In de Japanse traditie wordt eind december afscheid genomen van het jaar. In onze tempel gaat dit afscheid door op 30 december, tijdens de ‘Joya-E’ plechtigheid.
Het afsluiten van het jaar was in Japan een zeer belangrijke gebeurtenis op administratief vlak. Blijkbaar moesten vóór het einde van het jaar alle openstaande schulden betaald zijn. Issa, een priester-dichter die leefde in de 19e eeuw, en het kennelijk moeilijk had om zijn rekeningen te vereffenen, schreef op 29 december in het 2e jaar van Bunsen (1819):
“Vertrouwend op de Boeddha,
goed en slecht,
zeg ik het gaande jaar vaarwel.”
Bij al onze zorgen is dit het enige wat ons rest, nadat we alles geprobeerd hebben: geen wanhoop, maar het vertrouwen dat alles uiteindelijk goed komt. Het is de pragmatische houding die ook in het gedicht ‘Great Masters’ op de volgende bladzijde te lezen valt. Vrij vertaald wordt hierin het volgende gezegd:
“Wie stichtte het Shinboeddhisme? Jij! De grote meesters raden ons met oneindige bezorgdheid aan de nembutsu te prevelen, bij elke draai en keer. Namu Amida Butsu kost mij niet veel moeite, wanneer ik besef dat het de Boeddha is die in contact wil blijven. Doe rustig voort en blijf glimlachen, het kan helpen. Met Amida op mijn lippen, mediteer ik en bid ik. Om het samen te vatten: vreugde, geluk, liefde en vrede rijzen op, doen mijn borstkas opzwellen, en geven mij seksuele bevrijding. Dit dunne rietje dat mij gegeven is, deze rots waarop ik bouw, is de enige praktijk geworden waarmee mijn leven is gevuld.”
Deze woorden zijn een uitstekende inspiratiebron om het jaar met dankbaarheid te beëindigen, en het nieuwe jaar met vertrouwen tegemoet te zien.
Martine Strubbe
“Mocht toch elk wezen gelukkig zijn, of het nu beweeglijk of onbeweeglijk is, lang, groot, middelmatig of kort, fijn of grof, zichtbaar of onzichtbaar, dichtbij of ver, geboren of toekomstig. Mochten alle wezens gelukkig zijn!”
(Mettā Sutta)
|
|
|
|
|
|
Ekō 115 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |