Erkenning van het boeddhisme in België: voorontwerp goedgekeurd

zondag 1 april 2007

Op 30 maart 2007 heeft de federale regering op voorstel van Vice-Premier en Minister van Justitie Laurette Onkelinx een voorontwerp van wet ter erkenning van het boeddhisme goedgekeurd.

Dit is een eerste stap naar de erkenning. Mevrouw Onkelinx wenst nog een advies van de Raad van State en de steun van de gemeenschappen en gewesten op het Overlegcomité van 25 april te krijgen. De tekst zou dan kunnen worden gedeponeerd voor de opheffing van de Kamers op 1 mei.

Het boeddhisme zal dus pas onder de volgende regering officieel erkend kunnen worden.

Na de bijeenkomst van de Ministerraad heeft Mevrouw Onkelinx het volgende persbericht medegedeeld:

PERSBERICHT

Laurette Onkelinx lanceert de erkenning van het boeddhisme in België

Deze voormiddag stelde Laurette Onkelinx, Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie belast met de Erediensten, aan haar collega's van de Regering een voorontwerp van wet voor de erkenning van het boeddhisme in België.
Op 20 maart 2006 diende de Boeddhistische Unie van België een aanvraag in tot erkenning van het boeddhisme in België als een niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschap.

Na analyse van het dossier blijkt dat er geen enkel beletsel is voor de federale staat om de erkenningsprocedure van het boeddhisme op te starten in België. De erkenningsaanvraag werd geanalyseerd door het departement "Erediensten" van de FOD Justitie. De volgende criteria werden hierbij getoetst:

- het organisatievermogen

De Boeddhistische Unie van België is in 1997 opgericht en is tot nu toe de enige unie van boeddhistische verenigingen in België. Deze verenigingen - momenteel zijn het er 16 - vertegenwoordigen alle grote tradities van het boeddhisme. Vier van deze verenigingen hebben hun zetel in Vlaanderen, vier in Wallonië en acht in Brussel.

De Boeddhistische Unie van België staat er borg voor dat deze verenigingen op permanente basis de in de statuten opgesomde toetredingscriteria vervullen. De Unie ontvangt geregeld aanvragen tot toetreding, die heel secuur onderzocht worden. De Boeddhistische Unie van België heeft een algemene vergadering met 32 leden (2 afgevaardigden per vereniging) en een Raad van Bestuur met 7 leden.

- het aantal beoefenaars of gelovigen

Ondanks de afwezigheid van statistisch cijfermateriaal kan gesteld worden dat meerdere tienduizenden personen in België zich in het boeddhisme terugvinden.   Het gaat hierbij enerzijds om de beoefenaars van Aziatische oorsprong (Cambodjanen, Laotianen, Vietnamezen, Japanners, Thais, Chinezen), en anderzijds om westerse beoefenaars.

Aangezien de beoefening van het boeddhisme niet bepaald wordt door een specifieke filosofische of religieuze overtuiging, worden de centra zowel door atheïsten als door gelovigen en agnosten bezocht. Hieruit valt af te leiden dat het boeddhisme de andere tradities niet afwijst of denigreert. Het kant zich evenmin tegen de positieve invloeden afkomstig uit andere denksystemen.  Het is vrij van elk proselitisme en verwerpt elke segregatie op basis van geslacht, ras of sociale klasse.

De naleving van het boeddhisme vindt men terug in alle lagen van de maatschappij: kunstenaars, arbeiders, dokters, werkzoekenden, ambtenaren, jong en oud, enz.

Alle verenigingen bestaan uit een eerder beperkte kern van geëngageerde beoefenaars en uit een bredere kring van sympathisanten. De meeste kennen een significante groei.

- de historische aanwezigheid in het land

Het boeddhisme is reeds minstens 35 jaar onafgebroken aanwezig in België. Maar in feite beroepen de boeddhisten van de verschillende scholen in België zich echter op een 2500 jaar oude traditie als gemeenschappelijk erfgoed.

- het maatschappelijk belang

In een tijdperk waar heel wat mensen op zoek zijn naar waarden en zingeving, stelt het boeddhisme een pad voor dat gekenmerkt wordt door een open ingesteldheid en tolerantie, en een praktijk die tegelijk spiritueel en rationeel kan zijn, ethisch en bevrijdend.

Een altruïstische inzet maakt integraal deel uit de dynamiek van het boeddhisme. Dit is dan ook de reden waarom een groot aantal beoefenaars van het boeddhisme zich anoniem inzetten voor humanitaire projecten of voor andere initiatieven zoals stervensbegeleiding, bijstand aan gevangenen of steun aan mensen die in moeilijkheden verkeren (scheiding, verlies van werk, diverse verslavingen).

- het feit dat men geen gevaar betekent voor de openbare orde of de veiligheid

Op het vlak van de veiligheid betekent het boeddhisme geen enkel gevaar en het was nooit het voorwerp van kritiek of van strafrechtelijke vervolgingen.

Voorafgaande raadpleging van de gedefedereerde entiteiten

De Minister was zich bewust van het feit dat een erkenning gevolgen kan hebben inzake het beleid dat wordt gevoerd door de gewesten of de gemeenschappen, en besliste om reeds vanaf 1 september 2006 de deelstaten te raadplegen over de erkenningsaanvraag van het boeddhisme in België. Uit deze eerste raadpleging bleek dat er geen ernstige bezwaren waren tegen een eventuele erkenning.

Welke zijn de volgende stappen van de erkenning?

De Regering hechtte deze voormiddag haar principeakkoord aan het voorontwerp van wet dat door Laurette Onkelinx werd voorgelegd. Dit voorontwerp is een voorbereidende etappe. Het heeft de bedoeling om de structurering van het boeddhisme door te voeren door het eerst een subsidie te verlenen die de werkingskosten van de boeddhistische Unie van België moet dekken. Deze subsidie zou in 2008 op het budget van Justitie moeten worden ingeschreven.

Het voorontwerp van wet zal voorgelegd worden aan het Overlegcomité van 25 april 2007, zodat de gedefedereerde entiteiten hun standpunt bekend kunnen maken.

Er zal daarna een tweede wetgevende stap nodig zijn om de definitieve structuur van het boeddhisme op ons grondgebied tot regel te verheffen en wel volgens hetzelfde schema als dat wat gevolgd werd voor de erkenning van de niet-confessionele levensbeschouwing.

top


            home