Go-Shōsoku Shu (Zenshō Bon) - (7) [Brief aan Shinran van Senshin]

Een verzameling brieven (Zenshō tekst)

Terwijl Shinran gedurende het laatste gedeelte van zijn leven in Kyoto verbleef, correspondeerde hij met de mensen die in het noorden van Japan waren achtergebleven. De bekendste verzameling van bewaard gebleven brieven is ongetwijfeld Mattōshō, waarvan in 1999 een Nederlandse vertaling verscheen bij De Simpele Weg.

Buiten deze verzameling bestaan er nog andere, één daarvan is de Zenshō verzameling. Deze verzameling bestaat uit een zevental brieven, waarvan de eerste zes ook voorkomen in Mattōshō [1] . De zevende brief komt niet voor in Mattōshō, van deze brief volgt hier een vertaling. De vertaling is gemaakt aan de hand van de Engelse tekst die te vinden is in ‘The Collected Works of Shinran’, uitgegeven door Jōdo Shinshū Hongwanji-ha. (Frits Bot)

(7) [Brief aan Shinran van Senshin]

Iemand zei: op het punt van het ontwaken van het ene moment van shinjin, worden we gegrepen en beschermd door het ongehinderde licht van Amida’s mededogen; dus, de oorzaak van geboorte in het Reine Land is dezelfde [voor allen]. Hier zou dus geen twijfel over moeten bestaan. Om die reden is het totaal niet nodig zich af te vragen of men wel of geen vast vertrouwen heeft. Vandaar dat we spreken over “Ander Kracht”; dit is waarom er gezegd wordt dat er ware werkzaamheid is in niet werkzaamheid. Wij worden volledig beheerst door onwetendheid en onze geesten zijn volledig bedekt door blinde passies.

Met respect,
Elfde maand, eerste dag
Van Senshin

[Shinran’s antwoord aan Senshin]

Om op je vraag over de oorzaak van geboorte te antwoorden, op het moment waarop we waarachtig shinjin realiseren, ontvangen we [het voordeel van] Amida’s grijpen, om ons nooit meer in de steek te laten; vandaar dat we zonder falen in de Gelofte van de Tathāgata komen te verblijven. We vinden dit in de mededogende Gelofte, welke verklaart: “Als, indien ik het Boeddhaschap verwezenlijk, de mensen en de deva’s in mijn land niet verblijven tussen de gevestigden en noodzakelijkerwijs het nirvana verwezenlijken, laat mij dan niet de volmaakte verlichting verwezenlijken.” Als wordt begrepen dat de persoon van shinjin verblijft in het stadium van de waarlijk gevestigden, is er geen berekening aan de zijde van de beoefenaar; vandaar dat we spreken van Ander Kracht, waarin niet werkzaamheid ware werkzaamheid is. Omdat beoefenaars vrij van berekening zijn geworden over de vraag of ze goed of kwaad zijn, zuiver of vervuild, wordt gezegd dat geen werkzaamheid ware werkzaamheid is.

In de Zeventiende Gelofte wordt verklaard, “Als [de Boeddha’s] mijn Naam niet prijzen en uitspreken,” en in de Achttiende Gelofte, “Als [wezens] shinjin werkelijk realiseren en desondanks niet geboren worden, laat mij dan niet het Boeddhaschap verwezenlijken.” Aangezien de Zeventiende en de Achttiende Geloften beide waar zijn, hoe kan dan de Gelofte over de toestand van de waarlijk gevestigden betekenisloos zijn? Omdat personen van shinjin in hetzelfde stadium verblijven als Maitreya, die na één leven het Boeddhaschap zal verwezenlijken, is het zeker dat ze gegrepen worden, om nooit meer in de steek te worden gelaten. Vandaar dat wat we Ander Kracht noemen, betekent dat er geen ruimte is voor het kleinste beetje berekening aan de zijde van de beoefenaar. Om deze reden wordt gezegd dat niet werkzaamheid ware werkzaamheid is. De grote meester [Hōnen] zei: “daarbuiten hoeft niets te worden gezegd. Vertrouw jezelf eenvoudigweg toe aan de Boeddha.”

Elfde maand, achttiende dag
Bericht voor Senshin-bō
Shinran

(Vertaling Frits Bot)

 

[1] De 6 brieven die overeenkomen met deze uit Mattōshō zijn:

1[Mattōshō 14] 2 [Mattōshō 7,21] 3 [Mattōsho 14] 4 [Mattōshō 13] 5 [Mattōshō 3] 6 [Mattōshō 4.]

Ekō 111
Brieven uit de Traditie

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

            home