Lut opende de studiedag met de inleiding in verband met Mattōshō [2] .
De brieven zijn geschreven tijdens de Kamakura periode, een periode vol instabiliteit en gevechten tussen de Shoguns in Japan.
Hōnen, de leraar van Shinran profileert zich tijdens die onrustige tijden en gaat de Tendai hervormen.
De Nembutsu groep rond Hōnen waar Shinran deel van uitmaakt, wordt als te machtig ervaren door de toenmalige leiders en beiden worden verbannen naar het uiterste noorden van Japan. De boeren, de hoeren en de soldaten die er ook verblijven, worden aanzien als een onderklasse en zijn uitgesloten van de Verlichting!
Als reactie hierop ontwikkelt Shinran zijn theorie rond Ander-Kracht/Tariki en het Mededogen van Amida.
De verbanning van Shinran wordt uiteindelijk opgeheven en na een hele tijd komt hij terug naar Kyoto. Er ontstaat een briefwisseling tussen de Meester in Kyoto en de leerlingen die achterbleven in het Noorden. Alle belangrijke thema's van Shinrans leer zoals Jiriki -Tariki en Shinjin komen aan bod in de brieven. De Meester komt in deze brieven over als een man van mededogen die het “lijden” onderkent en erover spreekt.
Hij is wel zeer streng in verband met de Leer. De doctrine moet zuiver bewaard en overgeleverd worden.
Rode draad doorheen de brieven: Shinjin – tegelijk het moeilijkste en het gemakkelijkste!
De kern van het Shin-Boeddhisme is oprecht vertrouwen en overgave zonder enige persoonlijke berekening.
Lut maakt er ons verder op attent dat Shinran ons in zijn brieven 6, 9 en 10 waarschuwt om er niet te veel over te praten want het conceptuele, dualistische denken moet overstegen worden, maar gewoon het doen: de Geboorte te verwezenlijken door ons oprecht, zonder berekening, over te geven aan het Gemoed van Vertrouwen, Shinjin.
De Geboorte in het Boeddha - land is gevestigd in gewone tijden (p. 24) [3] , het is bijgevolg niet nodig op voorhand op het stervensmoment te wachten, op de komst van Amida (p. 12).
Marcus haakte hierop in door te zeggen dat hij erop vertrouwt dat zijn Geboorte verzekerd is. Bewust in het hier en nu leven, daar komt het voor hem op aan.
Marc ging verder op de ingeslagen weg door Lut. Hij behandelde de 1ste brief. Voor Marc is Shinran als goede wijn: hij wordt steeds beter met ouder worden.
Aan de hand van uittreksels uit de Kyōgyōshinshō verduidelijkte hij de visie van Shinran Shōnin.
De stelling van Hōnen en andere voorlopers van Shinran was: je kan een heel leven niet boeddhistisch geleefd hebben, maar als je op het stervensmoment de Nembutsu uitspreekt, ben je ook gered. Maar dit behoort nog tot de zelfkracht praktijk. Je moet het nog zelf doen! Shinran gaat verder: het stervensmoment is niet zo belangrijk. Tenslotte sterven we vaak aan onszelf en aan de wereld en worden we steeds opnieuw wedergeboren tijdens een mensenleven.
Maar het grote Mededogen heeft de bovenhand. Het leven vóór de fysische dood is belangrijk.
Eén enkele keer de Nembutsu met oprecht gemoed, zonder egoberekening uitspreken is voldoende om de Geboorte in het Reine Land te realiseren. Ook de “slechte” die zich bezondigd heeft aan de tien overtredingen en de vijf zware vergrijpen binnen het boeddhisme, wordt gered door de kracht van het Mededogen – als hij zich oprecht overgeeft aan het Gemoed van Vertrouwen, Shinjin.
Er ontstaat een pittige discussie tussen de verschillende aanwezigen waarin iedereen vanuit zijn ervaring en invalshoek, zijn steentje toe bijdraagt. José gooit enkele pertinente opmerkingen op tafel om ons een beetje te doen nadenken over hetgeen we allemaal te berde brengen.
Een van de conclusies van de discussie is dat het Shin-Boeddhisme een echt geloof is. Je moet het geloven zoals in een religie of zelfs een godsdienst. Klein verschil: het Boeddhisme is geen confessionele religie maar het Amidisme is wel een devotionele religie.
Fons maakt er ons op attent dat we niet zeggen: “Ik heb Shinjin” maar wel “Shinjin heeft mij”. De eerste maal spreken we zelf de Nembutsu uit, daarna worden we kanaal voor de Nembutsu door Amida zelf uitgesproken door ons. Marcus ervaart Amida meer en meer als een persoon. Deze evolutie is ook goed merkbaar in zijn gedichten. Zie zijn bundel “Just as I am”.
Er waren nog een viertal andere brieven voorbereid, enkel brief 9 werd nog even aangehaald door Fons die zo graag brief 5 nog had besproken.
Gelofte en Naam zijn één (p. 23). Beide overstijgen ze het dualistische, conceptuele denken. Dus waarschuwt Shinran, eens dat je dat beseft, laat al uw berekeningen achterwege en vertrouw uzelf toe aan de Tathāgata.
Om deze studiedag af te ronden alludeerde Fons nog even op brief 5 die handelt over de “zoheid” van alle dingen en zei: “Wees ertoe bestemd zo te worden als je bent”.
Het was een fijne, leerrijke dag. Niet alleen de geest werd gevoed, ook het lichaam werd niet vergeten. Tot grote vreugde van Alena, die veelvuldige “hm's” liet horen bij het verorberen van de rozijnencake. Zo een studiedag is zeker voor herhaling vatbaar.
In gassho,
Françoise
[2] Deze inleiding staat op p. 14 (nvdr) - i.c. het eerstvolgende artikel (fm)
[3] De bladzijdenummers verwijzen naar Jikōji Cahier 4 – Mattōshō – Lamp voor Latere Tijden – Brieven van Shinran Shōnin, uitgegeven door de vroegere uitgeverij De Simpele Weg, vzw, 1999, 44 blz.
|
|
|
|
|
|
Ekō 111 |
|
|
|
|
|
|
Studiebijeenkomst ‘Mattōshō’ – 17 september 2006 - Lamp voor Latere Tijden |
|
© 2006 |
|||||
| home |