Tempelrede: De Drievoudige Toevlucht

José Pimienta

Het nemen van de drievoudige toevlucht, t.t.z. de toevlucht tot de Boeddha, tot zijn Leer, en tot de Sangha, is wel wat meer dan het opzeggen van een formule.

1 Waarom wil “iemand” (“ik”) toevlucht nemen?

De Boeddha heeft verklaard dat daar een belangrijke voorwaarde voor aanwezig moet zijn, en dat is: het gevoel te hebben dat het een noodzaak is.

Het uitspreken van woorden, waarmee iemand een toevlucht neemt zou het karakter moeten hebben van een “spirituele intentieverklaring,” een verklaring vanuit het besef dat we niet anders kunnen, vanuit het begrip en de wijsheid die er op dat moment zijn. M.a.w. als we nu toevlucht nemen – of zoeken – betekent dit, dat we tot een zeker “inzicht”, ongeveer het juiste inzicht, gekomen zijn, en het besef dat we daar nood aan hebben, dat we het alleen “op ons eigen” niet kunnen.

2 Wat wordt nu precies bedoeld met een toevlucht?

Er zijn mensen die denken dat de Boeddha ergens in het universum zetelt en ons vanuit zijn alwetendheid, mededogen en kracht genade kan schenken. Toevlucht houdt vanuit Boeddhistische zin echter iets anders in.

Het is te vergelijken met een veilig afdak, waartoe we een toevlucht kunnen nemen om te schuilen wanneer het regent. Het afdak is er om ons bescherming te bieden, maar we zullen zelf iets moeten doen om er gebruik van te kunnen maken. We zullen er heen moeten gaan en het geduld moeten opbrengen eronder te blijven staan, en niet voortijdig weg te lopen.

3 Soorten toevluchten

Er zijn in deze wereld, “samsara wereld,” vele toevluchten. We kunnen toevlucht nemen tot onze zintuiglijke ervaringen, tot allerlei buiten onszelf gelegen objecten en personen.

4 Aan welke eigenschappen moet een “goede toevlucht” voldoen?

De eerste eigenschap die een “object van toevlucht” moet hebben, is: dat we het moeten kunnen vertrouwen; dat het ons geen vrees inboezemt, dat we er naartoe kunnen “gaan juist zoals we zijn,” dat we het gevoel hebben “welkom te zijn.”

De tweede eigenschap die een “object van toevlucht” moet hebben, is: dat dit ons de “goede” en “juiste” middelen geeft die ons kunnen helpen.

De derde eigenschap is het “niet partijdig zijn”: volstrekte onpartijdigheid, zowel ten opzichte van dingen en situaties, als ten opzichte van groepen of individuen zonder enige voorkeur of vooroordeel.

De vierde eigenschap is de mentale instelling om behulpzaam te zijn, een wens om iets voor een ander te doen, zonder dat daarbij een verlangen is voor een tegenprestatie.

Dus:

Het is van belang deze overwegingen voor onszelf te maken. Wanneer we niet voldoende overdenken wat het toevlucht nemen inhoudt, is het moeilijk om juist vertrouwen te ontwikkelen. Als een juist en op een kritisch oordeel gebaseerd vertrouwen ontbreekt, wordt iets blindelings aangenomen en kan twijfel onze inzet (onze toevluchtname) gemakkelijk ondermijnen, of we geven ons zonder enige helderheid van geest over aan gedachten als: “Dit zal het wel moeten zijn.”

Trouwens:

Heeft de Boeddha niet gezegd:

“Geloof niet omdat de wijzen het zeggen.
Geloof niet omdat het geschreven staat.
Geloof niet omdat ik het zeg.
Maar… onderzoek het!
Is het goed, aanvaard het,
Is het slecht, ga erom heen.”

Tot slot: Onze Sangha

Sangha is niet “ik” en mijn geliefkoosde lectuur…
Sangha is de lijfelijke, tastbare gemeenschap van de andere of… de andere als gemeenschap.
Het is via de Sangha dat men de Boeddha kan zien en de Dharma kan horen.
Een welbepaalde functie van de Sangha is het schenken van de Leer.
In de Sangha is er, in plaats van afsluiting tegenover de “andere”, de nadruk op communicatie, op welk niveau dan ook, vanaf de existentiële problematiek (de dagelijkse realiteit) tot en met de meest transcendentale discussie over moeilijke thema’s van de Leer.
Een tempel is een plaats voor “Leer-uitwisseling.”
(uit: Ekō, nr 80, Shitoku)

En wanneer ik aan de Sangha denk, dan heb ik in de allereerste plaats die kleine groep “dharmavrienden” voor ogen waarmee je na elke tempeldienst kan zitten keuvelen…
Wij zijn geen boeddhist op ons eentje…
Ieder mens heeft nood aan anderen…
(uit: Ekō, nr 73, L. Van Schoors)

Boeddha Dharma Sangha

 

Onze Drievoudige toevlucht tot de Gemeenschap, de Leer en de Boeddha, wordt tastbaar gemaakt in ons (huis)altaar, waar links de bloemen symbool staan voor de Gemeenschap, de wierook in het midden voor (de verspreiding van) de Leer, en rechts een kaars (de verlichting van de Boeddha.) (M.S.)


José Pimienta geeft ons volgend gedicht van Thich Nhat Hanh mee ter overdenking:

Toemaatje

Ik heb in de herfst,
toen ik in het park was,
heel lang naar een prachtig
klein blaadje gekeken
dat de vorm had van een hart.
Het was bijna helemaal rood
en hing nog net aan een tak,
klaar om te vallen.

Ik vroeg het blad of het bang was,
omdat het herfst was
en de andere blaadjes
al gevallen waren.

Het blad zei tegen me:
Neen, in de lente en de zomer
heb ik volop geleefd,
ik heb hard gewerkt
om de boom te helpen voeden
en een groot deel van mij
is nu in de boom.

Als ik naar de aarde terugga,
zal ik de boom blijven voeden.
Dus maak ik mij nergens zorgen over.
Als ik deze tak verlaat en naar de grond dwarrel,
zal ik naar de boom zwaaien en tegen hem zeggen:
"tot gauw"!

Thich Nhat Hanh

Ekō 114

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home