het aan hem offeren met concentratie van gemoed.’ (Sanzen gi)
‘Diegenen die oprecht en waar vertrouwen hebben en doorgaan met het reciteren van Amida’s Naam hebben altijd de bedachtzaamheid hem te herinneren en verlangen ernaar zijn goedheid te beantwoorden’. (Shinran, Jōdō Wasan)
(6) Shinjin is de zuivere aandrijvende kracht die haar oorsprong vindt in Amida’s Gelofte. Het geeft niet alleen kracht en betekenis aan het leven, maar is het leven zelf - Amida’s oneindige leven. De eindige en bezoedelde menselijke levensenergie is nu getransformeerd in de oneindige en zuivere levensenergie, die zijn meest volledige uitdrukking vindt in de inspanningen om het ware zelf te bereiken en het helpen van de ander en bij het bereiken van hun ware zelf.
‘In de leer van het Reine Land, zijn er twee soorten ekō (kracht); ekō dat ons in staat stelt het Reine Land te bereiken, en ekō dat ons in staat stelt terug te keren naar deze wereld (om lijdende wezens te redden).’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over de leer)
‘Diegenen die de kracht van de Gelofte hebben ervaren, blijven niet onaangetast; Geleid in de zee van de schat van deugden, zullen de modderige waters van onheilzame passies niet onveranderd blijven.’ (Kōsō wasan)
‘Terwijl we zeilen op het schip van de Gelofte van Groot Mededogen en drijven op de uitgestrekte oceaan van Licht, blazen zachtjes de briezen van uiterste deugden en de golven van verschillende kwaden veranderen in deugden. Zodoende, de duisternis van onwetendheid doorbroken, zullen we snel het Land van Oneindig Licht bereiken en het Grote Nirwana. Daar gekomen, zullen we de deugden navolgen van Samantabhādra om de lijdenden te bevrijden.’
(Kyōgyōshinshō, hoofdstuk over Praktijk)
Interrelaties van de Zes Aspecten
Elk voorgaand aspect is de oorzaak van het volgende, elk aspect anticipeert en leidt tot het volgende. De zes vormen niet alleen logische sequenties, maar zijn ook het natuurlijke proces van spirituele ontwaking en groei.
De zes aspecten representeren een ontwikkelingsproces in drie stadia.
1. Zichzelf openstellen en zelfreflectie zijn de eerste stappen in de reis van spirituele groei. Ze zijn complementair, zoals centrumvliegende en centrumvliedende krachten bereiden ze de persoon voor, voor de ontmoeting met Amida.
2. Ontwaken tot Groot Mededogen en Grote Vreugde is de essentie van de ervaring van het Nembutsu Pad (shinjin). In dit stadium is iemands hart volledig geopend voor Amida, en totaal doordrongen van zijn Wijsheid en Mededogen.
3. Dankbaarheid en een leven vol betekenis en groei zijn het resultaat van het Nembutsu Vertrouwen. Het leven vol betekenis en groei en
dankbaarheid ontvouwt zichzelf spontaan. Dit is een leven op de juiste manier gericht naar verlichting toe en naar eindeloze altruïstische activiteiten. De vorige aspecten blijven doorleven in de latere. Het zich openstellen en de zelfreflectie worden niet opzij gelegd wanneer men ontwaakt tot Groot Mededogen. Alle aspecten werken samen doorheen het gehele proces, het vertrouwen revitaliserend en de levenskracht aansterkend.
Ontwaken tot Groot Mededogen is geen ervaring die wegebt van zodra ze plaatsvindt. Eén keer iemands hart geopend voor Amida, sluit het zich niet meer. Het leven wordt gevoed door Groot Mededogen, waardoor het iemands levensenergie op ieder moment vernieuwt en activeert naar verlichting toe. Ieder van de aspecten wanneer het volledig ontwikkeld is, omvat de overige vijf. Zich openstellen, bijvoorbeeld, wordt waarlijk zich openstellen wanneer men ontwaakt tot Groot Mededogen. Verder, zich waarlijk openstellen is altijd vergezeld van dankbaarheid. Zich openstellen in de juiste richting is wat men bedoelt met leven vol van betekenis en groei.
Waarom zes?
De zes aspecten tonen een proces van spirituele ontwikkeling met satori (verlichting) en waarlijk mededogende Bodhisattva-handelingen als doel. Aangezien ieder aspect natuurlijk leidt tot het volgende en niet onafhankelijk kan bestaan, vormen de zes aspecten een keten van causaliteit. Als een geheel genomen, representeren ze een cyclus van gecontroleerde en opnieuw gerichte psychofysieke energie (karma), die fundamentele problemen omvat van religieuze ontwikkeling. De zes aspecten kunnen gecondenseerd worden tot drie, zoals hierboven opgemerkt, zelfs tot twee of tot één. Aangezien ieder aspect een aantal fasen omvat, zou men ze ook kunnen opsplitsen tot meer dan zes.
In het Boeddhisme is zes een goed getal. Het is het aantal Chinese karakters voor de Naam (myōgō), in het Japans uitgesproken
als na-mu-a-mi-da-butsu, of na-mo-o-mi-t’o-fo in het Chinees. De Kyōgyōshinshō heeft zes hoofdstukken en er zijn achtenveertig Geloften van Amida, een veelvoud van zes. Verder, zoals hierboven aangetoond, kunnen de zes aspecten gegroepeerd worden in drie paren die de drie stadia weerspiegelen van spirituele ontwikkeling: de voorbereidende fase leidend tot shinjin, de fase van ontwaken in shinjin en de fase van het in het leven actualiseren van shinjin. Zodoende passen de zes aspecten in het patroon van denken en handelen dat we gewoon zijn. Ook is drie een aantal dat we dikwijls tegenkomen in de Shin - leer, zoals in de drie sutra’s, de drievoudige toevlucht en de drie vormen van gemoed in de Achttiende Gelofte.
(Vertaling Maria Vanden Eynde)
|
|
|
|
|
|
Ekō 107 |
|
|
|
|
|
|
De Zes Aspecten van het Spirituele Ontwikkelingsproces in het Shinboeddhisme - De Ontmoeting met Amida |
|
© 2005 |
|||||
| home |