Fons Martens
In Ekō 118 vertelde Fons al over de ‘pre-training in Hongwanji International Center.
Toen ik sergeant was in het leger kon ik maar niet snappen waarom een van onze miliciens alleen zijn naam kon lezen op de takenlijst. Nú wel… Immers, de dag in Nishiyama Betsuin (de plek van de tokudo-training) startte met een poetsbeurt, iets vóór zessen. De vierde morgen bleef ik nog alleen over op de kamer: “Vandaag poets jij de kamer!” was wat ik uit de non-verbale boodschappen kon opmaken. Het enige, immers, wat ik kon lezen van het takenbord was de datum en mijn naam…
Deelnemen aan de tokudo-opleiding heeft zo zijn charmes, vooral als het de Japanse versie is. Dank zij o.a. de inspanningen van het Hongwanji International Center (HIC) gedurende de voorbije zeven weken pre-training was ik blijkbaar goed voorbereid. En om toch nog een (meer dan) redelijke kans te maken in een Japanssprekende omgeving met een zeer strikte dagindeling, had het HIC-team een beurtrol opgesteld voor de eigenlijke 11-daagse training: ze waren bereid iedere dag vanaf 9 uur ‘s morgens tot in de vooravond naast mij te zitten tijdens de lessen, de diensten en diverse andere activiteiten, “als uw schaduw” zoals een van hen zei. De eerste en de laatste uren van de dag moest/kon ik rekenen op de goodwill van de kamergenoten, en heel speciaal van één heel vriendelijke jongeling, Ono-san (arigatō gōzaimasu voor het samenvatten in het Engels van zoveel Japanse boodschappen!). En de hele dag hield ik bij hen in de gaten welke boeken we moesten meenemen, welke kleren we moesten aandoen, enz. Een paar keer flaterde ik, en dan was het zo van “Martens-san again!” - ik kreeg een paar minuten om snel naar de kamer te lopen voor het goede boek, of om me vlug om te kleden, en dat terwijl de overige 79 deelnemers wachtten…
“De eerste schooldag.” Wie herinnert zich niet deze titel van een opstel? Zo voelde ik me op 2 augustus: Kiribayashi-san himself, de directeur van HIC, was zo vriendelijk om als eerste schaduw op te treden. Daar zaten die 2 vreemde vogels helemaal achteraan de andere 80 kandidaten: de aller-oudste (de leeftijdgrens ligt op 50 voor een augustus-sessie) en zijn collega die blijkbaar al priesterkleren aanheeft en die niet moet zwijgen… Via lijstjes werden de verplichte Japanse boeken, kleren en andere attributen gecheckt: oeps, een poetsdoek zat niet in de bagage (dat had HIC vergeten te vertalen…), dus maar een klein handdoekje in de plaats op de stapel gooien. Naast de Japanse boeken mochten per uitzondering (gelukkig maar!) ook de Collected Works of Shinran en de teksten & nota’s van de pre-training mee binnen. Dat betekende wel telkens met een paar kilo extra naar leslokaal en tempel: een goede fysieke training - bij zomerse temperaturen van over de 35 graden, weet je nog.
Het erg strikte dagschema startte om 05:30 uur met opstaan, verfrissen en poetsbeurt - in “werkkleren”. Omkleden voor de ochtenddienst om 7 uur en weer omkleden voor ontbijt om 8 uur. Iedere morgen volgden we dan erg goed verzorgde toespraken van meestal zeer competente leraren over volgende onderwerpen: betekenis van tokudo, religie en dagelijks leven, Sakyamuni Boeddha en zijn Leer, geschiedenis en leer van Jodoshinshu, tempelorganisatie en -activiteiten, dharma-vergaderingen, plichten van een tempelpriester. De namiddagsessies behandelden meestal ceremoniële bijzonderheden i.v.m. tempelornamenten, chantings (hymnes) en gatha’s (liederen). De einde-van-de-dag-dienst startte om 16:30 uur en het avondmaal om 18 uur. Tenslotte hadden we nog om 20 uur een bedtijddienst.
Iedere maaltijd was een lust voor oog en oor: kleuren en smaken in alle vormen die we in stilte genieten konden. Helaas moest alles in vitesse gebeuren, anders had het restaurant wel een extra ster verdiend… Dagelijks hadden we dus drie diensten, waarvan de rollen vanaf de tweede dag al werden ingevuld door de deelnemers. Onze groep (groep 5, met roze lintjes - 10 mannen en 6 vrouwen) moest er in het totaal vier van verzorgen, en ieder lid diende telkens een rol op zich nemen. Achtereenvolgens opteerde ik zo voor het voorlezen van Gobunsho (een brief van Rennyo Shonin), voor egakari (noem het de organisator van de diensten: checken van de kleren, de kaarsen, wierook, chantingboek; oproepen tot de start van de dienst; in- en uitgeleide doen van de voorgangers) en voor Ryogemon (de Jodo Shinshu creed of geloofsbelijdenis). Voor de vierde dienst kreeg ik geen speciale rol: “Je hebt al te hard gewerkt. Laat de anderen zich nog maar eens inspannen…”
Na iedere dienst volgde een uitgebreide evaluatie van de diverse rollen. Al meteen de opmerkingen i.v.m. de Gobunsho-rol bij de 2de ochtenddienst gaven een stimulans voor alle deelnemers, en een geruststelling dat we op goede weg waren: “Jullie merken dat hij geen Japans spreekt: dat zou hij nog meer moeten kunnen oefenen uiteraard. Maar neem voor het overige een voorbeeld aan de manier waarop hij die rol volbracht: zijn bewegingen, intonatie, streven naar perfectie.” Met andere woorden: “Als hij dat als niet-Japanner en op zijn leeftijd aankan, dan moeten jullie dat zeker kunnen!” Ook de keuze voor egakari en Ryogemon verraste de groepsgenoten, en bezorgde bij evaluatie gelijkaardige opmerkingen. De pre-training - met zweet van begeleider én kandidaat - rendeerde blijkbaar…
De leraren gingen bij de evaluatie erg grondig tewerk. Ze durfden hierbij meestal negatief kritisch en nogal eens kras uit de hoek te komen: een eigenaardige manier om ons te stimuleren, vond ik… Pas na een aantal dagen besefte ik hoe de leraren hun rolletje van “agent” of “luitenant” met glans vertolkten: die bende (meestal) jongeren die bij aanvang niet in seiza (op de knieën) konden stilzitten, volop foutieve bewegingen maakten en flaterden bij het chanten, gaven aan het einde vloeiende bewegingen en eensluidende chantings ten beste.
Nog een element dat ons in het gareel hield, was het rijtje tests. Dat begon al onmiddellijk met een ingangstest: fier als een gieter was er van onze groep precies geteld eentje (raad eens wie?) die er meteen voor slaagde, de overigen moesten een tweede of soms een derde keer terug… Dan volgden aan het einde van vijf voormiddagsessies ook meteen een test over de geziene leerstof. En daarnaast moesten we nog 7 stempels behalen: eentje voor ieder van de praktische test. Telkens gold dat als je niet slaagde, je wel een tweede, derde,… keer terug kon. Uiteindelijk haalden 80 deelnemers hun tokudo certificaat!
De pre-training in HIC bevatte ook een aantal pre-tests. Daarmee was de voorbereiding op al die echte tests dan ook over het algemeen duidelijk sterker dan bij het merendeel van de andere deelnemers - nochtans vaak zoon of dochter van een tempel: Ryogemon (van buiten kennen), Gobunsho, Wasan & Eko, offeren van wierook, benoemen van tempelornamenten en het opplooien van kleren. Er was echter één test die voor een loodzwaar gewicht op mijn schouders zorgde: we moesten Shoshinge kunnen chanten met gesloten boek! Pas aan het einde van de vijfde dag (verschillende van de kamergenoten hadden dat misschien al sneller door) drong het tot mij door dat je alleen de 1ste en 24ste strofe van de 30 moest van buiten kennen… “Nu ben je pas genietbaar, Martens-san, de vorige dagen was je blijkbaar erg gespannen,” vertelde Ono-san. Als je dan nog erbij neemt dat ik de enige was die (met doktersattest) tijdens alle diensten achteraan op een stoel mocht blijven zitten, en als voorganger op de naijin een verhoogd tatami-stoeltje ter beschikking kreeg - het rode extra lintje vertelde: “Officiële vrijstelling van seiza & toelating om een stoel te gebruiken!” - dan versta je welke extra spanningen er in me omgingen…
Bijna iedere avond was er na het avondmaal tot net voor het slapengaan (om 23 uur gingen de lichten uit) gelegenheid om aan een of meer tests deel te nemen. Gefocust op de voor mij moeilijkste test, ging ik in de rij staan voor Shoshinge, maar ik had twee keer pech: net als ik binnenkwam: “Sorry, de testtijd is voorbij. Kom morgen maar terug…” Dat betekent dat bij het einde van de 4de dag een aantal kamergenoten al 4 of 5 stempels hadden, ik nog maar twee. Ook al voelde ik mij niet nutteloos - immers (beroepsmisvorming?) de voorbije dagen hadden we meermaals een paar collega’s kunnen helpen bij het uit het hoofd leren van Ryogemon, het chanten van verschillende onderdelen, en het benoemen van tempelornamenten - toch voelde ik mij toen niet helemaal meer op mijn gemak. Doorbijten was de boodschap, ik kwam voor tokudo, en ik ging ervoor! Uiteindelijk haalde ik toch de 7 stempels binnen de vereiste tijd, zij het die voor shoshinge in drie pogingen… Al met al zijn die dagen dan o.a. dank zij de schouderklopjes van de HIC-begeleiders, maar vooral ook door de vriendelijke en meevoelende babbels van diverse medekandidaten (Japanners moeten je een beetje kennen vooraleer ze je in het Engels durven aanspreken) toch goed meegevallen.
De tiende dag was voor iedereen uiteraard de belangrijkste. Tokudo betekent onder andere “het overstappen naar de andere oever” of “het verlaten van het alledaagse leven (het toetreden tot het priesterschap)”; het kaalscheren die voormiddag symboliseerde deze overstap (baard en snor ook wèg!). De eigenlijke tokudo-ceremonie had namiddag plaats in onze hoofdtempel Nishi-Hongwanji en werd geleid door de 24ste Monshu Shaku Sokunyo, Koshin Ohtani.
Ieder woord dat we hier toevoegen om dit moment te beschrijven neemt ook meteen iets weg van de sfeer, en tòch… De belangrijkste ruimte van de tempel was gehuld in kaarslicht, de overige plekken verduisterd. De stilte drong door:
- Gewoon zitten, niemand zijn, niets doen, nergens naartoe moeten
- Samen met de overige tokudo-deelnemers
- Misschien borrelt shinjin wel op, hier en nu…
- … en hoor je Amida spreken via jouw nembutsu!
(wordt vervolgd)
Berchem, 10 november 2008.
Namu Amida Butsu
Fons
|
|
|
|
|
|
Ekō 119 |
|
|
|
|
|
|
Tokudo training in Japan |
|
© 2008 |
info-at-jikoji.com | ||||
| home |