Marc Horemans
Dit is een bewerking van enkele teksten geschreven door Rev. Shitoku A. Peel in zijn werk ‘Filosofie en mystiek van de Jōdo-Shinshū’ en uit de werken Mattoshō en Kyōgyōshinshō van Shinran Shonin met betrekking tot meditatie, goede werken en heilspraktijken binnen het Shinboeddhisme.
Mag men stellen dat goede werken, ‘sila’ (ethiek zoals omschreven in het achtvoudige
pad) en meditatie nutteloos en overbodig zijn in ons leven?
Beslist niét! Maar ze behoren niet tot het vlak van de Verlichting, wél tot
het vlak van de karmische activiteit. In de 19e gelofte van Amida Boeddha leest
Shinran het belang van meditatieve en niet-meditatieve (dus morele) praktijken.
Het is via deze praktijken dat het wezen spiritueel (of nog innerlijk)
bewogen wordt naar de ‘ hogere ‘ niveaus, eerst van de 20e gelofte van
Amida Boeddha (de Jiriki Nembutsu), dan naar de 18e gelofte van Amida Butsu
(de Tariki-Nembutsu).
Shinran ontkent bijgevolg géénszins de effectiviteit van morele regels, maar
beperkt hun uitwerking tot ‘niveauverschuivingen’ op weg naar verlichting: ze
zijn geen oorzaak van geboorte, maar creëren een gunstig karmisch klimaat waarin
het gemoed van de mens ontvankelijker wordt voor het volstrekte vertrouwen (lees:
Boeddha-natuur).
Zo schrijft Shinran in zijn werk Kyōgyōshinshō (KGSS), over bijkomende
handelingen, gemengde praktijken en goede werken:
“Deze goede werken en verdienstelijke praktijken zijn [slechts] geschikte middelen, verschillend van Tathagata’s Voortijdelijke Gelofte. (…) Ze zijn als wortels van het heilzame waarmee men verlangt in het Reine -Land geboren te worden.” (verlichting of niet-wedergeboorte)” KGSS vi, 15
“[De bijkomende handelingen en gemengde praktijken] leiden aanvankelijk niet tot Geboorte, maar ze worden de goede [omstandigheid] om Geboorte te verwezenlijken, op voorwaarde dat de volgeling zijn gemoed omkeert en deze praktijken in de juiste zin omzet.” KGSS vi, 36
Shinran is er van overtuigd dat àl wat een wezen in de richting van het Reine Land stuwt, in feite zijn oorsprong heeft in de Ander-Kracht. Daarom stelt hij dat die praktijken die ons overkomen als zelfkracht, in feite slechts een aspect van Ander-Kracht zijn, dat als ‘geschikt middel’ de verschijning van zelfkracht aanneemt: wij denken dat wij zelf over onze heilswerkzaamheid beslissen, maar in werkelijkheid worden wij geïntroduceerd en karmisch geconditioneerd vanuit de Ander - werkzaamheid. Zo schrijft hij in Mattoshō xvii:
“Mij werd geleerd dat binnen Ander-Kracht er zelfkracht bestaat. Ik heb nooit gehoord van een ander-kracht binnen Ander-Kracht. Dat er zelfkracht binnen Ander-kracht bestaat, betekent dat er mensen zijn die door diverse praktijken en disciplines en door meditatieve en niet-meditatieve Nembutsu de Geboorte zoeken te verwezenlijken.”
Volgens Shinran moeten we ons dus enkel ‘ keren tot’ de werkzaamheid van Amida.
Amida is werkzaam in ons, of we er nu bewust van zijn of niet. Al de rest zijn
maar hulpmiddelen om tot het bewust worden ervan te komen. De Geloftekracht
is werkzaam op alle niveaus van ons spiritueel leven, spiritueel beleven. Het
erkennen en ervaren van de werking van Amida Boeddha’s oneindige Mededogen in
ons, dàt is Shinjin.
Voor Shinran is de Geboorte in het Reine Land niets anders dan het deelnemen
aan de Ander-Kracht, onder de vorm van een terugkeer naar de lijdenswereld.
Onder welke vorm die plaatsheeft? Onder alle mogelijke vormen. Vermits de wezens
in het Reine Land het ‘lichaam van leegheid’ hebben, kunnen ze als Boeddhakracht
alle denkbare samsarische vormen’ aannemen, vermits ze elke “ik-vorm” hebben
afgelegd bij hun verwezenlijking van Nirvana.
Bronnen:
Filosofie en Mystiek van de Jōdo-Shinshū blz. 118, 130, 131, 164
Kyōgyōshinshō (KGSS vi, 15, 36
Mattoshō xvii
Besluit van de auteur
De meditatie die we bijgevolg binnen de Shinboeddhistische stroming beoefenen is, in tegenstelling tot vele andere stromingen, geen meditatie om te streven naar verlichting of inzichtelijke bevrijding, doch eerder een ‘beschouwelijk zitten’, waarbij we trachten ons gemoed tot rust te laten komen om in een moment van harmonie de onderlinge verbondenheid met alles om ons heen te ervaren, heel natuurlijk, zonder streven, zonder doel.
|
|
|
|
|
|
Ekō 115 |
|
© 2007 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |