Over een Moeilijk Begrip: Anatta

Katharina Haemers

‘Wij bestaan slechts uit bontgevlekte flarden die zo los met elkaar zijn verbonden dat elk ervan voortdurend fladdert zoals hij wil; daarom bestaan er even zovele verschillen tussen ons en onszelf als tussen ons en de anderen.’ (Michel de Montaigne. Essays.)

Het is al altijd zo gesteld dat anatta - niet-zelf - één van de moeilijkste boeddhistische begrippen is, en dat zal dan wel zo zijn.

Maar iets wat ‘moeilijk’ is is ook altijd héél aantrekkelijk en een uitnodiging om te zien hoe dicht men het kan benaderen!

Wat is er zo moeilijk aan dat kleine woordje?

Anatta is samengesteld uit: a-privativum (ontkenning) en atman, wat hier vertaald wordt door ‘ziel’, hetgeen natuurlijk niet echt correct is, want ‘ziel’ is een begrip uit de westerse traditie met haar eigen typische geladenheid. Maar het gaat wel om een ‘onsterfelijk geestelijk beginsel’; uitgebreid wordt dat ook de ‘absolute essentie’ van de dingen, de onveranderlijke kern…

Er wordt héél duidelijk gesteld dat anatta géén metafysisch begrip is: niet-zelf, niet-ik verwijst niet naar het ‘zijn’ van het zelf of van het ik of van de dingen. Daar ligt al een eerste valkuil: in de westerse traditie hebben wij het soms moeilijk om in filosofische of religieuze context niet in termen van ‘zijn ‘ te denken. Niet-ik betekent niet dat het ‘ik’ niet bestaat! Het zou wel moeilijk zijn trouwens om zoiets te ontkennen. Maar het ‘ik’ of de ‘dingen’ hebben géén absolute essentie (identiteit in de filosofie), zijn niet onveranderlijk of onvergankelijk, en dat is iets anders.

Is dit dan muggenzifterij voor specialisten?

Nee helemaal niet! Het gaat enkel om het concreet toepassen van een aantal vaststellingen die in de boeddhistische traditie gedaan worden vanuit de ervaring, wat meteen wil zeggen dat iedereen deze zaken zélf kan ervaren!

Vanuit de ervaring wordt vastgesteld dat alle dingen veranderlijk zijn, omdat alle dingen (zaken, personen, gebeurtenissen) samengesteld zijn, en wanneer één element verandert, heeft dat gevolgen voor het geheel! Niet alleen alle elementen zijn veranderlijk, maar ook de relaties tussen die verschillende elementen veranderen voortdurend. Er is niets dat blijvend is, niets dat als een essentie los van al het andere intact overeind blijft.

Concreet voorbeeld: ik verlang naar iets, maar wanneer ik het dan eindelijk in mijn bezit heb, ben ik niet tevreden, want het ding is ondertussen veranderd, ikzelf ben veranderd en mijn verlangen gaat nu uit naar iets anders…(dat is precies wat de reclamewereld nodig heeft!)

Zoals alles in het boeddhisme is dit géén abstracte theoretische beschouwing, maar wordt deze toegepast in het beleven van de praktijk.

En het is niet verwonderlijk dat dingen gemakkelijker worden wanneer men erin slaagt ze als ‘anatta’ te kunnen zien.

Feiten zijn feiten, zegt het spreekwoord, maar zoals vaker gebeurt, heeft het spreekwoord geen gelijk! Wat is een feit? Bestaat een feit op zichzelf of is een feit een gebeurtenis die door verschillende mensen wordt gehoord, gezien, ondergaan of ervaren? (denk aan de film Rashomon van Kurosawa!)

Mensen slagen er in jarenlang een ‘feit’ met zich mee te slepen, zich eraan vast te klampen, en al het andere uit hun bestaan eraan te toetsen (en meestal te verpesten): een conflict met de vader, een slechte schoolervaring, een bedrogen liefde…Het wordt een vast kader waarbinnen al het andere geprojecteerd wordt, het wordt zelfs een houvast om bitterheid en angst en hatelijkheid in op te stapelen.

In de leer praktijk van de Boeddha zal men proberen op een andere manier naar het ‘feit’ te kijken: het keiharde feit in de persoonlijke herinnering, is iets heel anders in de herinnering van de andere personen. Wanneer men de omstandigheden onderzoekt waarin het feit heeft plaatsgehad, kan er een heel andere interpretatie mogelijk zijn van het gebeuren. In welke toestand was ikzelf op dat ogenblik (angst, verlangen, afkeer?)? En welk menselijk gedragspatroon is er te zien achter de feiten, welk psychologisch netwerk heeft deze gebeurtenis gekleurd. Is dit gebeuren een unieke individuele ervaring, is mijn ‘ik’ hier geraakt, of is het iets wat in elk menselijk bestaan voorkomt?

Een feit is geen feit: oorlog, armoede, liefde, wrok, verlangen…het zijn alle heel complexe zaken, die voor verschillende personen een andere betekenis hebben, en niet zomaar in een woord te vangen zijn.

Trouwens, wat is een woord? Is er één woord dat maar één betekenis heeft? En als dat al zo was, is er geen verschil in de manier waarop het gehoord of uitgesproken wordt, in welke omstandigheid en met welke bedoeling?

Anatta is een verwijzing naar de enorme complexiteit van alles in dit menselijk bestaan. Niet om het moeilijk te maken, maar juist om te leren zien dat een oordeel, een vooroordeel of een vaste overtuiging, principes, harde standpunten en nog veel meer misschien even als een houvast kunnen functioneren maar heel snel veranderen en als een beklemming, een gevangenis gaan werken; ze houden de geest gevangen en verhinderen om te zien wat er te zien is. En omgekeerd: de mislukking, het verwijt, de ontgoocheling die men te verwerken krijgt, is ook ‘maar’ anatta, géén absolute veroordeling voor de rest van het leven, maar een gebeurtenis, verbonden met bepaalde omstandigheden, bepaalde personen, bepaalde gevoelens die veranderlijk zijn als ‘pluimpjes in de wind’…

Het ‘zien’ van anatta - niet erover zitten nadenken! - kan de mens bevrijden van veel angst en pijn, van wrok en verdriet, en ook van hatelijkheid of wraakgevoelens tegen anderen. Anatta zien, ervaren en erkennen in mensen en gebeurtenissen leidt tot niet-oordelen, niet- veroordelen, het leidt naar mededogen.

En dan komt nog dat laatste, het allermoeilijkste zoals gezegd wordt: het erkennen van ‘het zelf’ als anatta, het ‘ik’ als anatta.

Dat heeft iets weg van een onttroning, van een verlies van de grond onder de voeten, van loslaten van misschien het allerlaatste houvast?

In wanhoop probeert men dat ‘ik’ nog een beetje als een paal boven water te houden. Krampachtig klemt men zich daaraan vast: mijn leven, mijn gevoelens, mijn gekwetst zijn, mijn waarheid…

Bezit mijn ik dan een ‘absolute kern’, een ‘eigen-zelf’, een identiteit? Wie of wat zou dat dan zijn: is dat dé man of dé vrouw? Is dat de leraar of de advocate? Is dat dé moeder of dé vader? Of misschien de premier of de diva? Zijn dat niet allemaal erg veranderlijke en vergankelijke dingen?

Is mijn absolute onaantastbare zelf als vader in huis hetzelfde als dat van de manager op het werk? Ben ik dezelfde als ik de moederrol vertolk of als ik de rol van de vriendin of de zus speel? Vertelt men dezelfde verhalen over dezelfde vakantie op dezelfde manier in de huiskamer, op het werk, of bij de vrienden?

Wat is dan de Waarheid? Wie is dan dat échte ik?

Het leren zien van anatta van het ik kan zeer ontspannend werken: men moet niet meer de onmogelijke opdracht vervullen van ‘een mens uit een stuk’ te zijn. Het klinkt mooi, maar het zou misschien niet zo mooi zijn in de praktijk wanneer we tegenover alles en iedereen ‘dezelfde’ zouden zijn! We zouden trouwens een ondraaglijke fundamentalist zijn als we een mens uit één stuk werden…

Wat een bevrijding kan het betekenen wanneer men nooit meer zo gekwetst, vernederd, uitgestoten, gehaat kan worden dat het ‘ik’ eraan ten onder gaat, gewoonweg omdat dat ‘ik’ anatta is! Ons ik kan nooit een object van begeerte of afkeer worden: het blijft ongrijpbaar, veranderlijk, het herstelt zich na elke pijn, het kan zich opnieuw openen voor elke vreugde!

We leven in een tijd waarin men alles tot het ‘ik’ betrekt, (de hele wereld is van jou, het is jouw energie, enzovoort…) en het ziet er niet naar uit dat mensen daar gelukkig van worden. Is het dan niet een bevrijdende mogelijkheid om juist de omgekeerde richting uit te gaan: het ‘ik’ kan zich overgeven aan het groter geheel, het kan zich laten dragen door aarde, het kan zich als deeltje van de kosmos thuis voelen: de bevrijding uit een beklemmend individualisme!

Misschien moeten we de uitspraak een beetje aanpassen (uitspraken zijn ook getekend door anatta) en stellen dat het anatta-begrip niet het moeilijkste is om te begrijpen in de leer van de Boeddha, misschien wél om het te zién, te erkennen en te aanvaarden. De leer van de Boeddha is een leer van leven met aandacht, om de werkelijkheid te zien zoals ze zich aan ons voordoet. Vanuit deze ingesteldheid kunnen de dingen zich aan ons tonen zoals ze zijn, en verhinderen wij dat niet door ons idee hoe ze zijn of zouden moeten zijn.

Dan wordt het minder onbegrijpelijk wanneer een zen-meester stelt: Het Ware Zelf is niet-zelf…

P.s. Een boeiende oefening kan er ook in bestaan het anatta van de wereld van justitie en rechtvaardigheid te beschouwen, of het anatta van de wereld van de verzekeringen…

Ekō 118

jikōji - 慈光寺

© 2008

info-at-jikoji.com
            home