Een woord vooraf

Is het Shinboeddhisme een ‘geloof’? Daarover valt wat te lezen in dit nummer. In het verslag van de Studiebijeenkomst over Mattōshō (p. 11) wordt alleszins gesteld dat het Shinboeddhisme ‘een echt geloof is’.

Ook Clark Strand schrijft in zijn artikel ‘Herboren Boeddhisten’ (p. 18) over geloven (to believe) en vertrouwen (‘faith’).

Shinran Shonin zelf sprak over shinjin, dat moeilijk te vertalen begrip waarvoor wij termen als ‘vertrouwen’ en ‘geloof’ gebruiken, maar voor hem de erkenning betekende van de niet-tweeheid van Amida’s Gemoed van Groot Mededogen en het gemoed van de volgeling, en zich uit als de Naam ‘Namu Amida Butsu’. In het uiten van de Naam zit een hulde, een zich toewenden in vertrouwen naar Amida. Shinjin bevat elementen van ‘geloof’ en ‘vertrouwen’: ‘geloof’ als ‘loven’ (to believe), verwant met lief-hebben, als een erkenning en goedkeuring (lof) en ‘vertrouwen’, als ‘trouw’ blijven (zoals aan een gelofte)…

Waar het Reine Land van Amida zich bevindt is niet relevant, zolang wij niet de vraag gesteld hebben of wij wel ‘in aanmerking komen om er geboren te worden’ stelt het Jōdo Shinshū Handboek (p.6) Vragen of het Reine Land écht bestaat wordt in dit artikel een overbodige vraag, als we beseffen dat hiermee bedoeld wordt: de wereld die op ons wacht, als een mogelijkheid. Kiezen voor het Reine Land is een keuze voor het heilzame, voor het aan het licht brengen van een werkelijkheid van mededogen waar sedert onheuglijke tijden ontelbare wezens in Amida voor gekozen hebben…

Clark Strand distantieert zich van hedendaagse geleerden die het ‘Reine Land’ als een louter symbolische zaak beschouwen. Voor hem als vertrouwensboeddhist is het Reine Land een realiteit. Ondanks enkele feitelijke en historische onnauwkeurigheden, en de titel van zijn bijdrage ‘Reborn Buddhists’ die misschien wenkbrauwen doet fronsen, is het getuigenis van Clark Strand verhelderend, omdat hij een aantal fundamentele punten van het proces naar totale overgave aansnijdt.

‘Shinjin’ zoals door Shinran Shonin bedoeld, is geen terugkeer naar een soort ‘blind (bij)geloof’, of naar wat Karl Marx het ‘opium voor het volk’ noemde. Het ‘geloven’ van de shinboeddhist leidt ook niet tot ‘quietisme’, waarin geen vragen meer worden gesteld, geen handelen meer mogelijk is.

Dat het Shinjin van Shinran Shonin geen quietisme was toont zich in het feit dat hij zich zijn leven lang heeft ingespannen om de ongeletterde en eenvoudige lieden op het platteland, die uitgesloten waren van de Verlichting, een perspectief te bieden met het eenvoudige advies: ‘Zeg enkel de Nembutsu en word aldus door Amida gered’.

Dat dit advies wat moeilijker ligt voor ons dan voor de leden van een eenvoudige maatschappij, die dicht bij de natuur leefden, is evident. Wij die leven in de 21e eeuw, en ‘hooggeschoold’ zijn, stellen terecht kritische vragen. Heeft Śakyamuni zelf niet altijd gewaarschuwd niemand te geloven op gezag, maar in tegendeel zelf op onderzoek te gaan, en af te wegen, en te toetsen wat heilzaam is en kan ‘vertrouwd’ worden?

Iemand die geëvolueerd is van zelfkracht naar Ander-Kracht heeft geworsteld met de leer en met de praktijk, en heeft voor de muur van het onvermogen gestaan en alles losgelaten en een fundamenteel element van de Leer van de Boeddha in het vizier gekregen: de onthechting. Hij heeft gekozen in te haken op de Ander-Kracht in een doorleefd engagement naar alle wezens toe. Hij is thuisgekomen in een leven van ontelbare mogelijkheden, waarin beseft wordt dat er geen zekerheden zijn, behalve die éne: dat wij in onze keuze voor de Geloftekracht meewerken aan een ‘betere’ wereld, een plaats van vrede en geluk, een land van gelukzaligheid, een Rein Land.

Het is ook niet zo dat voor een vertrouwensboeddhist het leven plots gemakkelijker is geworden, maar wel dat hij een manier heeft gevonden om met zijn problemen om te gaan, en geleerd heeft geen onrealistische verwachtingen te hebben.

Vragen waar het Reine Land zich bevindt is uiteindelijk vragen wanneer het Reine Land zich voor ons zal realiseren. Want er is natuurlijk geen afstand in de ruimte tussen ons en het Reine Land, maar een afstand in tijd.

Zo veraf de vervulling lijkt, zo dichtbij wat de mogelijkheid betreft, want het Reine Land is hier en nu aanwezig, één verlicht gedachtemoment verwijderd. Zoals Marcus Cumberlege in zijn ‘Temple Visit’ (p. 17) zegt: Verlichting is niet ver: in je gewone dagelijkse leven, in je alledaagse gedachten…Hier en nu dus, maar wel één gedachtemoment verwijderd.

Alle woorden, alle pogingen die ons tot vóór de muur van het onvermogen brachten, vervallen in het niets bij deze simpele waarheid..

Echter is er veel tijd nodig voor wij dit kunnen of willen zien.

Martine Strubbe

Ekō 111

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

            home