Vijfde brief van Eshinni

Vanaf de middag van de veertiende dag van de vierde maand, het derde jaar van Kangi, voelde Zenshin (Shinran) een koude opkomen en ging naar bed in de avond. Hij werd ernstig ziek, maar hij liet niemand zijn rug masseren noch zijn benen en wilde niemand toelaten hem te verzorgen. Hij lag heel rustig, maar wanneer ik zijn lichaam aanraakte was het brandend van de koorts. Hij had ook zware hoofdpijn, toch wel boven het normale. Op het einde van de vierde dag was hij in ellendige toestand en zei hij midden in zijn groot ongemak, 'Het moet waarachtig zo zijn'. Daarom vroeg ik hem, ‘Wat is er aan de hand? Hebt ge iets gezegd in uw delirium?'

Dan antwoordde hij, 'Nee, het is geen delirium. Twee dagen nadat ik in bed kwam te liggen, las ik voortdurend het grote Reine Landsutra. Zelfs wanneer mijn ogen gesloten waren, kon ik nog elk karakter van het sutra helder zien. Hoe vreemd, dacht ik. Denkend dat er niets in mijn geest zou zijn buiten het ware vertrouwen, geboren uit de vreugde van de nembutsu, dacht ik zorgvuldig na over dat alles. Dan herinnerde ik mij een voorval dat zeventien of achttien jaar voordien was gebeurd, wanneer ik begonnen was de drie Reine Landsutra's duizendmaal te reciteren voor het welzijn van alle wezens, en plotseling besefte ik de grote vergissing die ik maakte, want terwijl ik waarachtig voelde dat het antwoord op de zegen van de Boeddha er in bestaat voor zichzelf te vertrouwen in de leer en dan aan de anderen te leren ook in de leer te vertrouwen, zoals in het gezegde, 'de Leer zelf geloven en anderen ook tot het geloven brengen is het moeilijkste van alle moeilijkheden', toch probeerde ik het sutra te lezen alsof ik het reciteren van de nembutsu wou aanvullen, terwijl de nembutsu toch op zichzelf al voldoende had moeten zijn. Dus, ik hield op het sutra te lezen. Een gelijkaardig idee moet toch nog achtergebleven zijn, sluimerend in mijn geest.

Eens dat mensen zo beginnen denken, is het moeilijk nog te veranderen. Wanneer ik me realiseerde hoe moeilijk het is om af te geraken van de idee van zelfkracht en toegewijd en onafgebroken daar aandacht voor te hebben, dan was het niet meer nodig het sutra te lezen. En zo, aan het einde van de vierde dag in bed, heb ik gezegd, 'het moet waarachtig zo zijn',. Kort nadat hij dit had uitgelegd zweette hij overvloedig en werd beter. (…)

10de Dag van de Tweede Maand, Derde Jaar van Kocho (1263)

Uit: Yoshiko Ohtani. The Life of Eshinni, Wife of Shinran Shonin. (1990)

Ekō 112
Brieven uit de Traditie

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home