Woorden, woorden, woorden…

Katharina Haemers

Wij zijn sprekende wezens – niet de énige!- en de rijkdom en het geluk dat wij daaruit kunnen putten is onbegrensd!

Maar zoals elke rijkdom genot en vreugde met zich draagt, zo draagt hij ook de keerzijde van de gulden medaille met zich mee.

Woorden kunnen opgestapeld worden tot onoverzichtelijke gedachteconstructies, tot letterlijke torens van Babel, waarachter men zich kan verschansen, binnen het veilig geconstrueerde verhaal, kijkend naar buiten, naar de andere (niet-)luisterend naar de andere, naar het andere.

De religie lijkt een terrein bij uitstek waar zich dit voordoet: woorden, woorden, woorden, om de juiste inhoud van de juiste theorie van de juiste doctrine haarfijn in letters om te zetten. Een woordenvloed die de tijd beheerst en het moment uitstelt waarop niet de letter van de wet maar de inhoud moet ontdekt worden, en die inhoud heeft met handelen, doen, gedragingen, inspanningen te maken. Woorden kunnen emoties oproepen, maar religie is geen zaak van vluchtige emotionele toestanden, waarin we ons genoegzaam wentelen. Mededogen is geen zaak van woorden, zelfs niet van gevoelens, maar van gemoedsgesteldheid en gedrag, die beiden gedragen worden door aandacht.

Het behoort niet alleen tot de ervaring van de lesgevers, maar tot die van hen die ‘veel met religie bezig zijn’ dat er een pijnlijke oververzadiging aan woorden kan optreden om het religieuze, om het spirituele in te ‘vangen’. Een oververzadiging aan woorden voor wat doorleefd moet worden, kan worden.

Woorden zijn handige werktuigen, we hebben ze nodig, maar moeten ze uiterst voorzichtig hanteren, want het woord ‘vermoordt het ding’ (Chuang tzu, Taoďst), het woord kan nooit het ding totaal weergeven, en daardoor geeft het aanleiding tot misverstanden, vergissingen, tot verhitte discussies, dovemansgesprekken, die woorden hanteren, maar de inhoud niet meer kennen.

In de Jataka, de levensverhalen van Siddharta Gautama, is er een prachtig verhaal, dat lang voordat de taaltheorieën ontstaan zijn, weergeeft wat er kan gebeuren met woorden.

Siddharta had plaats genomen onder de boom, en besloten niet op te staan vooraleer hij tot inzicht zou gekomen zijn, tot ‘verlichting’. Wanneer hij dit verwezenlijkt heeft krijgt hij het bezoek van de god Mara. Deze god wordt vaak afgeschilderd als de god van het materiële, het zinnelijke, het genot en de machtswellust. Maar in de Indische traditie is het iets subtieler: daar is Mara de god van de woorden (die de ervaring in materiële tekens vastlegt), het classificeren, het onderverdelen in categorieën. Datgene wat er zich afspeelt wanneer ervaring, beleving, de geest in woorden en begrippen worden vastgelegd. En dan volgt het vreselijke dreigement dat Mara tot de Boeddha uitspreekt: ‘Gij zult nooit een leer kunnen prediken: wanneer gij zult proberen uit te leggen wat gijzelf hebt ervaren (de verlichting) zullen uw woorden gevangen worden in begrippen en betekenissen die niet kunnen weergeven wat gij bedoelt! Gij zult verkeerd begrepen en verkeerd uitgelegd worden!’

Dat was pas bedreigend!

Er zijn al eeuwenlang zware, uitputtende discussies geleverd over de ‘ware leer’ in het boeddhisme zoals in vele andere religies…zo vermoeiend en vaak zo een tijdsverspilling. Wat zou ‘de ware leer’ dan wel kunnen zijn als men vertrekt vanuit het basisgegeven van ‘anatta’? De leer van de Boeddha levert juist het instrument om zich aan dergelijke dwaasheden niet te vergrijpen. Maar …

Ligt de ‘ware leer’ in woorden besloten, gevangen? Ligt de ‘ware leer’ in het woord? Of in de geest, waarvan gezegd wordt, dat ŕlles zich afspeelt dŕŕr, in de geest. Ligt de ‘ware leer’ soms in het juiste inzicht, een aspect van het achtvoudige pad? Waar gaan we het zoeken, waarom zo ver zoeken?

Wanneer men de teksten van Shinran Shonin leest, is de juiste interpretatie niet zonder belang: men moet niet zomaar een beetje staan wauwelen rond teksten die zo ingewikkeld geconstrueerd zijn als deze teksten, en die bovendien verwijzen naar bepaalde historische en sociale toestanden die zeer bepalend zijn voor de betekenis van de tekst, en zonder dewelke men nooit die teksten kan benaderen!

Maar we moeten daarbij toch op de eerste plaats zoeken naar de inhoud, niet naar de letter, niet de voorrang aan de iota –die staat er niet eens- en elke tekst altijd opnieuw bekijken vanuit dat basisgegeven van de Vier Edele Waarheden. Zijn zij niet een schitterende maatstaf?

Het is moeilijk voor de mens, om’ deze oude wereld van lijden te verlaten, waar we al zo lang op rondzwerven’ (Dhammapada)… op zoek naar de Waarheid. We zijn niet tevreden met ‘waarachtigheid’,

of …?

Toen Pedro de Andrade in de 17de eeuw naar Tibet trok om daar zijn geloof te gaan prediken, werd hij er met alle eer ontvangen die bij zijn status van religieus meester paste: hij kreeg een woning en alle toebehoren en hij mocht vrijuit spreken. Het werd pas moeilijk toe de brave Pedro begon te beweren dat hij de Waarheid bezat en dat de Tibetanen (boeddhisten) afgodendienaars waren. Toen heeft men hem alles terug afgenomen, en hem wandelen gestuurd met de volgende woorden: ‘ Wij beoordelen een religie niet aan de hand van het gehalte van waarheid dat ze zou bevatten, maar aan de hand van de maatstaf of de religie de mens beter, vriendelijker en verdraagzamer maakt.’

Niet de waarheid van woorden, maar de waarachtigheid van de gedragingen.

Ekō 113

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home