Hoe pas jij het Boeddhisme toe in je Dagelijkse Leven?

Frits Bot

Dat was de vraag die centraal stond tijdens de studiebijeenkomst die 17 november bij Jikoji werd gehouden. In dit artikel zal ik een poging doen mijn antwoord op deze vraag onder woorden te brengen.

Het lijden, zoals het in de eerste edele waarheid wordt omschreven [2] , is iets waar ik net als ieder mens dagelijks mee geconfronteerd word. Het vormt de kern van mijn beoefening van het boeddhisme.

Enerzijds biedt het boeddhisme hoop door te stellen dat er een weg is die leidt naar het opheffen van het lijden (derde edele waarheid). Anderzijds moet ik echter vaststellen dat ik blijkbaar al lange tijd in de keten van wedergeboortes rondzwerf als gevolg van begeertes (tweede edele waarheid) zonder erin te zijn geslaagd deze weg tot het einde te bewandelen. De waaromvraag stellen lijkt niet zinvol, wel zinvol lijkt het in dit leven de weg verder te bewandelen in overeenstemming met de omstandigheden.

Enerzijds mag ik mij gelukkig prijzen met de welvarende omstandigheden waarin ik leef. Anderzijds zijn het juist ook deze omstandigheden die ervoor zorgen dat de verleiding groot is mijn tijd te besteden aan partner, werk, hobby’s, enz. De beoefening van het boeddhisme dreigt hierdoor dikwijls naar de achtergrond te verdwijnen, hoezeer ik dat ook betreur. Verhalen over de boeddhistische en taoïstische meesters en de praktijken die zij beoefenden inspireren mij zeer [3] , maar ik zie ook in dat ik er in dit leven niet in zal slagen die te volbrengen. Dat is de reden dat ik mijn toevlucht heb genomen tot het reine land boeddhisme.

De nembutsu als enige praktijk. Of liever nog: als niet-praktijk. Vertrouwen. Wat wordt daar allemaal mee bedoeld? Ik moet eerlijk zeggen, dat ik het niet zou weten. Ik zou liegen als ik zeg dat ik vertrouwen heb in de nembutsu. Simpelweg omdat het mijn bevattingsvermogen te boven gaat.

Wat ik wel kan zeggen is dat ik een oneindig vertrouwen heb in diverse boeddhistische meesters die de nembutsu onderwezen, waarbij ik Hsüan Hua (1918 - 1995) [4] met name wil noemen. Hoewel de rigide nembutsu-praktijk die door deze Chinese meester werd onderwezen (naast diverse andere boeddhistische praktijken, overigens) ver lijkt af te staan van wat Shinran verkondigde, kan ik toch niet anders dan vaststellen dat hij ervoor gezorgd heeft dat ik niet meer twijfel aan de effectiviteit van de nembutsu, ook al begrijp ik niet “hoe het werkt”.

Juist omdat de nembutsu zoals onderwezen door Hōnen en Shinran beter lijkt aan te sluiten op het dagelijkse leven van een normaal mens als ikzelf, lees ik de laatste tijd voornamelijk hun werken. Ik beschouw de nembutsu dan ook als mijn enige beoefening. Soms in de vorm van recitatie, maar vaak ook in de vorm van ‘denken aan Amida Boeddha’.

Andere boeddhistische praktijken probeer ik zoveel mogelijk los te laten, waarbij het volgen van de lekenvoorschriften iets is waar ik soms moeilijk afstand van kan doen. Toch schend ik door mijn werk dagelijks het voorschrift over alcoholverkoop [5] . Het is dus maar te hopen dat Rennyo’s brief over jagen en vissen [6] ook op de alcoholindustrie van toepassing is…

Hoewel ik in mijn dagelijks leven zoveel mogelijk met respect probeer om te gaan met de wereld waarin ik leef, zie ik dat niet direct als een boeddhistische praktijk. Zo min mogelijk lijden proberen te veroorzaken voor het leven om me heen is een mooi streven, maar uiteindelijk schiet ik daarin toch tekort. De laatste paragrafen van hoofdstuk 4 van de Tannisho [7] beschrijven dit ook treffend.

Soms stel ik mezelf dan ook de vraag of ik wel tot echt mededogen in staat ben. Ik heb namelijk de indruk dat het weinige mededogen waarover ik beschik vooral is gericht op al het niet-menselijke in deze wereld. Mensen en al het lijden dat ze met hun handelen veroorzaken roepen soms eerder een gevoel van afkeer en machteloosheid op.

En zelf ben ik natuurlijk ook een van die mensen. Vandaar dat het pad van Ander-Kracht het pad is waartoe ik mijn toevlucht neem, hopende dat dit pad mij naar geboorte in het reine land zal leiden.

 

[2] Voor een samenvatting van de edele waarheden zie Aldus sprak de Boeddha, Asoka, 2007

[3] Zie bijvoorbeeld werken van John Blofeld: Tao – het sublieme geheim, Bres, 1999, De goden te boven, Bres, 1999, Nico Tydeman: Vormen van oneindige leegte, Karnak 1990 en Lama Anagarika Govinda: De weg der witte wolken, Bres, 1997

[4] Voor een biografie zie ‘Records of the Life of the Venerable Master Hsüan Hua’, Buddhist Text Translation Society, 1973 en 1975 (2 delen)

[5] Het vijfde voorschrift uit het ‘Brahma Net Sutra’ (JP. Bommo-kyō), zie bijvoorbeeld Brahma Net Sutra, Sutra Translation Committee of the United States and Canada, 1998

[6] De derde brief uit de eerste bundel van de ‘Gobunshō’, zie bijvoorbeeld Letters of Rennyo, Shin Buddhism Translation Series, 2000

[7] Zie bijvoorbeeld ‘Tannishō – het Betreuren van Afwijkingen’, De Simpele Weg, 1989

Ekō 115

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
            home