De Diverse Verdienstelijke Daden in de Negentiende Gelofte van Dharmākara

“Indien ik boeddha word en alle wezens in de tien richtingen, die in zich het gemoed ter verlichting gewekt hebben, die de diverse verdienstelijke daden verrichten met het oprechte verlangen in mijn land geboren te worden, zouden op het ogenblik van hun overlijden mij niet zien verschijnen omringd door mijn hemelse schare, moge ik dan niet de Volkomen Verlichting verwezenlijken.” (19e Gelofte)

In de mythe van Bodhisattva Dharmākara, die in feite boeddha Amida is in zijn causale toestand, wordt verhaald hoe deze monnik ‘in een ver verleden’ zich heeft toegewijd aan het bevrijden van alle wezens uit hun lijdenssituatie. Hiertoe formuleerde hij 48 geloften – en hij zou niet rusten vóór al deze geloften zouden gerealiseerd zijn. Deze geloften worden verwoord in het Groot Sutra (Sukhāvatī Vyūha Sūtra).

Shinran Shonin heeft in de 18e, 19e en 20e gelofte bevestiging gelezen van zijn persoonlijke optiek op de praktijk.

Zo stelde hij de praktijken waar de 19e gelofte naar verwijst als ‘voorlopige praktijken’, als beginpunt van de traditionele boeddhistische weg.

In de 20e gelofte zag hij een wending naar de ‘gemengde praktijken’ van zelfkracht recitatie van de Naam.

Het is echter pas in de 18e gelofte, de Voortijdelijke Gelofte’ die de Ander-Kracht Nembutsu als heilsmiddel voor alle wezens zonder onderscheid vermeldt, dat Shinran het zwaartepunt van de Ander-Kracht praktijk zag…

Wat moeten wij nu echter verstaan onder deze ‘diverse verdienstelijke daden’ van de 19e gelofte?

In feite worden hier alle zelfkrachtpraktijken bedoeld, alle morele en religieuze handelingen zoals die ook vermeld worden in het meditatie-sutra. Voor Shinran waren al deze ‘verdienstelijke’ praktijken niet effectief om het boeddhaschap te realiseren. Enkel en alleen de Nembutsu als werkzaamheid van Amida – leidt naar Verlichting…

Hōnen verwees naar de diverse praktijken als de ‘kleine wortels van verdiensten’ (19e gelofte), en naar de Nembutsu uit zelfkracht (20e gelofte) als de ‘grote wortel van het heilzame’. Shinran heeft deze visie verder uitgewerkt, en gesteld dat die ‘kleine wortels van verdienste’ ook voortspruiten uit zelfkracht, en dus niet – productief zijn. Hoewel de ‘diverse verdienstelijke daden’ niet werkzaam zijn, worden ze toch niet helemaal verworpen, want ze kunnen toch een bevrijdende functie hebben. Immers, wanneer een zelfkracht – beoefenaar zich uiteindelijk toewendt tot Ander – Kracht, kunnen deze verdienstelijke daden gezien worden als voorbereidingen die geleid hebben tot Ander – Kracht. In het licht van de werkzaamheid van de Ander – Kracht wordt alles gezien als een manifestatie van Volkomen Mededogen, die de wezens naar Verlichting leidt.

Dit betekent echter niet dat dergelijke verdienstelijke daden aangemoedigd worden of dat ze nodig zijn voor geboorte in het Reine Land.

(Naar een commentaar uit ‘The Collected Works of Shinran Shonin’, Deel II, p. 170 – M.S.)

Over het Boeddhisme

Is alles gezegd

Wat er te zeggen valt;

Nu kunnen we alleen

Nog maar dankbaar zijn…

Namu Amida Butsu.

(M.H.)

 

Ekō 107

jikōji - 慈光寺

© 2005

info-at-jikoji.com

            home