Contacten tussen het Boeddhisme en de Westerse Wereld - Een Beknopt Overzicht (1)

Martine Strubbe

In het Westen is het boeddhisme sinds een tweetal eeuwen voorwerp van min of meer intensieve studie. De correctheid van het onderzoek was echter dikwijls van twijfelachtige aard. Pas sinds midden vorige eeuw worden overal in de westerse wereld diepgravende studies gevoerd, door mensen die een juist begrip hebben van de Leer van de Boeddha. Maar de eerste contacten tussen het boeddhisme en het westen dateren al van veel vroeger…Reeds in de eerste eeuw(en) na het ontstaan van de sangha in India zijn er contacten geweest.

Als we de Griekse bronnen naderbij bekijken, dan stellen we vast dat een eerste historische en belangrijke ontmoeting tussen het gedachtegoed van het klassieke Oosten en het Klassieke Westen plaats had in de 4e eeuw v.C. toen Alexander de Grote zijn gebied uitbreidde tot aan de Indus. Deze leerling van Aristoteles had een zekere interesse voor filosofie – en het is mogelijk dat de geleerden die zijn leger vergezelden in Griekenland verslag uitbrachten over de ‘vreemde’ denkwijzen die zij op hun tochten hadden leren kennen.

Megasthenes (350 – 290 v.C.) beschreef in zijn werk ‘Indica’ het leven in India in de tijd van de Maurya dynastie. Hij spreekt er over ‘sarmanai’, (‘samanen’ of ‘sramanen’, waartoe ook de Boeddha behoorde).

Later gaf Strabo (27 v.C. – 14 n.C.) als aardrijkskundige gedetailleerde beschrijvingen van het Indische subcontinent.

Clementius van Alexandria, één van de oude kerkvaders (2e eeuw n.C.) zei dat er tussen de ‘barbaren’ van wie de filosofie naar Griekenland kwam, er ook waren die ‘de voorschriften van de Boeddha’ volgden.

In de Indische bronnen vinden we ook heel wat verwijzingen naar contacten tussen Grieken (‘Yonaka’s’) en de Indiërs.

Na de terugtrekking van Alexander de Grote (4e e v.C.) hebben nazaten van de Griekse veldheren, de diadochen, een tijdlang geregeerd over kleine koninkrijkjes die gelegen waren in wat nu Pakistan/Afghanistan is. Koning Demetrios van het Griekse rijk Bactria was de eerste diadoch die de Indusvallei inlijfde. Later breidde de Griekse invloed zich uit tot Mathura in Uttar Pradesh in India en Gandhara, en even zelfs tot Pataliputra (Patna)

In de 3e eeuw v.C. zond koning Asoka ‘Missies van Mededogen’ naar alle delen van zijn koninkrijk en naar de Griekse territoria. In zijn edicten vermeldt hij de namen van vijf Griekse koningen die zijn missies ontvingen: Antiochus II van Syrië, Ptolemaeus Philadelphos II van Egypte, Antigonas Gonatas van Macedonië, Magas van Cyrene en Alexander van Epirus. De vele handels- en karavaanroutes tussen het Griekse rijk en India vormden hierbij een uitstekend communicatie netwerk. De oude stad Alexandrië in Egypte was een trefpunt voor allerlei soorten filosofieën en religies. Door de brand van de Alexandrijnse bibliotheek zijn de boeddhistische teksten waarover men toen mogelijk beschikte verdwenen.

In het huidige Afghanistan werden Edicten van Asoka gevonden in het Grieks en in het Aramees (de taal van Christus!).

Uit de 1e eeuw v.C. stamt de Milindapañho, een niet-canoniek werk, dat geschreven werd in het Pali. Hierin zijn enkele gesprekken genoteerd tussen Koning Milinda, geïdentificeerd als Menandros, geboren in India in de 2e eeuw v. C., en de monnik Nagasena. Deze Menandros wordt ook vermeld in de geschriften van de Griek Plutarchos (1e eeuw n.C.) en de Romein Justinus (± 2e n.C.).

De Grieken worden in de Milindapañho de ‘Yonaka’s’ (Ioniërs) genoemd.

In de ‘Mahavamsa – de Grote Kroniek van Sri Lanka’ (opgetekend in de 5e eeuw n.C.) wordt vermeld dat in de 1e eeuw v.C. een delegatie van boeddhistische monniken uit de ‘Griekse stad Alexandria’ de inhuldiging van de Grote Stupa in Anurādhapura in Sri Lanka kwamen bijwonen. Daar meerdere steden op de route van Alexander de Grote naar hem werden genoemd, is het onmogelijk uit te maken over welke stad het hier precies ging.

Onderzoek naar de impact van al deze contacten is onderwerp van veel boeiende studies.

In dit verband kunnen wij niet anders dan verwijzen naar de grote impact die de Griekse kunstopvattingen hadden op de boeddhistische kunst. In Gandhara, dat onder het gezag van Koning Menandros (Milinda!) viel, ontstond een prachtige synthese van boeddhistische kunst in Griekse stijl.

Sommige onderzoekers stellen dat Jezus Christus op de hoogte was van leerstellingen uit India, en specifiek het boeddhisme. Immers, in de bibliotheek van Alexandria in Noord - Egypte zouden papyrusrollen met boeddhistische teksten bewaard zijn geweest. Het probleem is dat men er nog altijd niet uit is wanneer de bibliotheek afgebrand is. Hoe dan ook is het hele onderwerp controversieel. Maar dat er in beide richtingen contacten waren tussen boeddhisme en religieuze bewegingen in het Midden-Oosten is zonder meer aan te nemen.

Door de meeste geleerden wordt wel aangenomen dat de monastieke traditie van de boeddhisten model heeft gestaan voor o.m. die van het christendom…

In de vroege Middeleeuwen stelt men in het Christelijke Europa het bestaan van een legende vast, de Legende van Barlaam en Joasaph, waarin het verhaal wordt verteld van een prinsenzoon die tot uiteindelijk inzicht wordt gebracht na allerlei gebeurtenissen die sterke gelijkenissen vertonen met feiten uit het leven van de Boeddha. De feiten zijn ontleend aan het verhaal van de Boeddha, maar alles wordt in een christelijke context geplaatst.

In deze legende wordt verteld over een ‘land van de Indiërs’, waar op het geboortefeest van de Koningszoon 55 Wijzen op bezoek kwamen, allen geschoold in de sterrenkunde van de Chaldeeërs. Deze stelden vast dat deze koningszoon, Joasaph, die in het verhaal ook aangeduid wordt met de naam ‘Bodisat’, voorbestemd was om een groot leider te worden. Joasaph, die nog nooit het paleis had verlaten, begon toen hij de volwassenheid bereikte, vragen te stellen over de wereld. Hij verliet het paleis, en ontmoette een kreupele en een blinde man. In die tijden was er een monnik, Barlaam genaamd, die predikte dat Jezus Christus de redder van de wereld is. Toen Joasaph uiteindelijk bij deze monnik terechtkwam, en hem vroeg wat men moest doen om zonder zonden te blijven, begon het bekeringswerk door Barlaam. Joasaph werd ‘verlost’, omdat hij gegrepen werd door de liefde van Jezus Christus…’

Deze legende die in de 7e eeuw naar het westen gebracht werd door Joasaph Damascenus toont aan dat sporen van de levensverhalen van de Boeddha (de Jataka’s) nog doorleefden in die tijd.

Vele eeuwen later kan men in het werk van Boccaccio (14e eeuw), van Dante (13e/14e eeuw) en van Shakespeare (16e/17e eeuw), nog verwijzingen naar deze legende lezen….

Ook aan Islamitische en Arabische zijde beschrijven o.m. Al Biruni en Abdul Faziz, in de 11e eeuw, de Leer van de Boeddha. Hun werken werden gedurende vele eeuwen ook in Europa geconsulteerd.

In de 13e eeuw brengt Marco Polo verslag uit van zijn reizen naar het Verre Oosten. Daarin verwijst hij niet alleen naar de Bregomanni (‘brahmanen’) maar ook naar Sagamoni Barcan (Mongools voor Śakyamuni)

Dante Allighieri spreekt in zijn Divina Comedia, (deel III: Paradiso XIX), over ‘een mens geboren aan de Indus stroom’:

‘Een mens is geboren op de oevers van de Indus, en daar is niemand
Die over Christus spreekt, noch erover leest of schrijft,
En al zijn neigingen en zijn daden,
Voor zover het menselijke verstand kan zien, zijn goed,
En hij schaadt noch in woord noch in daad.
Maar ongedoopt is hij gestorven, en zonder geloof.

Waar is de rechtvaardigheid die hem veroordeelt? Waar
Is zijn blaam, indien hij niet gelooft? – Wel dan,
En wie bent U, die op de stoel zou gaan zitten
Om te oordelen van op een afstand van duizend mijlen
Met het kortzichtige zicht van één moment?

Voor hem, die met mij kan nuanceren,
Zou er zeker plaats zijn voor twijfel,
Zelfs om zich af te vragen, of het veilige woord
Van de Schrift de hoogste autoriteit uitmaakt?’

(Eigen vertaling)

De verwijzing naar de Boeddha is overduidelijk, ook al wordt ten onrechte gesteld dat hij zijn leven doorbracht aan de Indus. Naast het feit dat de ‘reputatie’ van de Boeddha in deze periode (14e eeuw) gekend was in het Westen, is het toch ook opvallend hoe breeddenkend bepaalde middens in Europa toen waren!

Verder bleef de informatie die Marco Polo en zijn tijdgenoten meebracht uit Azië, erg versnipperd, en cumuleerde niet in een meer samenhangende visie op de Leer van de Boeddha.

Daarvoor moeten wij wachten tot de 18e eeuw, wanneer de studie van de Leer van de Boeddha systematisch zal aangepakt worden. De verslagen van de missionarissen, die vanaf de 16e eeuw naar Azië trokken, hebben op deze studie een sterke invloed gehad. Hierover meer in het volgende nummer.

Spreken is eenvoudig, handelen is moeilijk…

(Wordt vervolgd)

Ekō 118
Contacten tussen het Boeddhisme en de Westerse Wereld - Een beknopt Overzicht

jikōji - 慈光寺

© 2008

info-at-jikoji.com
            home