Het Doden van de Boeddha

Sam Harris

“Dood de boeddha” zegt een oude koan. “Dood het boeddhisme” zegt Sam Harris, de auteur van het boek “Het einde van religie”. Volgens hem zouden boeddhistische filosofie, inzichten en praktijken veel meer mensen bereiken als ze niet zouden worden aangeboden als een vorm van religie.

De negende eeuwse zenmeester Lin Chi zou naar het schijnt gezegd hebben: “als je de boeddha onderweg tegen komt, dood hem dan”. Zoals zoveel zenleerstellingen klinkt het te goed om waar te zijn. Maar de kern van de boodschap blijft wel waardevol: wie van de Boeddha een religieuze fetisj maakt, heeft de essentie van wat hij onderwees niet begrepen. Als we nagaan wat het boeddhisme deze wereld te bieden heeft in de 21e eeuw, dan is mijn voorstel om de waarschuwing van Lin Chi vooral ernstig te nemen. Als leerlingen van de Boeddha moeten we ons ontdoen van het boeddhisme.

Daarmee bedoel ik niet dat het boeddhisme deze wereld niks te bieden heeft. Er zijn argumenten genoeg om te stellen dat de boeddhistische traditie de rijkste bron van contemplatieve wijsheid is die ooit door een beschaving is voortgebracht. In een wereld die sinds mensenheugenis wordt geterroriseerd door moorddadige hemelgod-religies, zou een wijde populariteit van het boeddhisme een welkome ontwikkeling zijn. Maar dat zal nooit gebeuren. Niets wijst er op dat het boeddhisme kan concurreren met de nietsontziende bekeringsdrang van het christendom of de islam. Dat is trouwens ook niet wat het boeddhisme moet proberen te doen.

De wijsheid van de Boeddha zit momenteel gevangen in de religie van het boeddhisme. Zelfs in het Westen, waar wetenschappers en boeddhistische contemplatieven samenwerken om de effecten van meditatie op onze hersenen te onderzoeken, blijft boeddhisme een aangelegenheid van een erg kleine, ‘parochiale’ groep mensen. Het mag dan wel waar zijn dat ‘het boeddhisme geen godsdienst is’, zoals heel wat boeddhisten zelf ook beweren. Maar als we kijken naar hoe het boeddhisme op wereldschaal wordt beoefend, dan is dat op dezelfde naïeve, smekende en bijgelovige manier die binnen andere religies de regel is. Het spreekt dan ook voor zich dat alle niet-boeddhisten geloven dat het boeddhisme wel degelijk een godsdienst is – en dat ze er bovendien heilig van overtuigd zijn dat het de verkeerde godsdienst is.

Spreken over ‘het boeddhisme’ zorgt ervoor dat mensen een vals beeld krijgen van wat de Boeddha ons leert. Zolang we het gesprek in die termen blijven voeren, zorgen we er als ‘boeddhisten’ zelf voor dat de wijsheid van de Boeddha maar een geringe invloed heeft op de ontwikkeling van de beschaving in de 21e eeuw.

En wat nog erger is: de voortdurende vereenzelviging van boeddhisten met het boeddhisme, ondersteunt op een stilzwijgende manier de meningsverschillen tussen de godsdiensten. Op dit punt van de geschiedenis aangekomen, is zoiets niet meer te verdedigen, noch op morele, noch op intellectuele gronden. Zeker niet in het rijke, ontwikkelde Westen dat de grootste verantwoordelijkheid draagt voor het verspreiden van ideeën. Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat de lezer van dit artikel beter geplaatst is om de loop van de geschiedenis te beïnvloeden, dan bijna eender welke persoon die ooit geleefd heeft. Als we stilstaan bij de mate waarin godsdienst nog steeds de inspirator is van intermenselijke conflicten en een factor die vrij onderzoek verhindert, dan ben ik er van overtuigd dat alleen al jezelf omschrijven als ‘een boeddhist’ hetzelfde is als medeplichtig zijn aan het geweld en de onwetendheid in de wereld, op een manier die niet aanvaardbaar is.

Het is waar dat veel vertegenwoordigers van het boeddhisme, waarvan de meeste bekende de Dalai Lama, zich opmerkelijk bereid hebben getoond om hun visie op de wereld te verrijken (en zelfs te beperken) op basis van een dialoog met moderne wetenschap. Maar het feit dat de Dalai Lama regelmatig een ontmoeting heeft met Westerse wetenschappers om te dialogeren over hoe ons bewustzijn werkt, betekent nog niet dat het boeddhisme, of het Tibetaans boeddhisme, of zelfs nog maar de Dalai Lama’s eigen stamboom, niet zou zijn besmet door religieus dogmatisme. Sterker nog: sommige boeddhistische concepten zijn zo ongeloofwaardig dat ze de onbevlekte ontvangenis in vergelijking bijna aannemelijk doen lijken. Niemand is geholpen met een manier van spreken die dergelijke ongeletterde ideeën beschouwt als een integraal deel van onze kennisontwikkeling op het gebied van menselijk bewustzijn. Sommige westerse boeddhisten met een universiteitsdiploma geloven blijkbaar dat Guru Rimpoche geboren is uit een lotus. Dit is niet bepaald het soort van spirituele doorbraak waar onze beschaving zoveel eeuwen op heeft zitten wachten.

Laten we dit vooral niet vergeten: iemand kan de leer van de Boeddha onderschrijven, en zelfs een waarachtige contemplatieve boeddhist worden (en zelfs, zo mogen we veronderstellen, een Boeddha) zonder ook maar iets te geloven waarvoor onvoldoende bewijsmateriaal bestaat. Datzelfde kan niet worden gezegd van de religies die zijn gebaseerd op geloof. In heel wat opzichten lijkt het boeddhisme op wetenschap. Je start met de hypothese dat het richten van de aandacht op de voorgeschreven manier (meditatie), en het uitvoeren of vermijden van bepaalde gedragingen (ethiek), zal leiden tot het beloofde resultaat (wijsheid en psychisch welzijn). Het boeddhisme is in hoge mate geïnspireerd door deze empirische manier van denken. Dat maakt dat de methodologie van het boeddhisme, eens ontdaan van zijn religieuze ballast, een belangrijk hulpmiddel kan zijn in onze verwoede pogingen om tot wetenschappelijk inzicht te komen op het gebied van menselijke subjectiviteit.

Het probleem met religies

Onverzoenbare religieuze doctrines hebben onze wereld gebalkaniseerd in van elkaar afgescheiden morele gemeenschappen, en deze verdeeldheid is een aanhoudende bron van bloedvergieten. Meer dan ooit in de geschiedenis het geval is geweest, ligt religie aan de basis van geweld. De recente conflicten in Palestina (joden tegen moslims), de Balkan (orthodoxe Serven tegen katholieke Kroaten; orthodoxe Serven tegen Bosnische en Albanese moslims), Noord-Ierland (protestanten tegen katholieken), Kasjmir (moslims tegen hindoes), Soedan (moslims tegen christenen en animisten), Nigeria (moslims tegen christenen), Ethiopië en Eritrea (moslims tegen christenen), Sri Lanka (Sinhalese boeddhisten tegen Tamil hindoes), Indonesië (moslims tegen Timorese christenen) Iran en Irak (sjiïtische tegen soennitische moslims) en de Kaukasus (orthodoxe Russen tegen Tsjetsjeense moslims), Azerbeidjaanse moslims tegen katholieke en orthodoxe Armeniërs) zijn maar een paar voorbeelden die dit onderlijnen. Het zijn stuk voor stuk plaatsen waar religie de afgelopen jaren de expliciete oorzaak is geweest, en nog steeds is, van letterlijk miljoenen doden.

Waarom is religie zo’n sterke bron van geweld? Er is geen ander discours waarin mensen op zo’n uitgesproken manier hun onderlinge verschillen op de spits drijven, en vastleggen in een systeem van eeuwigdurende beloningen en straffen. Religie is de enige menselijke onderneming waarbij het wij-tegen-zij-denken een allesoverstijgende betekenis krijgt. Wanneer je echt gelooft dat de naam die je aan God geeft het verschil kan maken tussen eeuwige gelukzaligheid en eeuwige verdoemenis, dan is het normaal en redelijk om ketters en ongelovigen slecht te behandelen. Wat er bij religieuze verschillen op het spel staat, wordt op die manier onmetelijk veel belangrijker dan al die andere verschillen die gebaseerd zijn op tribalisme, racisme of politiek.

Religie is ook het enige maatschappelijke onderwerp van gesprek waarbij mensen systematisch worden beschermd tegen de vraag om bewijzen te geven voor de zaken waarin ze zo vurig geloven. Nochtans zijn het die zaken die bepalen waarvoor deze mensen leven, waarvoor ze willen sterven en ook, al te vaak, waarvoor ze willen moorden. Dit is een probleem, want als er veel op het spel staat hebben menselijke wezens een simpele keuze tussen een gesprek en het plegen van geweld. Op het niveau van gemeenschappen is het een keuze tussen een gesprek en oorlog. Er is maar één ding dat kan garanderen dat we met elkaar in gesprek blijven en dat is de fundamentele bereidheid om redelijk te zijn; de bereidheid om onze overtuigingen over de wereld te herzien wanneer zich nieuwe gegevens en argumenten aandienen die dat noodzakelijk maken. Zekerheid zonder bewijsmateriaal kan niet anders dan tweedracht zaaien en ontmenselijken.

Het is dan ook één van de grootste uitdagingen van de menselijke beschaving in de 21e eeuw om mensen te leren spreken over hun diepste persoonlijke bekommernissen – over ethiek, waarden, spirituele ervaringen en de onontkoombaarheid van het menselijke lijden – op een manier die niet flagrant irrationeel is. Niets staat een dergelijk project meer in de weg dan het respect dat wij betuigen ten aanzien van religieuze overtuigingen. Er is natuurlijk geen garantie dat rationele mensen het altijd eens zullen worden. Maar dat de irrationele altijd zullen verdeeld blijven over hun dogma’s, is maar al te zeker.

Het lijkt me bijzonder onwaarschijnlijk dat we de verdeeldheid in de wereld kunnen genezen door gewoon de mogelijkheden voor interreligieuze dialoog te vermeerderen. Het eindpunt van onze beschaving kan en mag zich niet beperken tot een wederzijds tolereren van toestanden waar de irrationaliteit van af druipt. Alle partijen betrokken bij een oecumenisch religieus gesprek komen overeen om op eierschalen te lopen wanneer het gaat over punten waarop hun wereldvisies anders zouden botsen. Tegelijk blijven deze punten een aanhoudende bron van geschokte verbazing en onverdraagzaamheid bij hun medegelovigen. Politieke correctheid kan gewoon geen duurzame basis verschaffen aan menselijke samenwerking. Als we willen dat er een tijd komt dat godsdienstoorlogen even ondenkbaar zijn als slavernij en kannibalisme, dan zal die er enkel komen omdat we ons bevrijd hebben van het dogma van het geloof.

Een contemplatieve wetenschap

Wat de wereld op dit moment het meeste nodig heeft is een manier om menselijke wezens zover te brengen dat ze de hele menselijke soort gaan beschouwen als hun morele gemeenschap. Om dat te bereiken moeten we een manier van spreken ontwikkelen die het volledige spectrum aan menselijke ervaringen en ambities kan vatten, en die volstrekt onsektarisch is. We hebben een manier van spreken nodig over ethiek en spiritualiteit, die even weinig gehinderd wordt door culturele vooroordelen als bij wetenschap het geval is. Wat we nodig hebben, kortom, is een contemplatieve wetenschap, een moderne aanpak waarmee we de verste uiteinden van psychisch welbevinden kunnen verkennen. Het zou voor iedereen moeten duidelijk zijn dat we een dergelijke wetenschap niet zullen ontwikkelen door onze inspanningen te richten op het verspreiden van ‘Amerikaans boeddhisme’, of ‘Westers boeddhisme’ of ‘geëngageerd boeddhisme’.

Als de methodologie van het boeddhisme (ethische voorschriften en meditatie) er in slaagt om authentieke waarheden te ontdekken over ons menselijk bewustzijn en de wereld der verschijnselen – waarheden als leegheid, zelfloosheid en veranderlijkheid – dan zijn deze waarheden in geen enkel opzicht ‘boeddhistisch’ te noemen. Ik twijfel er niet aan dat de meest toegewijde beoefenaars van meditatie dit beseffen. Maar de meeste boeddhisten beseffen het niet. Gevolg: zelfs wanneer iemand zich bewust is van de tijdloze en niet-contingente aard van meditatieve inzichten die worden beschreven in de boeddhistische literatuur, dan zal zijn of haar identiteit van ‘boeddhist’ anderen in verwarring brengen.

Er zijn redenen waarom we niet spreken over ‘christelijke fysica’ of ‘islamitische algebra’, terwijl het toch de christenen zijn die fysica hebben ontwikkeld zoals we die vandaag kennen, zoals de moslims dat hebben gedaan voor algebra. Vandaag de dag zou iedereen die de nadruk legt op de christelijke wortels van fysica of de islamitische wortels van algebra, het verwijt krijgen dat hij of zij niks snapt van deze disciplines. Hetzelfde geldt voor het ontwikkelen van een wetenschappelijke verantwoording van het contemplatieve pad. Eens we dit kunnen, dan zal dit elke religieuze associatie compleet overstijgen. Wanneer we een dergelijke conceptuele revolutie achter de rug hebben, dan zullen uitdrukkingen als ‘boeddhistische meditatie’ enkel nog een teken zijn van ons onvermogen om de veranderingen in ons begrip van de menselijke geest te bevatten.

We kunnen tot op heden niet met zekerheid zeggen wat het nu precies betekent om mens te zijn, omdat elk facet van onze cultuur - en zelfs van onze biologie – ontvankelijk blijft voor vernieuwing en dieper inzicht. We weten niet wie we zullen zijn over duizend jaar. We weten zelfs niet of we er sowieso nog zullen zijn, als we kijken naar het dodelijke gehalte van heel wat van onze absurde overtuigingen. Maar welke veranderingen er ons ook te wachten staan, er is één ding dat waarschijnlijk niet zal veranderen: zolang we dingen kunnen ervaren, zal het onderscheid tussen geluk en lijden onze belangrijkste zorg zijn. We zullen willen begrijpen welke processen – biochemisch, gedragsmatig, ethisch, politiek, economisch en spiritueel – verantwoordelijk zijn voor dit verschil. We staan zeker nog niet op een punt dat we een allesomvattend inzicht hebben in deze processen. Maar we weten wel al genoeg om een hele hoop valse beweringen hierover van tafel te vegen. We weten bijvoorbeeld meer dan genoeg om te kunnen stellen dat de god van Abraham het niet waard is om de verdienste te krijgen voor het scheppen van ons immense universum. Zelfs de mens is hij onwaardig.

Over de aard van het menselijke bewustzijn valt nog veel te ontdekken. Meer bepaald zouden we veel beter moeten begrijpen hoe we ons bewustzijn kunnen omvormen: van een vergaarbak voor hebberigheid, haat en wanen, tot een instrument van wijsheid en mededogen. Mensen die de Boeddha bestuderen zijn goed geplaatst om onze kennis op dit gebied te vermeerderen. Alleen staat de religie van het boeddhisme dit in de weg.

Vertaling Alexander Witpas. Oorspronkelijke titel: ‘Killing the Buddha’, gepubliceerd op de website van Shambala Sun http://www.shambhalasun.com

Ekō 117

jikōji - 慈光寺

© 2008

info-at-jikoji.com
            home